In het verleden is er reeds meermaals van
gedachten gewisseld over de vraag of bepaalde sporten al dan
niet dienen te worden erkend door de Vlaamse overheid. In 2008
werd er zo nog een vraag gesteld i.v.m. het erkennen van de
damsport als volwaardige sport. Uit deze discussies kwam naar
voren dat er niet altijd eensgezindheid bestaat over de
legitimiteit van bepaalde vragen tot officiële erkenning, maar
dat elke sport, ook volksspelen of denksporten, hun plaats
verdienen in Vlaanderen.
Vanuit de praktijk horen we evenwel dat
waardevolle en actief beoefende sporten met bepaalde
moeilijkheden te maken krijgen omwille van het ontbreken van een
officiële erkenning als sport door de Vlaamse overheid.
Ik neem hier graag het voorbeeld van de
schaaksport. Deze wordt in Vlaanderen niet erkend als officiële
sport. Dit heeft een aantal implicaties. Zo worden schaakclubs
geconfronteerd met problemen wanneer zij bij grotere evenementen
Bloso-infrastructuur wensen te gebruiken. Verder blijkt de
schaaksport niet op elk niveau hetzelfde statuut te hebben: in
een aantal gemeentes maken schaakverenigingen deel uit van de
sportraad, in andere niet. Een soortgelijke situatie op het
provinciale niveau: in sommige provincies is de schaaksport
erkend als sport, in andere niet. Dit zorgt voor een ongelijke
ondersteuning. Dit alles ondanks de erkenning van de schaaksport
als niet-Olympische sport door het IOC.
Het is niet zo dat de schaaksport, of
andere denk- of volksspelen, in het geheel niet worden
ondersteund. Via het participatiedecreet ontvangt de Vlaamse
schaakfederatie bijvoorbeeld jaarlijks 2.500 euro. De
niet-erkenning als sport zorgt evenwel ervoor dat er op een
aantal andere beleidniveaus grote verschillen bestaan in de
ondersteuning die er aan de bestaande initiatieven wordt
geboden, evenals een moeilijkere relatie t.a.v. Bloso.
1. Hoe evalueert de minister de ondersteuning van volksspelen en
denksporten door de Vlaamse Regering?
2. Wat is zijn reactie op de problemen m.b.t.
Bloso-infrastructuur waarmee deze sporten geconfronteerd worden?
Hoe wordt hieraan tegemoetgekomen?
3. Hoe kijkt de minister aan tegen een mogelijke erkenning door
de Vlaamse overheid van de schaaksport
als officiële sport?
1. De ondersteuning van volksspelen is
decretaal verankerd in het decreet van 13 juli 2001 houdende de
regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse
sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de
sportieve vrijetijdsbesteding en kan bijgevolg positief
geëvalueerd worden.
In de organisaties voor de sportieve
vrijetijdsbesteding worden activiteiten geclusterd waarbij de
deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd
verband hun vaardigheden meten en waarbij coördinatie,
concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in
combinatie met een minimale fysieke activiteit.
In totaal worden vier clusters
financieel ondersteund, waaronder de traditionele en de
inter-nationale volksspelen, voor de uitvoering van hun vier
opdrachten of functies: een informatie- en documentatiefunctie,
een begeleidende functie, een promotiefunctie en een
aanspreekfunctie.
De traditionele volksspelen worden
vertegenwoordigd door de vzw Vlaamse Traditionele Sporten (VlaS)
en worden gekarakteriseerd door hun overheersend sociale
dimensie, hun mogelijkheid tot levenslange beoefening en hun
Vlaamse traditionele oorsprong.
De internationale volksspelen zijn
geclusterd in de vzw Vlaamse Organisatie voor Internationale
Volkssporten en worden ook gekenmerkt door een overheersend
sociale dimensie, door een uitge-sproken internationaal karakter
en door de klemtoon op het aspect concentratie.
De denksporten zijn van bij aanvang
door de Vlaamse Regering niet opgenomen in het Vlaamse
sportbeleid en dus is er vanuit deze hoek geen financiële
ondersteuning mogelijk. Persoonlijk heb ik helemaal niets tegen
denksporten, maar ik volg wel de visie die de Vlaamse overheid
voor haar sportbeleid steeds heeft gehandhaafd en die gesteund
is op het aanwezig zijn van een voldoende minimale fysieke
activiteit. Zie infra (vraag 3).
2. De Bloso-sportinfrastructuur staat wel degelijk ook ter
beschikking voor denksportclubs. De weinige aanvragen die in de
Bloso-centra in het verleden werden ontvangen voor het gebruik
van de sportinfrastructuur, werden steeds positief behandeld.
Problemen m.b.t. het afhuren van Bloso-sportinfrastructuur door
denksportclubs werden niet vastgesteld.
3. In de eerste plaats wens ik te
verduidelijken dat de Vlaamse overheid geen sporten erkent maar
wel sportfederaties die voldoen aan de voorwaarden van het
decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning
en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de
koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve
vrijetijdsbesteding.
Om als Vlaamse sportfederatie erkend te
worden door de Vlaamse overheid dient de federatie via haar
clubs sportactiviteiten aan te bieden aan de aangesloten leden
zoals voorzien in artikel 5, 1° van het decreet van 13 juli
2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van
de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de
organisaties voor de sportieve vrijetijds-besteding.
Een sportfederatie wordt in het decreet van 13 juli 2001
gedefinieerd als een vereniging van sportclubs (art. 2, 2°). Zij
heeft sportclubs in ten minste 4 provincies (art. 5, 2°). De
sportfederatie moet in haar statuten sport als doelstelling
hebben (art. 5, 5°) en de sportclub moet het organiseren van
sportactiviteiten en het promoten van haar sport tot
doelstelling hebben (art. 2, 4°).
Om in aanmerking te komen voor basissubsidies moeten de
Vlaamse sportfederaties sport-activiteiten aanbieden via de
sportclubs waarbij het gaat om voldoende en regelmatige fysieke
inspanning en waarbij het activiteiten betreft met de bedoeling
de lichamelijke ontwikkeling te stimuleren of de lichamelijke
conditie op peil te houden of te verbeteren (art. 13, 1° van het
decreet). Enkel sporten voorkomend op de sporttakkenlijst als
bijlage bij het uitvoeringsbesluit van 5 december 2008, komen in
aanmerking voor deze subsidiëring.
Bij het luik van de erkenning en
subsidiëring van de organisaties voor de sportieve
vrijetijds-besteding vinden we bij de afbakening van het begrip
"sportieve vrijetijdsbesteding" het aspect minimale fysieke
activiteit terug (art. 46, 1° van het decreet).
Het luik erkenning van de Vlaamse
sportfederaties voorziet niet in een afzonderlijke omschrijving
van de begrippen "sport" of "sportactiviteiten".
Bij een erkenning als sportfederatie moet het wel nog
steeds om sport gaan.
Sport wordt, ook in de meeste studies
over sport en sportparticipatie, vereenzelvigd met fysieke
inspanning of specifieke motorische vaardigheden, met fysiek en
sporttechnisch prestatie-vermogen en het trainen van dat
prestatievermogen. Volgende basiseigenschappen en het trainen
ervan zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met het begrip sport:
kracht, uithouding, snelheid, lenigheid (als conditionele
eigenschappen) en coördinatie (als basis van sporttechnische
vaardig-heden). De mate waarin deze basiseigenschappen een rol
spelen bij het sporten zal uiteraard van sporttak tot sporttak
en zelfs van discipline tot discipline verschillen, maar het in
zekere mate aanwezig zijn van één of meerdere van deze
eigenschappen wordt gezien als een minimale voorwaarde om van
sport te kunnen spreken.
Het is duidelijk dat voor het
beoefenen van denksporten geen van bovenvermelde
basis-eigenschappen aanwezig is en dat het trainen van
bovenstaande eigenschappen de prestaties bin-nen de denksporten
ook niet zal verbeteren.
In deze optiek kunnen denksporten in de
nabije toekomst geen aanspraak maken op een officiële erkenning
als sport door de Vlaamse overheid en kan ik als minister van
sport dus geen acties ondernemen in die richting.