Vraag om uitleg van de heer Geert Bourgeois, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, over de Vlaamse Administratieve Centra en hun rol in het creëren van een frontoffice voor dienstverlening naar Vlaamse bedrijven toe.

30 maart 2010 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter, mijn vraag om uitleg past eigenlijk in de discussie die we daarnet hebben gevoerd. Als we het over een efficiënte Vlaamse overheid hebben, willen de inwoners en de bedrijven een heel toegankelijke Vlaamse overheid. Dit belangrijk punt op het vlak van de efficiëntie uit zich natuurlijk onder meer in een eenvoudige structuur.

In het Vlaams regeerakkoord van 2004 zijn de zogenaamde Vlaamse administratieve centra (VAC’s) uitgebouwd. Dit zouden aanspreekpunten in elke Vlaamse provincie worden. De gedeconcentreerde diensten van de Vlaamse overheid zouden daar worden samengebracht.

Het is duidelijk dat het om antenneposten of zogenaamde satellietkantoren van de Vlaamse overheid gaat. Het telewerk zou hierbij worden aangemoedigd. De verbetering van de functionaliteit van de dienstverlening is immers een van de doelstellingen van de VAC’s. Het lijkt me dan ook interessant eens na te gaan hoe we de creatie van front offices voor durvers en bedrijven kunnen bevorderen. Momenteel richt de dienstverlening van een aantal overheidsdiensten zich tot bedrijven. Die diensten beschikken over provinciale antennes of over vertegenwoordigers in de verschillende provincies. Wat de Vlaamse overheid betreft, denk ik onder meer aan de adviseurs van het Agentschap Ondernemen, aan de regionale innovatiecentra en aan de ambtenaren van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (F.I.T.). Daarnaast zijn er nog de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen (POM’s), die onder de provinciale overheden vallen, en de federale ondernemingsloketten.

Gezien de veelheid aan instrumenten om de dienstverlening op een eenvoudige wijze toegankelijk voor de bedrijven te maken, rijst de vraag hoe we door middel van het onderbrengen van de Vlaamse diensten in de VAC’s tot een functionele frontoffice voor al die overheidsinstanties kunnen komen. Niet alle bedrijven maken natuurlijk het onderscheid tussen de Vlaamse, provinciale en federale diensten.

Minister, zullen alle Vlaamse diensten die zich specifiek tot bedrijven richten en over satellieten in de provincies beschikken, zoals het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), het Agentschap Ondernemen en het F.I.T., in de VAC’s worden ondergebracht? Worden die daar sowieso geconcentreerd? Zullen ook inspanningen worden geleverd om tot een echt frontoffice te komen? Hierbij moeten we vanuit de bedrijven en niet langer vanuit de ambtenarij redeneren. We moeten denken vanuit de invalshoek van de klant of de aandeelhouder, in dit geval het bedrijf.

In welke mate zullen we tot een globaal frontoffice kunnen komen? Zal dit voor heel de overheid gelden? Zullen de federale ondernemingsloketten en de POM’s hierbij worden betrokken? Nu zitten sommige diensten in de provinciale gebouwen van de POM’s. In andere provincies is de situatie dan weer anders. Kunnen we tot een frontoffice met alle overheidsdiensten komen? Ik denk in eerste instantie aan alle Vlaamse diensten. Indien mogelijk, zou dit in samenwerking met de andere overheden moeten gebeuren.

De voorzitter: Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois: Mijnheer Van den Heuvel, uw twee korte vragen zijn zeer interessant. U hebt de aandacht gevestigd op een problematiek die tot nu toe buiten mijn blikveld was gebleven.

De eerste vraag heeft mij ertoe aangezet om de toestand in de bestaande VAC’s te onderzoeken. Ik sta voor 100 percent achter uw voorstel met betrekking tot de concentratie van die diensten. Ik geef dat beleid mee vorm. Het is mijn bedoeling om in de huidige planning het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) en F.I.T. onder te brengen in één huisvesting bij de toekomstige VAC’s in Leuven, Gent en Brugge. Voor IWT is er geen sprake van, want daar is er geen gedeconcentreerde werking.

Maar hoe zit het in de VAC’s die er waren voordat ik het beleidsdomein Bestuurszaken ben beginnen op te volgen? U hebt een punt. Ik heb nagegaan hoeveel mensen daarbij betrokken zijn. In Antwerpen zijn op dit ogenblik een dertigtal mensen van het VLAO aan het werk in een gehuurd gebouw aan de Lange Lozanastraat. En dat terwijl in het Anna Bijnsgebouw, ons administratief centrum, nog voldoende plaats is voor die mensen. Ik zal contact opnemen met de minister-president. Dat gebeurt uiteraard altijd in samenspraak met de functionele minister. Dat zijn regeringsbeslissingen. De functionele minister heeft daar niet alleen een kijk op, maar beslist daar minstens mee over.

Hetzelfde doet zich ook in Hasselt voor. Bij de twee diensten zijn een veertigtal mensen betrokken. Zij werken in het oude Philipsgebouw. Ook daar zou in het Hendrik van Veldekecentrum in Hasselt voldoende ruimte zijn. Het zou een daad van efficiëntie zijn om tot één frontoffice, één dienstencentrum te komen. Er zijn ook schaalvoordelen. Er zijn in een aantal van die plaatsen logistieke diensten, restaurants of andere voorzieningen. Dit is een goed idee. Het moet natuurlijk bekeken worden.

Ik zal uw tweede vraag doorspelen aan de minister-president omdat dit absoluut niet mijn bevoegdheid is. U kunt het hem eventueel rechtstreeks vragen. Het idee is goed: één frontoffice voor de Vlaamse ondernemersloketten, de federale en de POM’s. Het zou goed zijn als er één Vlaams loket is, een frontoffice van waaruit kan worden vertrokken als er zaken moeten worden doorgespeeld. Dat is het systeem van onze ICT-verbindingen. Wij zijn verbonden met de federale kruispuntbanken en wij zullen zorgen voor de verbindingen met de steden en gemeenten.

Dit is een heel goed idee. Ik onderschrijf het volledig. Ik zal het laten weten aan de minister-president. U begrijpt dat dit niet mijn functionele bevoegdheid is. U kunt het ook zelf rechtstreeks aankaarten.

Van de huisvesting zal ik zeker werk maken. De eerste gegevens wijzen erop dat het kan. Mocht het om materiële redenen niet kunnen, dan laat ik dat weten. Maar in principe zou het moeten kunnen.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, dank u voor uw antwoord. Als er efficiëntiewinst kan worden geboekt, mogen we dat niet laten liggen. Mijn hoofdbekommernis is dat er voor de klant, de bedrijven, een heel duidelijke structuur is. Als die verhuizing naar het VAC mogelijk wordt voor de Vlaamse economische diensten, zou het leuk zijn als we daar een open huis van kunnen maken en er ook de andere federale maar zeker ook provinciale economische diensten in kunnen onderbrengen. Dat is het belangrijkste: dat we de bedrijven een sluitende overheidsdienstverlening kunnen aanbieden.

Met het IWT bedoelde ik eigenlijk de Regionale Innovatiecentra (RIC’s). Dat zijn vzw’s die een beetje apart staan. Zij vormen het provinciaal loket. Niet officieel van het IWT, maar zij vormen de verbinding tussen de bedrijven en stimuleren de innovatie.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel