Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel aan mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken betreffende het actieplan veilig vrachtverkeer

28 januari 2010 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Tijdens de vorige legislatuur heb ik verschillende vragen gesteld over het proberen inperken van sluipverkeer, in het bijzonder van vrachtverkeer. Het gps-gebruik geeft soms aanleiding tot ongewenste situaties. Als de snelste route wordt ingetikt, bulderen vrachtwagens soms dwars door dorpskernen en maken ze schoolomgevingen onveilig. We herinneren ons allemaal beelden van vrachtwagens die hun gps volgen, zichzelf vastrijden in kleine steegjes in dorps- of stadscentra, of zelfs op heel smalle, landelijke weggetjes.

Het vrachtverkeer is mijn eerste bekommernis. Minister Van Brempt heeft in 2008 een actieplan veilig vrachtverkeer voorgesteld. Daarvoor had zij ook een klein budget uitgetrokken. Dat actieplan hield een twaalftal maatregelen in, van extra controles op overlading tot aanpassen van infrastructuur om het aantal dodehoekongevallen te verminderen. Andere maatregelen waren betere ongevallenanalyses doen, en een kwalitatief vrachtwagennetwerk uitbouwen. Dit is heel belangrijk.

Minister Van Brempt heeft toen gezegd dat het haar ambitie was om eerst verkeersbordendatabanken te maken. Dat is volop bezig. Die wagentjes hebben de voorbije maanden en jaren volop rondgereden in alle Vlaamse gemeenten om de verkeersbordendatabank te vullen. Toen werd in dat actieplan ook aangekondigd dat tegen 2010 navigatiesystemen over een vrachtwagenmodule zouden moeten beschikken, waardoor vrachtwagens langs de juiste routes worden geleid. Om dat netwerk mogelijk te maken, werd een budget uitgetrokken.

Minister, hoever staat het daarmee? Enkele maanden geleden hebben we in de krant gelezen dat naast het investeren in wegen ook nieuwe investeringen in software mogelijk moeten zijn, om zo navigatiesystemen te herbekijken en te verfijnen, zodat we kunnen vermijden dat het doorgaand verkeer door dorpskernen of schoolomgevingen dondert.

Minister, hoever staat het met de realisatie van dat kwalitatief netwerk voor doorgaand vrachtverkeer? Is dat bijna afgewerkt? Wat is de planning voor de komende maanden? Er is een engagement voor 2010, en zover zijn we nu.

Hoe ver staat het met de navigatiemodule voor vrachtwagens? Is die beschikbaar? Zo ja, hoe wordt ze dan ter beschikking gesteld? Zo nee, hoe ver staat het met dit project? Het actieplan is twee jaar geleden voorgesteld. Het is er gekomen in overleg met de transportsector, de vakbonden en met de beroepsfederatie. Hoe staat u tegenover zo’n rondetafel? Bent u van plan om op dat vlak opnieuw een aantal stappen voorwaarts te zetten?

De voorzitter: Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits: Voorzitter, collega’s, het kwalitatief netwerk voor doorgaand vrachtverkeer is nog niet volledig gerealiseerd, en er is nog geen aparte navigatiemodule voor vrachtwagens beschikbaar. Er zijn een aantal partijen betrokken bij de opbouw van een navigatiemodule voor vrachtwagens. Naast de Vlaamse overheid zijn dat de transportsector, de operatoren, de producenten van navigatiesystemen en de kaartenmakers. Bij de bouw van deze vrachtwagenmodule kan de Vlaamse overheid vanuit de verkeersbordendatabank instaan voor het aanleveren van data waarmee een dergelijke module kan worden gevoed. Ik heb het al vaak gezegd dat de verkeersbordendatabank fantastisch materiaal biedt. De databank kan voor een vrachtroutenetwerk op een schitterende manier worden gebruikt.

De kaartenmakers en de producenten van navigatiesystemen moeten de basisgegevens uit de verkeersbordendatabank effectief gebruiken en aanvaarden. Je zou in een volgende stap perfect het gebruik van deze en daaraan gerelateerde gegevens in de routering kunnen verwerken: bijvoorbeeld de zones 30, een schoolomgeving of bebouwde kommen.

Op deze manier willen we de stap zetten naar een vrachtroutenetwerk. Volgens de planning zal in de helft van dit jaar de verkeersbordendatabank volledig zijn. Dit betekent dat op dat moment een eerste set basisgegevens, zoals aanwezige tonnagebeperkingen, hoogtebeperkingen, breedtebeperkingen waarmee een ‘vrachtwagenmodule’ kan worden gevoed, ter beschikking zal zijn. Dat is dus een zeer belangrijke stap.

Binnen het Europese ‘Road safety attributes exchange infrastructure in Europe’-project (ROSATTE), waarin zowel de privésector als de Vlaamse overheid betrokken zijn, wordt onderzocht hoe dergelijke data op eenvoudige en gestandaardiseerde wijze kunnen worden uitgewisseld tussen overheid en kaartenmakers. Voor Vlaanderen is er een testsite opgezet met concrete data uit de verkeersbordendatabank. De Vlaamse testsite gebruikt concrete data van de verkeersbordendatabank, zowel voor gewestwegen als voor lokale wegen. De evaluatie van de test zal samen met de conclusies van het ROSATTE-project worden neergelegd in de loop van dit jaar. Ik kan u geen precieze datum geven omdat het ook een Europees project is.

Daarnaast moet er wel op worden gewezen dat er in het kader van de verkeersbordendatabank op dit moment alleen een inventarisatie van de huidige verkeersborden plaatsvindt en nog geen screening. Men krijgt dus enkel een weergave van de huidige situatie op het terrein, maar de databank zegt niet wat de juiste route is. We kunnen dus die gegevens gebruiken om na te gaan hoe we er verder mee omgaan.

Op dit moment bestaat er alleen een categorisering van de wegen in algemene zin. Het Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen stelt: “Toepassing van de principes van functionaliteit en homogeniteit van het wegennetwerk moet ervoor zorgen dat goederenstromen over de weg zoveel mogelijk afgewikkeld worden op wegen die daartoe goed uitgerust zijn. Het gaat dan in het bijzonder om autosnelwegen en primaire wegen.”

Lokale besturen reageren op deze problematiek vanuit hun eigen bezorgdheden bijvoorbeeld door vrachtverkeer op bepaalde routes of zelfs op hun hele grondgebied te verbieden of door wegversmallingen aan te leggen. Lokaal heeft dit meestal een positief effect, maar daardoor worden problemen soms verschoven naar buurgemeenten. Ik heb al situaties meegemaakt waarin een bepaalde gemeente verbiedt, de volgende gemeente toelaat, de volgende verbiedt weer. Dat leidt soms tot hallucinante situaties. Daarom is het opportuun dat de Vlaamse overheid mee het stuur in handen neemt en dat het idee van een vrachtwagennetwerk is gegroeid. Het is ook goed voor de sector, natuurlijk zolang men niet te ver moet omrijden.

Er is een opdracht gegeven om een methodiek uit te werken voor een netwerk in twee pilootregio’s. Deze studie moet een handleiding bieden voor de gebruikers en nagaan op welke manier er van infrastructuur en bewegwijzering gebruik kan worden gemaakt via gpssystemen. Dit is het microniveau.

Op het bovenlokale niveau onderzoeken we of het een regio is met een maaswijdte van een infrastructuur die goed is voor het vrachtverkeer: hoofdweg, primaire weg en zo nodig secundaire I, II of III weg. Deze studie is bijna klaar. Deze studie zou moeten resulteren in een methodiek om op het bovenlokale niveau te bepalen hoe we het netwerk gaan gebruiken.

De werkbaarheid van de methodiek is getoetst door ze toe te passen op twee pilootgebieden, namelijk de Zuidoostrand Antwerpen en de regio Vlaamse Ardennen-West. Het was de bedoeling om een aantal facetten uit de methodiek te toetsen en zo nodig bij te sturen. Het overlegproces moet uiteraard nog starten. Voor mij is het zeer belangrijk om tot een ‘consensusnetwerk’ te komen. De sector zou akkoord moeten kunnen gaan, de lokale niveaus ook. We moeten proberen tot een consensus te komen, zowel voor de inrichting als voor de communicatie die zowel geleidend als gebiedend kan zijn met gebods- en verbodsbepalingen.

Ik denk er wel aan om een van de pilootregio’s ook te laten starten. Het is er al getest, dus het is misschien nuttig om na te gaan hoe het in realiteit gaat. Er is een werkgroep Veilig Vrachtverkeer Vlaanderen opgericht om te zorgen voor een constante betrokkenheid van de transportsector. In die werkgroep zitten werknemers en werkgevers. Het concept van de studie werd besproken in deze werkgroep. Als de studie klaar is, zal ze ook in de werkgroep worden besproken.

Er is ook een werkgroep verkeersbordendatabank waar de privésector en een heel aantal bedrijven zijn vertegenwoordigd. Het is de bedoeling dat die twee werkgroepen naar elkaar groeien.

Samengevat zijn er dus drie zaken belangrijk. Het Europese ROSATTE-project moet worden afgerond. Er zijn de pilootprojecten die we gedaan hebben om na te gaan hoe men op micro- en macroniveau tot een mooi circuit kan komen. De gegevens van de verkeersbordendatabank moeten worden geïmplementeerd in een potentieel vrachtroutenetwerk. Dit moet allemaal in de loop van 2010 gebeuren om zo hopelijk tot een gedragen routenetwerk te komen.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uit uw antwoord blijkt dat de werkzaamheden verder gaan. Dat stelt me gerust. Het is een belangrijke problematiek. In een andere commissie was er net een discussie over het voertuig van de toekomst. Men bedoelde niet alleen de elektrische auto, maar ook het mobiliteitsconcept waar telematica en nieuwe technologie ons een stapje verder kunnen brengen. Dit netwerk en de aparte navigatiemodule voor vrachtwagens zijn een goede start. Ik hoop dat we daar de volgende maanden aan kunnen voortwerken.

Ik heb nog enkele opmerkingen over de verkeersbordendatabank. Het is goed dat dat wordt afgewerkt, maar dat vergt wel een permanente actualisering. Een inventarisatie is gemaakt. U zegt dat er nog geen screening is gebeurd om uit te maken of het goed is of slecht. Een eenmalige inventarisatie is op zich goed, maar zal direct worden achterhaald als er geen regelmatige of bijna permanente actualisering gebeurt. Ook de lokale besturen hebben daar een belangrijke rol te vervullen. Dat vormt een belangrijk aandachtspunt.

Ik ben blij dat die werkzaamheden worden voortgezet. Ik kan alleen maar voor de nodige snelheid pleiten. U zegt dat er ook nog een Europees project is. Dit navigatieprobleem is inderdaad absoluut geen louter Vlaams probleem, het is een Europees probleem. Wij worden in de tweede helft van dit jaar Europees voorzitter. Het is misschien niet het allerbelangrijkste aandachtspunt, maar het kan dan toch aan bod komen. Zo kan het met een versneld tempo de volgende maanden en jaren worden bekeken.

Minister Hilde Crevits: Mijnheer Van den Heuvel, u hebt natuurlijk gelijk over die verkeersbordendatabank. Zes of zeven maanden geleden was het project mij minder bekend. Ik heb op 22 oktober 2009 gesproken op het ICT- congres. Ik heb daar de piste van de verkeersbordendatabank gelanceerd. Dat is iets statisch, maar je kunt er verschrikkelijk veel mee doen. Je moet alleen een akkoord vinden over de manier waarop je de gegevens zult uitwisselen. Ik ben er een bijzonder grote voorstander van om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen met de privésector in verband met de uitwisseling van gegevens. Het zal de lokale besturen zeker stimuleren om die actualisering op peil te houden.

Als je weet dat dat rechtstreeks naar de privésector gaat en in die gps-systemen wordt opgenomen, dan heb je er natuurlijk alle belang bij om die databank zeer snel te blijven voeden. De meerwaarde die de gemeenten erbij krijgen doordat de informatie meteen wordt opgenomen, moet erin bestaan dat ze daardoor die overeenkomsten om te actualiseren sluiten.

We hebben die eerste fase gehad. Ik zie nu toch op het kabinet dat er enorm veel extra dossiers komen om het vervolgtraject van die verkeersbordendatabanken te regelen. Het ene en het andere zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel