:
De heer Van den Heuvel heeft woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Tijdens de
vorige legislatuur heb ik verschillende vragen gesteld over het
proberen inperken van sluipverkeer, in het bijzonder van
vrachtverkeer. Het gps-gebruik geeft soms aanleiding tot
ongewenste situaties. Als de snelste route wordt ingetikt,
bulderen vrachtwagens soms dwars door dorpskernen en maken ze
schoolomgevingen onveilig. We herinneren ons allemaal beelden
van vrachtwagens die hun gps volgen, zichzelf vastrijden in
kleine steegjes in dorps- of stadscentra, of zelfs op heel
smalle, landelijke weggetjes.
Het vrachtverkeer is mijn eerste bekommernis.
Minister Van Brempt heeft in 2008 een actieplan veilig
vrachtverkeer voorgesteld. Daarvoor had zij ook een klein budget
uitgetrokken. Dat actieplan hield een twaalftal maatregelen in,
van extra controles op overlading tot aanpassen van
infrastructuur om het aantal dodehoekongevallen te verminderen.
Andere maatregelen waren betere ongevallenanalyses doen, en een
kwalitatief vrachtwagennetwerk uitbouwen. Dit is heel
belangrijk.
Minister Van Brempt heeft toen gezegd dat het
haar ambitie was om eerst verkeersbordendatabanken te maken. Dat
is volop bezig. Die wagentjes hebben de voorbije maanden en
jaren volop rondgereden in alle Vlaamse gemeenten om de
verkeersbordendatabank te vullen. Toen werd in dat actieplan ook
aangekondigd dat tegen 2010 navigatiesystemen over een
vrachtwagenmodule zouden moeten beschikken, waardoor
vrachtwagens langs de juiste routes worden geleid. Om dat
netwerk mogelijk te maken, werd een budget uitgetrokken.
Minister, hoever staat het daarmee? Enkele
maanden geleden hebben we in de krant gelezen dat naast het
investeren in wegen ook nieuwe investeringen in software
mogelijk moeten zijn, om zo navigatiesystemen te herbekijken en
te verfijnen, zodat we kunnen vermijden dat het doorgaand
verkeer door dorpskernen of schoolomgevingen dondert.
Minister, hoever staat het met de realisatie van
dat kwalitatief netwerk voor doorgaand vrachtverkeer? Is dat
bijna afgewerkt? Wat is de planning voor de komende maanden? Er
is een engagement voor 2010, en zover zijn we nu.
Hoe ver staat het met de navigatiemodule voor
vrachtwagens? Is die beschikbaar? Zo ja, hoe wordt ze dan ter
beschikking gesteld? Zo nee, hoe ver staat het met dit project?
Het actieplan is twee jaar geleden voorgesteld. Het is er
gekomen in overleg met de transportsector, de vakbonden en met
de beroepsfederatie. Hoe staat u tegenover zo’n rondetafel? Bent
u van plan om op dat vlak opnieuw een aantal stappen voorwaarts
te zetten?
De voorzitter: Minister Crevits heeft het
woord.
Minister Hilde Crevits: Voorzitter,
collega’s, het kwalitatief netwerk voor doorgaand vrachtverkeer
is nog niet volledig gerealiseerd, en er is nog geen aparte
navigatiemodule voor vrachtwagens beschikbaar. Er zijn een
aantal partijen betrokken bij de opbouw van een navigatiemodule
voor vrachtwagens. Naast de Vlaamse overheid zijn dat de
transportsector, de operatoren, de producenten van
navigatiesystemen en de kaartenmakers. Bij de bouw van deze
vrachtwagenmodule kan de Vlaamse overheid vanuit de
verkeersbordendatabank instaan voor het aanleveren van data
waarmee een dergelijke module kan worden gevoed. Ik heb het al
vaak gezegd dat de verkeersbordendatabank fantastisch materiaal
biedt. De databank kan voor een vrachtroutenetwerk op een
schitterende manier worden gebruikt.
De kaartenmakers en de producenten van
navigatiesystemen moeten de basisgegevens uit de
verkeersbordendatabank effectief gebruiken en aanvaarden. Je zou
in een volgende stap perfect het gebruik van deze en daaraan
gerelateerde gegevens in de routering kunnen verwerken:
bijvoorbeeld de zones 30, een schoolomgeving of bebouwde kommen.
Op deze manier willen we de stap zetten naar een
vrachtroutenetwerk. Volgens de planning zal in de helft van dit
jaar de verkeersbordendatabank volledig zijn. Dit betekent dat
op dat moment een eerste set basisgegevens, zoals aanwezige
tonnagebeperkingen, hoogtebeperkingen, breedtebeperkingen
waarmee een ‘vrachtwagenmodule’ kan worden gevoed, ter
beschikking zal zijn. Dat is dus een zeer belangrijke stap.
Binnen het Europese ‘Road safety attributes
exchange infrastructure in Europe’-project (ROSATTE), waarin
zowel de privésector als de Vlaamse overheid betrokken zijn,
wordt onderzocht hoe dergelijke data op eenvoudige en
gestandaardiseerde wijze kunnen worden uitgewisseld tussen
overheid en kaartenmakers. Voor Vlaanderen is er een testsite
opgezet met concrete data uit de verkeersbordendatabank. De
Vlaamse testsite gebruikt concrete data van de
verkeersbordendatabank, zowel voor gewestwegen als voor lokale
wegen. De evaluatie van de test zal samen met de conclusies van
het ROSATTE-project worden neergelegd in de loop van dit jaar.
Ik kan u geen precieze datum geven omdat het ook een Europees
project is.
Daarnaast moet er wel op worden gewezen dat er
in het kader van de verkeersbordendatabank op dit moment alleen
een inventarisatie van de huidige verkeersborden plaatsvindt en
nog geen screening. Men krijgt dus enkel een weergave van de
huidige situatie op het terrein, maar de databank zegt niet wat
de juiste route is. We kunnen dus die gegevens gebruiken om na
te gaan hoe we er verder mee omgaan.
Op dit moment bestaat er alleen een
categorisering van de wegen in algemene zin. Het
Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen stelt: “Toepassing van de
principes van functionaliteit en homogeniteit van het
wegennetwerk moet ervoor zorgen dat goederenstromen over de weg
zoveel mogelijk afgewikkeld worden op wegen die daartoe goed
uitgerust zijn. Het gaat dan in het bijzonder om autosnelwegen
en primaire wegen.”
Lokale besturen reageren op deze problematiek
vanuit hun eigen bezorgdheden bijvoorbeeld door vrachtverkeer op
bepaalde routes of zelfs op hun hele grondgebied te verbieden of
door wegversmallingen aan te leggen. Lokaal heeft dit meestal
een positief effect, maar daardoor worden problemen soms
verschoven naar buurgemeenten. Ik heb al situaties meegemaakt
waarin een bepaalde gemeente verbiedt, de volgende gemeente
toelaat, de volgende verbiedt weer. Dat leidt soms tot
hallucinante situaties. Daarom is het opportuun dat de Vlaamse
overheid mee het stuur in handen neemt en dat het idee van een
vrachtwagennetwerk is gegroeid. Het is ook goed voor de sector,
natuurlijk zolang men niet te ver moet omrijden.
Er is een opdracht gegeven om een methodiek uit
te werken voor een netwerk in twee pilootregio’s. Deze studie
moet een handleiding bieden voor de gebruikers en nagaan op
welke manier er van infrastructuur en bewegwijzering gebruik kan
worden gemaakt via gpssystemen. Dit is het microniveau.
Op het bovenlokale niveau onderzoeken we of het
een regio is met een maaswijdte van een infrastructuur die goed
is voor het vrachtverkeer: hoofdweg, primaire weg en zo nodig
secundaire I, II of III weg. Deze studie is bijna klaar. Deze
studie zou moeten resulteren in een methodiek om op het
bovenlokale niveau te bepalen hoe we het netwerk gaan gebruiken.
De werkbaarheid van de methodiek is getoetst
door ze toe te passen op twee pilootgebieden, namelijk de
Zuidoostrand Antwerpen en de regio Vlaamse Ardennen-West. Het
was de bedoeling om een aantal facetten uit de methodiek te
toetsen en zo nodig bij te sturen. Het overlegproces moet
uiteraard nog starten. Voor mij is het zeer belangrijk om tot
een ‘consensusnetwerk’ te komen. De sector zou akkoord moeten
kunnen gaan, de lokale niveaus ook. We moeten proberen tot een
consensus te komen, zowel voor de inrichting als voor de
communicatie die zowel geleidend als gebiedend kan zijn met
gebods- en verbodsbepalingen.
Ik denk er wel aan om een van de pilootregio’s
ook te laten starten. Het is er al getest, dus het is misschien
nuttig om na te gaan hoe het in realiteit gaat. Er is een
werkgroep Veilig Vrachtverkeer Vlaanderen opgericht om te zorgen
voor een constante betrokkenheid van de transportsector. In die
werkgroep zitten werknemers en werkgevers. Het concept van de
studie werd besproken in deze werkgroep. Als de studie klaar is,
zal ze ook in de werkgroep worden besproken.
Er is ook een werkgroep verkeersbordendatabank
waar de privésector en een heel aantal bedrijven zijn
vertegenwoordigd. Het is de bedoeling dat die twee werkgroepen
naar elkaar groeien.
Samengevat zijn er dus drie zaken belangrijk.
Het Europese ROSATTE-project moet worden afgerond. Er zijn de
pilootprojecten die we gedaan hebben om na te gaan hoe men op
micro- en macroniveau tot een mooi circuit kan komen. De
gegevens van de verkeersbordendatabank moeten worden
geïmplementeerd in een potentieel vrachtroutenetwerk. Dit moet
allemaal in de loop van 2010 gebeuren om zo hopelijk tot een
gedragen routenetwerk te komen.
De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft
het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik
dank u voor uw antwoord. Uit uw antwoord blijkt dat de
werkzaamheden verder gaan. Dat stelt me gerust. Het is een
belangrijke problematiek. In een andere commissie was er net een
discussie over het voertuig van de toekomst. Men bedoelde niet
alleen de elektrische auto, maar ook het mobiliteitsconcept waar
telematica en nieuwe technologie ons een stapje verder kunnen
brengen. Dit netwerk en de aparte navigatiemodule voor
vrachtwagens zijn een goede start. Ik hoop dat we daar de
volgende maanden aan kunnen voortwerken.
Ik heb nog enkele opmerkingen over de
verkeersbordendatabank. Het is goed dat dat wordt afgewerkt,
maar dat vergt wel een permanente actualisering. Een
inventarisatie is gemaakt. U zegt dat er nog geen screening is
gebeurd om uit te maken of het goed is of slecht. Een eenmalige
inventarisatie is op zich goed, maar zal direct worden
achterhaald als er geen regelmatige of bijna permanente
actualisering gebeurt. Ook de lokale besturen hebben daar een
belangrijke rol te vervullen. Dat vormt een belangrijk
aandachtspunt.
Ik ben blij dat die werkzaamheden worden
voortgezet. Ik kan alleen maar voor de nodige snelheid pleiten.
U zegt dat er ook nog een Europees project is. Dit
navigatieprobleem is inderdaad absoluut geen louter Vlaams
probleem, het is een Europees probleem. Wij worden in de tweede
helft van dit jaar Europees voorzitter. Het is misschien niet
het allerbelangrijkste aandachtspunt, maar het kan dan toch aan
bod komen. Zo kan het met een versneld tempo de volgende maanden
en jaren worden bekeken.
Minister Hilde Crevits: Mijnheer Van den
Heuvel, u hebt natuurlijk gelijk over die
verkeersbordendatabank. Zes of zeven maanden geleden was het
project mij minder bekend. Ik heb op 22 oktober 2009 gesproken
op het ICT- congres. Ik heb daar de piste van de
verkeersbordendatabank gelanceerd. Dat is iets statisch, maar je
kunt er verschrikkelijk veel mee doen. Je moet alleen een
akkoord vinden over de manier waarop je de gegevens zult
uitwisselen. Ik ben er een bijzonder grote voorstander van om zo
snel mogelijk tot een akkoord te komen met de privésector in
verband met de uitwisseling van gegevens. Het zal de lokale
besturen zeker stimuleren om die actualisering op peil te
houden.
Als je weet dat dat rechtstreeks naar de
privésector gaat en in die gps-systemen wordt opgenomen, dan heb
je er natuurlijk alle belang bij om die databank zeer snel te
blijven voeden. De meerwaarde die de gemeenten erbij krijgen
doordat de informatie meteen wordt opgenomen, moet erin bestaan
dat ze daardoor die overeenkomsten om te actualiseren sluiten.
We hebben die eerste fase gehad. Ik zie nu toch
op het kabinet dat er enorm veel extra dossiers komen om het
vervolgtraject van die verkeersbordendatabanken te regelen. Het
ene en het andere zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De voorzitter: Het incident is gesloten.