Vraag om Uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over de innovatieregiegroepen

28 oktober 2010

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, we hebben begin vorig jaar al gediscussieerd over de innovatieregiegroepen. Er zijn drie innovatieregiegroepen opgericht: een eerste voor de automotive en voertuigindustrie, een tweede voor de chemie en een derde voor de sociale innovatie. De bedoeling van die innovatieregiegroepen was een beetje diepgaander te werken.

Er zijn diverse instellingen die allerlei studies doen. Het was de ambitie van de innovatieregiegroepen om te evolueren naar een strategische innovatieagenda voor die drie sectoren en daar een concreet stappenplan aan te koppelen. Dat zou een plaats krijgen binnen het Vlaams speerpuntenbeleid. U hebt ooit gezegd dat u de eerste resultaten verwachtte van die innovatieregiegroepen vóór het zomerreces. We zijn intussen 4 à 5 maanden verder. Vandaar mijn vraag of die verschillende regiegroepen al concrete resultaten hebben opgeleverd. Wat zijn die resultaten? Hoe gaan we nu verder met die resultaten?

Minister, wat is uw appreciatie van die regiegroepen? Hebben zij geleverd wat u had verwacht? Zorgen zij voor een toegevoegde waarde? Hoe ziet u de toekomst van dit concept van die regiegroepen? Zullen die regiegroepen verder werken? Welke projecten en welke timing stelt u daarbij voor?

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Ik heb aan de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) gevraagd om advies uit te brengen over gerichte innovatiestrategieën en daartoe regiegroepen op te zetten. De strategische adviesraden proberen die opdracht op een onafhankelijke manier in te vullen. Ik heb hun gevraagd wat de stand van zaken is. Ik heb daar nog geen advies over gekregen en kan dus nog geen persoonlijke appreciatie geven. Ik heb zelf drie innovatieregiegroepen naar voren geschoven.

Voor de regiegroep automotive verwacht men dat de VRWI het ontwerpadvies zal behandelen op 10 november. Voor de regiegroep chemie verwacht men een ontwerpadvies in de tweede helft van november. Dit wordt dan door de VRWI behandeld tijdens zijn eerstvolgende bijeenkomst. De regiegroep sociale innovatie is opgestart na het zomerreces. Dat had te maken met de beschikbaarheid van de verschillende leden. Men verwacht begin 2011 een eindrapport.

We moeten meer keuzes maken en verder werken aan het speerpuntenbeleid dat de VRWI heeft uitgewerkt. Op basis van het materiaal dat de regiegroepen aanreiken, wil ik nagaan hoe we nog verder die keuzes kunnen maken en hoe we ons instrumentarium daarop kunnen richten.

Onlangs heeft de Vlaamse Regering het groenboek Een nieuw industrieel beleid voor Vlaanderen voorgesteld als basis voor het debat. Ik heb aan de voorzitter van de VRWI gevraagd om na te gaan hoe de VRWI op basis van die innovatieregiegroepen input kan geven aan de verdere uitwerking van het industrieel beleid. De zaken moeten op elkaar worden afgestemd. Zodra de adviezen binnen zijn, kunnen we in overleg met de commissie nagaan hoe we het instrumentarium nog kunnen verbeteren. Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt. Die keuzes moeten dan worden vertaald in het dagdagelijkse van het Vlaamse innovatiebeleid.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Ik stel vast dat alles met een half jaartje is opgeschoven, van juni naar november. Het belangrijkste is natuurlijk dat de resultaten er zijn en dat de innovatieregiegroepen een toegevoegde waarde hebben. Ik kijk samen met u uit naar de resultaten.

De voorzitter: De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele: Ik heb dezelfde vraag. Ik zou graag weten wat er precies wordt begrepen onder sociale innovatie.

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Met sociale innovatie begeven we ons op nieuw terrein. We willen sociale innovatie stimuleren en eventueel cofinancieren. We zullen bepalen waar wij precies op willen inzetten. Ik verwacht dat het VRWI daar advies over uitbrengt, als insteek voor het debat dat we daar nog over zullen voeren. Sociale innovatie is inderdaad een heel ruim begrip. Voor wat de arbeidsmarktorganisatie betreft, is er al een initiatief, meer bepaald Flanders Synergy, dat daar al 2 jaar rond werkt.

Sociale innovatie kan ook te maken hebben met het verder functioneren van het middenveld en met de vraag welke nieuwe samenwerkingsmodellen mogelijk moeten zijn. Iedereen heeft daar een beetje zijn mening over. Ik voel niet meteen de behoefte om dat begrip af te bakenen. We moeten eerst het debat laten plaatsvinden en het advies afwachten van de VRWI. De vraag is dan welk deel van de sociale innovatie wij zullen stimuleren met belastingmiddelen. Dat is de eindvraag die wij moeten beantwoorden.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel