De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft
het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, we
hebben begin vorig jaar al gediscussieerd over de
innovatieregiegroepen. Er zijn drie innovatieregiegroepen
opgericht: een eerste voor de automotive en voertuigindustrie,
een tweede voor de chemie en een derde voor de sociale
innovatie. De bedoeling van die innovatieregiegroepen was een
beetje diepgaander te werken.
Er zijn diverse instellingen die allerlei
studies doen. Het was de ambitie van de innovatieregiegroepen om
te evolueren naar een strategische innovatieagenda voor die drie
sectoren en daar een concreet stappenplan aan te koppelen. Dat
zou een plaats krijgen binnen het Vlaams speerpuntenbeleid. U
hebt ooit gezegd dat u de eerste resultaten verwachtte van die
innovatieregiegroepen vóór het zomerreces. We zijn intussen 4 à
5 maanden verder. Vandaar mijn vraag of die verschillende
regiegroepen al concrete resultaten hebben opgeleverd. Wat zijn
die resultaten? Hoe gaan we nu verder met die resultaten?
Minister, wat is uw appreciatie van die
regiegroepen? Hebben zij geleverd wat u had verwacht? Zorgen zij
voor een toegevoegde waarde? Hoe ziet u de toekomst van dit
concept van die regiegroepen? Zullen die regiegroepen verder
werken? Welke projecten en welke timing stelt u daarbij voor?
De voorzitter: Minister Lieten heeft het
woord.
Minister Ingrid Lieten: Ik heb aan de
Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) gevraagd om
advies uit te brengen over gerichte innovatiestrategieën en
daartoe regiegroepen op te zetten. De strategische adviesraden
proberen die opdracht op een onafhankelijke manier in te vullen.
Ik heb hun gevraagd wat de stand van zaken is. Ik heb daar nog
geen advies over gekregen en kan dus nog geen persoonlijke
appreciatie geven. Ik heb zelf drie innovatieregiegroepen naar
voren geschoven.
Voor de regiegroep automotive verwacht men dat
de VRWI het ontwerpadvies zal behandelen op 10 november. Voor de
regiegroep chemie verwacht men een ontwerpadvies in de tweede
helft van november. Dit wordt dan door de VRWI behandeld tijdens
zijn eerstvolgende bijeenkomst. De regiegroep sociale innovatie
is opgestart na het zomerreces. Dat had te maken met de
beschikbaarheid van de verschillende leden. Men verwacht begin
2011 een eindrapport.
We moeten meer keuzes maken en verder werken aan
het speerpuntenbeleid dat de VRWI heeft uitgewerkt. Op basis van
het materiaal dat de regiegroepen aanreiken, wil ik nagaan hoe
we nog verder die keuzes kunnen maken en hoe we ons
instrumentarium daarop kunnen richten.
Onlangs heeft de Vlaamse Regering het groenboek
Een nieuw industrieel beleid voor Vlaanderen voorgesteld als
basis voor het debat. Ik heb aan de voorzitter van de VRWI
gevraagd om na te gaan hoe de VRWI op basis van die
innovatieregiegroepen input kan geven aan de verdere uitwerking
van het industrieel beleid. De zaken moeten op elkaar worden
afgestemd. Zodra de adviezen binnen zijn, kunnen we in overleg
met de commissie nagaan hoe we het instrumentarium nog kunnen
verbeteren. Er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt. Die
keuzes moeten dan worden vertaald in het dagdagelijkse van het
Vlaamse innovatiebeleid.
De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft
het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Ik stel vast
dat alles met een half jaartje is opgeschoven, van juni naar
november. Het belangrijkste is natuurlijk dat de resultaten er
zijn en dat de innovatieregiegroepen een toegevoegde waarde
hebben. Ik kijk samen met u uit naar de resultaten.
De voorzitter: De heer Diependaele heeft het
woord.
De heer Matthias Diependaele: Ik heb
dezelfde vraag. Ik zou graag weten wat er precies wordt begrepen
onder sociale innovatie.
De voorzitter: Minister Lieten heeft het
woord.
Minister Ingrid Lieten: Met sociale
innovatie begeven we ons op nieuw terrein. We willen sociale
innovatie stimuleren en eventueel cofinancieren. We zullen
bepalen waar wij precies op willen inzetten. Ik verwacht dat het
VRWI daar advies over uitbrengt, als insteek voor het debat dat
we daar nog over zullen voeren. Sociale innovatie is inderdaad
een heel ruim begrip. Voor wat de arbeidsmarktorganisatie
betreft, is er al een initiatief, meer bepaald Flanders Synergy,
dat daar al 2 jaar rond werkt.
Sociale innovatie kan ook te maken hebben met
het verder functioneren van het middenveld en met de vraag welke
nieuwe samenwerkingsmodellen mogelijk moeten zijn. Iedereen
heeft daar een beetje zijn mening over. Ik voel niet meteen de
behoefte om dat begrip af te bakenen. We moeten eerst het debat
laten plaatsvinden en het advies afwachten van de VRWI. De vraag
is dan welk deel van de sociale innovatie wij zullen stimuleren
met belastingmiddelen. Dat is de eindvraag die wij moeten
beantwoorden.
De voorzitter: Het incident is gesloten.