Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over de Innovatieregiegroepen

24 maart 2010 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter, minister, in uw beleidsnota hebt u de oprichting van innovatieregiegroepen aangekondigd. Daarover is al heel wat gediscussieerd omdat het innovatielandschap al relatief versnipperd is en omdat verschillende organen hun zeg willen doen. Het komt erop aan de krachten te bundelen. Hopelijk kunnen die innovatieregiegroepen daarin een rol spelen.

In november 2009 gaf u aan de toenmalige Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) – nu Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) – de opdracht om de coördinatie van de innovatieregiegroepen op zich te nemen. In het persbericht dat ter gelegenheid van de nieuwe samenstelling van de VRWI werd verspreid, werd gesteld dat de regiegroepen een strategische innovatieagenda dienen op te zetten voor de middellange termijn, die duidelijke doelstellingen bevat en een stappenplan.

Enkele weken geleden is de VRWI officieel geïnstalleerd. Naar aanleiding van de academische zitting stond de nieuwe voorzitter, Dirk Boogmans, in zijn toespraak even stil bij de taken van de regiegroepen. Hij had het erover dat de regiegroepen gerichte innovatiestrategieën moeten ontwerpen en adviseren. Dat is de kerntaak. Het is inderdaad belangrijk dat er concreet wordt nagedacht over de middellange termijnvisie met betrekking tot innovatie in Vlaanderen. Natuurlijk mag het werk dat de voorbije jaren gebeurde door andere organen niet worden veronachtzaamd. Een dubbele agendasetting en dubbel werk moeten absoluut worden vermeden.

Het is vanzelfsprekend dat de VRWB-speerpuntclusters, die enkele jaren geleden werden geformuleerd, de aandacht toespitsen op een aantal kernsectoren. Ondertussen is de Staten-Generaal van de Industrie opgericht. Dirk Boogmans zei in zijn toespraak dat de innovatieregiegroepen een cruciale bijdrage kunnen leveren voor het welslagen van de Staten- Generaal.

Minister, ik verneem dat er vier regiegroepen zouden worden opgericht. Klopt dat? Over welke regiegroepen gaat het? Wat is de agenda, wat zijn de activiteiten van die groepen? Wat is de timing? Wat verwacht u ervan? Hoe zullen de nieuwe innovatieregiegroepen zich verhouden tot al bestaande instanties, zoals de competentiepolen? Worden ze op elkaar afgestemd om dubbel werk te vermijden? Hoe ziet u de bijdrage die de regiegroepen zullen leveren aan de Staten-Generaal van de Industrie?

De voorzitter: Mevrouw Turan heeft het woord.

Mevrouw Güler Turan: Minister, de Staten-Generaal van de Industrie en de regiegroepen hebben we met minister- president Peeters – de Staten-Generaal – en met u – innovatie – besproken naar aanleiding van de beleidsnota’s.  Toen was afgesproken dat de Staten-Generaal van de Industrie er zou komen en dat dat heel belangrijk was. Misschien was het een te log systeem om cross-sectoraal te denken aan nieuwe technologie. Er was nood aan de regiegroepen die met specifieke competentiepolen gingen samenwerken.

Dat er bij de oprichting van de VRWI is gezegd dat er regiegroepen komen, en dat die ook een cruciale bijdrage kunnen leveren aan de bevindingen van de Staten-Generaal van de Industrie, ligt volledig in de lijn van de verwachtingen. Hoever staat het nu met de oprichting van de regiegroepen? Tegen wanneer mogen we de eerste resultaten verwachten? Welke stappen zullen ze ondernemen om te komen tot een eindresultaat? Over welke periodes gaat het? Zal de commissie hier ook bij worden betrokken? Ik vind dit in elk geval zeer belangrijk voor de Staten-Generaal van de Industrie en voor de werking van de regiegroepen.

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Voorzitter, ik heb de voorzitter van de VRWI gevraagd specifieke innovatieregiegroepen op te richten. De voorzitter zal die regiegroepen samenstellen. Ze zullen bestaan uit een beperkt aantal innovatieleiders en experts. Die mensen zullen worden gekozen uit de bedrijfswereld, de kenniscentra, de professionele organisaties, de vakorganisaties en de overheid.

In overleg met de VRWI is een procedure uitgewerkt. Op vraag van de minister van Innovatie zal de voorzitter van de VRWI de innovatieregiegroepen oprichten. Elke regiegroep is op een bepaald speerpunt of innovatiethema of op een bepaalde sector of problematiek gericht. Elke regiegroep wordt voor een bepaalde periode opgericht. De opvolging moet ervoor zorgen dat maximaal en proactief op de veranderende uitdagingen wordt ingespeeld. De strategische innovatieagenda van elke innovatieregiegroep wordt binnen het kader van de opdracht uitgetekend. De regiegroep moet die agenda aan de VRWI voorleggen. De VRWI brengt hierover advies uit en stuurt dit advies vervolgens, met de strategische innovatieagenda als bijlage, door naar de minister van Innovatie.

De leden van de regiegroep handelen op een ethisch en maatschappelijk verantwoorde wijze met betrekking tot de werkzaamheden van de regiegroep, hun onderzoek of het formuleren van de strategische innovatieagenda. Van de leden wordt verwacht dat ze de doelstellingen en de activiteiten van de regiegroep op een positieve wijze uitdragen en dat ze de confidentialiteit van de beraadslagingen respecteren.

Op 22 februari 2010 heb ik de VRWI gevraagd op korte termijn over te gaan tot het oprichten van innovatieregiegroepen voor de automotive en voertuigindustrie, voor de chemie en voor de sociale innovatie.

Tijdens de vergadering van 23 februari 2010 heeft de VRWI met het principe van de innovatieregiegroepen ingestemd. De voorwaarde is dat er een duidelijke afstemming en taakafbakening moet zijn van en tussen de verschillende platformen die in het kader van Vlaanderen in Actie (ViA) en de Staten-Generaal van de Industrie actief zijn.

Tijdens de eerstvolgende vergadering, op 25 maart 2010, zal de VRWI deze opdracht verder invullen. De regiegroepen voor de voertuigindustrie en de chemie zouden in functie van de timing van de Staten-Generaal van de Industrie moeten werken. Ze moeten immers input voor dit proces leveren. Dit impliceert dat de resultaten in juni 2010 beschikbaar moeten zijn. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) heeft de voorbije jaren een prominente, strategische en objectieve bijdrage tot het proces van de prioriteitsstellingen geleverd. Hiertoe heeft de VRWB onder meer een strategisch langetermijnreferentiekader geleverd. Dit referentiekader, dat zes clusters en dertig prioriteiten omvat, is de resultante van een uitgebreide, expertgebaseerde verkenningsoefening voor technologie en innovatie in Vlaanderen.

Vertrekkend vanuit deze dertig geïdentificeerde prioritaire domeinen binnen de zes clusters is, mede onder impuls van Voka, een verdere verfijning opgezet. Deze verfijning is bedoeld om tot concrete, implementeerbare innovatieprojecten te komen. Deze gezamenlijke inspanning heeft geleid tot de identificatie en de uitwerking van een tiental waardevolle speerpunten. Deze speerpunten en de geïmpliceerde gerichtheid van het innovatiebeleid zijn vervolgens in het Vlaams regeerakkoord voor de legislatuur 2009-2014 opgenomen. De rol en de taak van de innovatieregiegroepen liggen duidelijk in het verlengde van het uitstekende werk dat de stuurgroepen inzake de tien speerpunten hebben geleverd.

De innovatieregiegroep voor de chemie zal vertrekken vanuit het werk dat de stuurgroep Duurzame Chemie heeft verwezenlijkt. De discussies binnen de chemische industrie hebben geleid tot de oprichting van het Flanders strategic Initiative for Sustainable Chemistry (FISCH), het platform voor duurzame chemie. Dit platform heeft de ambitie een duurzame vernieuwing van de Vlaamse chemische industrie tot stand te brengen.

De innovatieregiegroep voor de voertuigindustrie kan elementen uit een aantal geconcretiseerde speerpunten inbrengen. Het gaat dan onder meer om het Strategisch Initiatief Materialen (SIM), dat voor de ontwikkeling van nieuwe materialen voor de toekomst zorgt, om het door IMEC opgestarte COHESI-programma, waarbinnen specialisten inzake de nanoelektronica uit de Vlaamse onderzoeksinstellingen en bedrijven intensief samenwerken op het vlak van complexe heterogene systemen, en het zeer recent officieel van start gegane Vlaams Smart Grids Platform, een platform dat zich op intelligente energienetwerken focust.

In een latere fase zullen de innovatieregiegroepen worden opgestart die verder inpikken op en aansluiten bij de lopende initiatieven en tot op heden verwezenlijkte resultaten. Ik denk hierbij concreet aan het samenwerkingsproject betreffende voeding en gezondheid, aan het plan dat past in de doorbraak van het VIA getiteld ‘Slimme logistieke draaischijf’, aan de denksporen van de stuurgroep Maakindustrie en, tot slot, aan de discussies in de stuurgroep ehealth met betrekking tot het Medisch Centrum Vlaanderen. Daarnaast kunnen, vertrekkend vanuit hetzelfde referentiekader met zes clusters en dertig prioriteiten, ook tal van andere initiatieven spontaan ontstaan. Een voorbeeld hiervan is Neuro-Electronics Research Flanders (NERF).

De Vlaamse Regering wil de Vlaamse economie tijdens een versneld veranderingsproces gericht ondersteunen. Het DNA van de Vlaamse economie zal hierbij grondig worden vernieuwd. De innovatie staat hierbij centraal op de agenda. Het gaat dan om transformatie door middel van een economisch, sociaal, ecologisch en maatschappelijk duurzame en verantwoorde innovatie.

Om dit doel te bereiken, hebben we een ambitieuze innovatiestrategie nodig. Die strategie moet verder reiken dan het traditionele, horizontale innovatiebeleid. Dit horizontale beleid moet worden geoptimaliseerd en door een gericht innovatiebeleid worden gecomplementeerd. Dit innovatiebeleid moet keuzes durven maken, een focus aanbrengen, accenten leggen en specifieke beleidsmaatregelen inhouden.

Om deze ambitie waar te maken, heeft de minister van Innovatie de VRWI gevraagd de juiste fora op te richten om het beleid mee vorm te geven. De regiegroepen worden uitgenodigd om een strategische innovatieagenda voor de middellange termijn uit te tekenen. Deze agenda moet duidelijke strategische en operationele doelstellingen, meetindicatoren en een stappenplan voor de aanpak van de maatschappelijke en economische uitdagingen bevatten. Er zijn vijf toetsingscriteria voor de gerichte innovatiestrategieën. Innovatie moet als hefboom voor duurzame, gediversifieerde tewerkstelling fungeren. Er moet een economisch en maatschappelijk belang zijn. De strategieën moeten worden ingepast in of een link hebben met de speerpuntclusters die in het Vlaams regeerakkoord zijn opgenomen. Het horizontaal innovatiebeleid en de gerichte innovatiestrategieën moeten in een nieuw, coherent innovatiepact worden geïntegreerd en geconsolideerd.

De regiegroepen zullen bijdragen tot de versterking en de stimulering van de innovatiecultuur in het desbetreffend maatschappelijk of economisch gebied, van het leiderschap in de sturing van de innovatie om het DNA van het Vlaams economisch weefsel grondig te vernieuwen met het oog op duurzame economische groei en werkgelegenheid, van de capaciteit van een sector om innovatieprioriteiten te formuleren en om aangepaste innovatiestrategieën te ontwikkelen en te implementeren, van de samenwerking tussen de verschillende spelers in het veld en tussen de bedrijfswereld en de kennisinstellingen, van gericht beleidsadvies dat een bijdrage tot een sterker innovatiebeleid levert en van de internationale positionering van Vlaanderen als een innovatieregio.

De resultaten van de innovatieregiegroepen zullen als input voor de Staten-Generaal van de Industrie dienen. Gezien de timing van de Staten-Generaal van de Industrie, worden de eerste concrete plannen in juni 2010 verwacht. De globale doelstelling is de versterking van de verankering van economische activiteiten met duurzame en gediversifieerde tewerkstelling in het Vlaamse Gewest door middel van de stimulering van innovatie. Hierbij zal ook worden gezocht naar aansluiting bij en afstemming op het duurzaam investeringsplan dat de Vlaamse Regering in de  loop van deze legislatuur tot stand wil brengen.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik denk dat we nu wat meer zicht hebben op de opzet van de regiegroepen. Het lijkt me belangrijk een horizontaal innovatiebeleid te voeren. Dit is de afgelopen jaren overigens ook gevoerd. We moeten echter ook verticaal durven denken. Op die manier moeten we erin slagen een aantal zaken op te lijsten en naar voren te schuiven. We hebben er in het verleden steeds voor gepleit deze verticale aanpak niet te vergeten.

Ik hoop dat de regiegroepen voor een nieuwe stimulans zullen zorgen. Ik ben blij dat ze in de structuur van de VRWI zijn ingebed en dat hiervoor geen nieuwe structuur wordt gecreëerd. De boodschap is zeer ruim. We gaan uit van zes clusters en van tien speerpunten. Volgens mij moeten we durven nog meer te specialiseren en nog meer keuzes te maken. De uitgangspunten stellen me in elk geval gerust. Hetzelfde geldt voor de scherpe timing. Het wordt geen nieuw discussieplatform waarbij een aantal experts op een gezellige avond eens samenkomen en hun tijd nemen. Er is een strikte timing. Voor een aantal sectoren is die timing heel duidelijk gericht. We zullen deze zaak opvolgen. Ik kijk al uit naar juni 2010 en naar de resultaten die de eerste twee regiegroepen binnen drie maanden zullen kunnen voorleggen.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel