Vraag om Uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, van mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over de verdelingsleutel van de BOF-middelen (Bijzonder Onderzoeksfonds)

24 maart 2010 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter, dit is een veeleer technische vraag om uitleg over de verdeling van de middelen die het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) jaarlijks aan de Vlaamse universiteiten toekent voor de financiering van fundamenteel onderzoek. De verdeling tussen de universiteiten gebeurt op basis van een verdeelsleutel die enkele jaren geleden is opgezet om deze verdeling te objectiveren. Daarin speelt onder meer het aantal tweedecyclusdiploma’s, doctoraatsdiploma’s, publicaties en citaties een rol. Het gewicht van publicaties en citaties die sinds 2003 in de verdeelsleutel zijn opgenomen, zal de komende jaren licht stijgen, ten koste van het uitdovend belang van werking en personeel. Ook diversiteit en mobiliteit wordt, zij het in beperkte mate, in rekening gebracht. De hoofdmoot van de BOF-financiering is ingeschreven op de onderwijsbegroting.

De BOF-verdeelsleutel werd door de universiteiten mee onderhandeld, en zal binnen enkele jaren aan herziening toe zijn. Het spreekt vanzelf dat een dergelijke verdeelsleutel steeds een delicate oefening is wat het bepalen van de relevante parameters betreft, aangezien dit een directe impact heeft op de financiële middelen die de universiteiten toegewezen krijgen. Er bereikten mij vanuit academische hoek een aantal kritische opmerkingen over de verdeelsleutel die ik graag met u wil bespreken.

De voornaamste kritiek betreft de complexiteit en intransparantie van de verdeelsleutel. Zo zou de ingewikkelde berekeningswijze het voor onderzoekers moeilijk maken om in te schatten in hoeverre een bepaalde publicatie bijdraagt tot het aandeel van zijn of haar universiteit. Een publicatie in een tijdschrift met een lage impactfactor kan zelfs een negatieve impact hebben op de middelen die een universiteit krijgt toegewezen.

Er wordt ook geopperd dat de opbouw van de BOF-sleutel ervoor zorgt dat Vlaamse onderzoekers tegen elkaar worden uitgespeeld, terwijl zij zich net met de rest van de wereld zouden moeten meten om zo tot excellentie te komen van de Vlaamse universitaire wereld.

Ten slotte worden vragen gesteld over de mate waarin de huidige verdeelsleutel excellentie in bepaalde sectoren sterker beloont. Publicaties in de experimentele wetenschappen leiden door de hogere impactfactoren van hun vakbladen bijvoorbeeld sneller tot extra middelen voor de universiteit in kwestie. Die spanning zou nogal hoog oplopen in kleinere wetenschappelijke branches waar de impact heel klein is, terwijl in belangrijke en meer strategische richtingen de spanning tussen 1 en 50 ligt, wat relatief veel is.

Verder wordt geponeerd dat uitmuntende wetenschappers uit specifieke nichetakken in het huidige systeem weinig zouden worden aangemoedigd om te publiceren door de zeer lage impactfactor van hun vaktijdschriften.

Minister, hoe evalueert u de huidige verdeelsleutel van de BOF-middelen? In hoeverre bestaat de noodzaak om de BOF-sleutel in de toekomst transparanter te maken? In welke mate kent de huidige verdeelsleutel aan bepaalde sectoren of wetenschapstakken een zwaarder gewicht toe?

Worden de speerpunten die de Vlaamse Regering naar voren heeft geschoven met betrekking tot innovatie meegenomen in het gewicht dat een wetenschapstak krijgt in de verdeelsleutel?

Acht u het, de promotie van excellentie indachtig, nodig om internationale vergelijking sterker te laten meespelen in de verdeling van de BOF-middelen? Plant u in de toekomst overleg met de universiteiten om die BOF-sleutel te evalueren?

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Het is een terechte opmerking dat de BOF-sleutel geëvolueerd is naar een zeer complex mechanisme. Complex betekent echter niet hetzelfde als ondoorzichtig. Voor een buitenstaander – en daar rekende ik mezelf in het begin ook bij – kan de sleutel als zeer ondoorzichtig overkomen, maar de bouwstenen zijn door alle betrokkenen perfect gekend.

De sleutel is het resultaat van het overleg tussen alle Vlaamse universiteiten. Hij is uitgedacht, getest en goed bevonden door de Werkgroep Onderzoek van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en overgenomen door de toenmalige minister. Uiteraard moet de mogelijkheid onderzocht worden om in 2012 de BOF-sleutel beduidend eenvoudiger te maken, onder meer door te kijken of met minder parameters nagenoeg hetzelfde resultaat kan worden bereikt. Zoals vermeld in onze beleidsnota, streven we naar een vermindering van administratieve overlast en dit kan al een stap in de goede richting zijn.

Vlaanderen zal in de komende maanden bijdragen aan een OESO-studie over Performance-Based Funding. De resultaten van deze internationale vergelijking zullen worden opgenomen in de voorbereiding van een eventuele herziening.

De impactfactoren die bewust door de VLIR-werkgroep als parameter voor onderzoeksvisibiliteit gekozen zijn, hebben inderdaad als effect dat bepaalde takken zwaarder wegen in de verdeelsleutel. Het is niet de bedoeling van de BOF- sleutel om instellingen te stimuleren om in bepaalde sectoren meer te investeren, noch dat onderzoekers inschatten in hoeverre een bepaalde publicatie bijdraagt tot het aandeel van zijn of haar universiteit. De BOF-sleutel is een verdeelmechanisme voor onderzoeksmiddelen over de universiteiten. Hij is dus zeker niet ontwikkeld om de performantie van individuen of onderzoeksgroepen in kaart te brengen, te evalueren of te stimuleren.

Na verdeling van de middelen over de universiteiten, worden ze binnen de universiteiten verdeeld op basis van andere mechanismen en van de principes van de universiteiten zoals projectaanvragen met peer review en waarden en normen van de universiteiten zelf. De sleutel wordt dus niet doorgetrokken naar interne middelenverdeling. We zijn ons ervan bewust dat een performantiegerichte sleutel het risico met zich meedraagt van ongewenste neveneffecten. Bij een herziening zullen we zeker zoveel mogelijk trachten die neveneffecten te neutraliseren.

De BOF-middelen zijn middelen voor niet-gericht onderzoek waarmee de universiteiten hun eigen beleid voeren. De overheid past hier een strikt bottom-upbeleid toe. Het is niet onze bedoeling om via de BOF-middelen in te grijpen in de strategische onderzoeksplanning van de universiteiten. Dit is de academische vrijheid. Naast het voortzetten van dit bottomupbeleid is het duidelijk dat er bovendien prioritair moet worden ingezet op een aantal speerpuntdomeinen die tot nu toe via andere kanalen dan de BOF-middelen werden gefinancierd.

Impactfactoren zijn een internationale maatstaf voor onderzoeksexcellentie. Anderzijds wordt internationale excellentie nu ook als criterium gebruikt door de universiteiten bij de toekenning van de Methusalem-middelen. Ook bij de selectie van kandidaten voor de andere middelen staat het hen vrij dit mee te nemen.

Bij de algemene verdeling van de middelen zullen performantiemeting en excellentie ook in de toekomst een belangrijke rol behouden in een gewijzigde BOF-sleutel. Daarin kan inderdaad nog meer plaats zijn voor internationale excellentie.
 
Om na te gaan hoe internationale competitie, als uiting van excellentie, kan bijdragen tot een correcte verdeling van de BOF-middelen, is echter verdere analyse nodig, samen met de partners.

In de niet zo verre toekomst zullen we overleg opstarten over de voorbereiding van de nieuwe sleutel om zeker klaar te zijn tegen 2012. Daarbij zullen uiteraard ook de universiteiten gehoord worden. We zullen het systeem dan verder evolueren.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel