Aan de basis liggen een
aantal problemen, maar er zijn ook sterke punten:
1. De concurrentie vanuit groeilanden als India
en China wordt belangrijker. De lonen zijn er lager en deze
landen beschikken over grotere patiëntenpopulaties als het op
klinische studies aankomt. De regelgevingen en
veiligheidsvoorwaarden voor klinische trials zouden er ook niet
altijd even strikt zijn als bij ons, een waarop wij als Vlaamse
Overheid uiteraard geen vragende partij zijn om toegevingen te
doen.
2. Wij scoren in Vlaanderen beter
als het gaat over klinische studies fase I en II (de vroege
onderzoeksfasen) waar het eerder aankomt op wetenschappelijke
expertise en knowhow. Als overheid vind ik dat we deze
verworvenheid maximaal moeten ondersteunen. De federale overheid
heeft de goedkeuringsprocedure voor clinical trials in België
inmiddels verkort tot een goedkeuringstermijn van 2 weken,
momenteel (samen met het UK) de kortste procedure van heel
Europa.
3. De ontwikkeling van een nieuw
geneesmiddel vergt 10 jaar onderzoek. Vervolgens moet een
administratieve procedure worden doorlopen die 2 à 3 jaar in
beslag neemt. De Tijd om de kost van O&O (algauw 1 miljard
dollar) terug te verdienen is vervolgens beperkt tot de periode
waarbij het product verkocht kan worden binnen octrooi, dus
hoogstens nog een tiental jaren.
4. Een aantal belangrijke patenten voor molecules lopen
binnenkort af en er zitten weinig nieuwe molecules in de
pipeline. Nieuwe molecules zullen ingezet moeten worden in
complexere ziektedomeinen dan voorheen, zoals kanker of
neurodegeneratieve aandoeningen of genetische deficiënties. Dit
impliceert veel meer gespecialiseerde research, met de inbreng
van biotechnologie, met de kans ook dat men toepassingen
ontwikkelt voor veel beperktere patiëntenpopulaties. Deze nieuwe
trend in de geneeskunde veronderstelt dat de farmaindustrie een
structurele aanpassing van de sector is al enkele jaren aan de
gang en is niet meer dan een gepast antwoord op een gepaste
vraag.
5. Federale fiscale maatregelen
stimuleren de research. De farmasector verwelkomt de invoering
van de notionele intrestaftrek, de vermindering van de
voorheffingen op onderzoekers en de vermindering ban belastingen
op inkomsten uit octrooien.
6. Uiteraard
is de ziekteverzekering een federale bevoegdheid. Dit neemt niet
weg dat ik toch akte heb genomen van een aantal problemen die
mij vanuit de sector gesignaleerd worden inzake
terugbetalingsvoorwaarden en prijszetting van nieuwe
geneesmiddelen.
Dit zijn de punten
waarvan ik akte heb genomen tijdens de verschillende contacten
met de farmasector. Als minister-president ben ik best wel fier
op de farmasector in Vlaanderen. Ik weet dat heel wat van onze
bedrijven wereldspelers zijn en ik wil er dan ook alles aan doen
om ze hier te houden en nieuwe investeringen - daar waar
mogelijk en haalbaar - naar Vlaanderen te halen.
De heer Koen Van den Heuvel:
Acht u het nodig initiatieven te nemen om de
competitiviteit van de sector te ondersteunen en zo ja, welke
initiatieven staan in het vooruitzicht?
Minister-president Kris Peeters:
Zoals u weet heeft de Europese top voor
regeringsleiders recent de Europa 2020 strategie goedgekeurd,
waarbij 3% investeringen van het bruto binnenlands product in
O&O door overheid en bedrijven één van de streefdoelen blijft.
We weten ook dat de Belgische farmasector goed is voor 40% van
de private O&O-investeringen in België. Vandaar dat we als
overheid het belang onderschrijven van een competitieve uitbouw
en ondersteuning van de farmasector als belangrijke motor voor
de kennisgebaseerde bio-economie. Bovendien deel ik de mening
dat de farmasector een aantal antwoorden zal kunnen formuleren
op de steeds groeiende uitdagingen die de vergrijzing van de
bevolking en de toenemende prevalentie van een aantal chronische
aandoeningen stellen, niet in het minst om de kosten van de
gezondheidzorg op termijn onder controle te kunnen houden.
Voor wat de Vlaamse farmasector betreft, liggen
de ViA doelstellingen, vormgegeven in Vlaanderen Medische
Centrum (VMC), alvast goed in lijn om bij te dragen tot de EU
2020 strategie. Vlaanderen Medisch Centrum heeft als
doelstelling om biomedisch onderzoek en innovatie samen met
innovatie in de gezondheidszorg te laten bijdragen om Vlaanderen
in 2020 tot de top 5 van de kennisregio's te laten behoren ...
In Vlaanderen kan de farmasector zich alvast
beroepen op een uitgebreid O&O steuninstrumentarium. We
vermelden het IWT, de kapitaalfondsen, ... Naast de
complementaire steunmaatregelen van IWT en de structurele
financiering van het strategische onderzoekscentrum VIB,
lanceerde de Vlaamse Regering recent eveneens nieuwe
initiatieven ter ondersteuning van de farmasector op vlak van
translationeel onderzoek.
De Vlaamse
Regering wenst de biotechbelofte van gepersonaliseerde,
voorspelbare en preventieve geneeskunde sterk industriegedreven
te maken. Om dit te faciliteren werd het Centrum Medische
Innovatie (CMI) opgericht. De Vlaamse Regering beoogt hiermee
ook nieuwe werkingsmodellen in open innovatie te faciliteren,
waarbij samenwerking met KMO's en academische onderzoeksgroepen
wordt gestimuleerd. Voor verdere informatie hieromtrent verwijs
ik u naar collega Ingrid Lieten.
In
overleg met het departement Economie, Wetenschap en Innovatie
wordt momenteel ook nagegaan in welke mate het triple helix
model - met een intense interactie tussen academische omgeving -
optimaal geïmplementeerd kan worden in Vlaanderen.
Dat de problemen in de farma-industrie zich niet
beperken tot Vlaanderen alleen, moge ook blijken uit het
Europees Innovatieve Medicines Initiative (IMI), een
publiekprivate samenwerking gefinancierd door de Europese
commissie en de Europea Federation of Pharmaceutical Industries
and Associations (EFPIA), de koepelorganisaties voor de Europese
farma-industrie. Beide partners brengen elk 1 miljard euro in om
samen de barrières in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen
en behandelingen op te heffen. Hierbij wordt gekozen voor de
methode van open innovatie. Op wereldvlak is dit initiatief
zeker niet het enige om de farma-industrie te ondersteunen, maar
het is wel één van de meest ambitieuze.
De heer Koen Van den Heuvel:
Is er reeds overleg geweest met de federale overheid met
betrekking tot deze problematiek en zo ja, wat was hiervan het
resultaat?
Minister-president Kris
Peeters: Regulering van de markt van
de geneesmiddelen mag dan een bevoegdheid zijn van de federale
regering, een passende regulering op maat voor Vlaanderen is
cruciaal bij het creëren van gunstige randvoorwaarden voor de
implementatie van Vlaanderen Medisch Centrum.
Zoals u zult begrijpen hecht ik dan ook bijzonder
veel belang aan een regelmatig contact met de federale overheid
hieromtrent. Het is trouwens zo dat de farmasector in Wallonië
en in Brussel ook voor een belangrijk deel van de O&O instaat.
Dit onderstreept nogmaals het belang van een geïntegreerd
beleid.
Ik kan u zeggen dat de contacten
met de federale overheid steeds verlopen in een constructieve
sfeer.