Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel tot de heer Kris Peeters, Minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de moeilijkheden in de farmasector

1 april 2010

De heer Koen Van den Heuvel: Hoe evalueert u de recente jobverliezen in de farmasector? Hebt u nog contact gehad met de vertegenwoordigers van de sector?

Minister-president Kris Peeters: Wereldwijd wordt de farmasector op dit ogenblik getroffen door een golf van herstructureringen. In 2008 bedroeg de rechtstreekse tewerkstelling in België 29.600 personen. Uiteraard betreur ik samen met u de recente jobverliezen. Ik heb hierover contact gehad met de vertegenwoordigers van de sector. Voor 2009-2010 vreest de sector een daling van de tewerkstelling met 1 à 2%.

Aan de basis liggen een aantal problemen, maar er zijn ook sterke punten:

1. De concurrentie vanuit groeilanden als India en China wordt belangrijker. De lonen zijn er lager en deze landen beschikken over grotere patiëntenpopulaties als het op klinische studies aankomt. De regelgevingen en veiligheidsvoorwaarden voor klinische trials zouden er ook niet altijd even strikt zijn als bij ons, een waarop wij als Vlaamse Overheid uiteraard geen vragende partij zijn om toegevingen te doen.

2. Wij scoren in Vlaanderen beter als het gaat over klinische studies fase I en II (de vroege onderzoeksfasen) waar het eerder aankomt op wetenschappelijke expertise en knowhow. Als overheid vind ik dat we deze verworvenheid maximaal moeten ondersteunen. De federale overheid heeft de goedkeuringsprocedure voor clinical trials in België inmiddels verkort tot een goedkeuringstermijn van 2 weken, momenteel (samen met het UK) de kortste procedure van heel Europa.

3. De ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel vergt 10 jaar onderzoek. Vervolgens moet een administratieve procedure worden doorlopen die 2 à 3 jaar in beslag neemt. De Tijd om de kost van O&O (algauw 1 miljard dollar) terug te verdienen is vervolgens beperkt tot de periode waarbij het product verkocht kan worden binnen octrooi, dus hoogstens nog een  tiental jaren.

4. Een aantal belangrijke patenten voor molecules lopen binnenkort af en er zitten weinig nieuwe molecules in de pipeline. Nieuwe molecules zullen ingezet moeten worden in complexere ziektedomeinen dan voorheen, zoals kanker of neurodegeneratieve aandoeningen of genetische deficiënties. Dit impliceert veel meer gespecialiseerde research, met de inbreng van biotechnologie, met de kans ook dat men toepassingen ontwikkelt voor veel beperktere patiëntenpopulaties. Deze nieuwe trend in de geneeskunde veronderstelt dat de farmaindustrie een structurele aanpassing van de sector is al enkele jaren aan de gang en is niet meer dan een gepast antwoord op een gepaste vraag.

5. Federale fiscale maatregelen stimuleren de research. De farmasector verwelkomt de invoering van de notionele intrestaftrek, de vermindering van de voorheffingen op onderzoekers en de vermindering ban belastingen op inkomsten uit octrooien.

6. Uiteraard is de ziekteverzekering een federale bevoegdheid. Dit neemt niet weg dat ik toch akte heb genomen van een aantal problemen die mij vanuit de sector gesignaleerd worden inzake terugbetalingsvoorwaarden en prijszetting van nieuwe geneesmiddelen.

Dit zijn de punten waarvan ik akte heb genomen tijdens de verschillende contacten met de farmasector. Als minister-president ben ik best wel fier op de farmasector in Vlaanderen. Ik weet dat heel wat van onze bedrijven wereldspelers zijn en ik wil er dan ook alles aan doen om ze hier te houden en nieuwe investeringen - daar waar mogelijk en haalbaar - naar Vlaanderen te halen.

De heer Koen Van den Heuvel: Acht u het nodig initiatieven te nemen om de competitiviteit van de sector te ondersteunen en zo ja, welke initiatieven staan in het vooruitzicht?

Minister-president Kris Peeters: Zoals u weet heeft de Europese top voor regeringsleiders recent de Europa 2020 strategie goedgekeurd, waarbij 3% investeringen van het bruto binnenlands product in O&O door overheid en bedrijven één van de streefdoelen blijft. We weten ook dat de Belgische farmasector goed is voor 40% van de private O&O-investeringen in België. Vandaar dat we als overheid het belang onderschrijven van een competitieve uitbouw en ondersteuning van de farmasector als belangrijke motor voor de kennisgebaseerde bio-economie. Bovendien deel ik de mening dat de farmasector een aantal antwoorden zal kunnen formuleren op de steeds groeiende uitdagingen die de vergrijzing van de bevolking en de toenemende prevalentie van een aantal chronische aandoeningen stellen, niet in het minst om de kosten van de gezondheidzorg op termijn onder controle te kunnen houden.

Voor wat de Vlaamse farmasector betreft, liggen de ViA doelstellingen, vormgegeven in Vlaanderen Medische Centrum (VMC), alvast goed in lijn om bij te dragen tot de EU 2020 strategie. Vlaanderen Medisch Centrum heeft als doelstelling om biomedisch onderzoek en innovatie samen met innovatie in de gezondheidszorg te laten bijdragen om Vlaanderen in 2020 tot de top 5 van de kennisregio's te laten behoren ...

In Vlaanderen kan de farmasector zich alvast beroepen op een uitgebreid O&O steuninstrumentarium. We vermelden het IWT, de kapitaalfondsen, ... Naast de complementaire steunmaatregelen van IWT en de structurele financiering van het strategische onderzoekscentrum VIB, lanceerde de Vlaamse Regering recent eveneens nieuwe initiatieven ter ondersteuning van de farmasector op vlak van translationeel onderzoek.

De Vlaamse Regering wenst de biotechbelofte van gepersonaliseerde, voorspelbare en preventieve geneeskunde sterk industriegedreven te maken. Om dit te faciliteren werd het Centrum Medische Innovatie (CMI) opgericht. De Vlaamse Regering beoogt hiermee ook nieuwe werkingsmodellen in open innovatie te faciliteren, waarbij samenwerking met KMO's en academische onderzoeksgroepen wordt gestimuleerd. Voor verdere informatie hieromtrent verwijs ik u naar collega Ingrid Lieten.

In overleg met het departement Economie, Wetenschap en Innovatie wordt momenteel ook nagegaan in welke mate het triple helix model - met een intense interactie tussen academische omgeving - optimaal geïmplementeerd kan worden in Vlaanderen.

Dat de problemen in de farma-industrie zich niet beperken tot Vlaanderen alleen, moge ook blijken uit het Europees Innovatieve Medicines Initiative (IMI), een publiekprivate samenwerking gefinancierd door de Europese commissie en de Europea Federation of Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA), de koepelorganisaties voor de Europese farma-industrie. Beide partners brengen elk 1 miljard euro in om samen de barrières in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en behandelingen op te heffen. Hierbij wordt gekozen voor de methode van open innovatie. Op wereldvlak is dit initiatief zeker niet het enige om de farma-industrie te ondersteunen, maar het is wel één van de meest ambitieuze.

De heer Koen Van den Heuvel: Is er reeds overleg geweest met de federale overheid met betrekking tot deze problematiek en zo ja, wat was hiervan het resultaat?

Minister-president Kris Peeters: Regulering van de markt van de geneesmiddelen mag dan een bevoegdheid zijn van de federale regering, een passende regulering op maat voor Vlaanderen is cruciaal bij het creëren van gunstige randvoorwaarden voor de implementatie van Vlaanderen Medisch Centrum.

Zoals u zult begrijpen hecht ik dan ook bijzonder veel belang aan een regelmatig contact met de federale overheid hieromtrent. Het is trouwens zo dat de farmasector in Wallonië en in Brussel ook voor een belangrijk deel van de O&O instaat. Dit onderstreept nogmaals het belang van een geïntegreerd beleid.

Ik kan u zeggen dat de contacten met de federale overheid steeds verlopen in een constructieve sfeer.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel