Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over de lancering van een slim netwerk voor stroomdistributie

1 juli 2010

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, begin juni hebt u in de hoofdstad van de provincie Limburg een eerste Europese demonstratie van de smart grid gelanceerd. Het ontwikkelen van een smart grid is nodig om ons distributienet klaar te maken voor meer decentrale stroomproductie, via zonnepanelen, windturbines enzovoort. De smart grid die nu wordt getest, mikt op een extra capaciteit van 50 percent tegen een kostprijs die 10 percent bedraagt in vergelijking met een normale uitbreiding van het net.

Verder heb ik vernomen dat het project concreet wordt opgestart in de gemeenten Lommel en Opglabbeek, waar 128 slimme omvormers voor zonnepanelen worden geplaatst. Ook de stroomdistributeur Infrax en de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) hebben hun medewerking toegezegd. De Europese Commissie zorgt voor cofinanciering.

Minister, wat is de concrete timing van dit project? Wanneer zullen de resultaten bekend worden gemaakt? Wat is de bijdrage van de LRM in dit project? Op welke manier werd het Vlaams Smart Grid Platform (VSGP), een initiatief van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), bij dit project betrokken? Op welke manier zal dit project concreet bijdragen aan de uitbouw van een smart grid in heel Vlaanderen? Wat is de timing voor de verdere uitbouw van een smart grid in de rest van Vlaanderen?

De voorzitter: De heer Martens heeft het woord.

De heer Bart Martens: Naast het Infrax-proefproject hebben we ook het proefproject van Eandis in Hombeek en Leest. Het is goed dat er met verschillende technologieën wordt geëxperimenteerd. Infrax gebruikt voor haar datacommunicatie voor de uitlezing van de slimme meters de kabel. Eandis gebruikt Power Line Communication. Dat zijn digitale signalen die over het elektriciteitsnet worden gestuurd. Het is goed dat het Vlaamse Gewest dat goed opvolgt, welke datacommunicatie welk resultaten oplevert en op welke manier een uitrol over heel Vlaanderen op de meest kostenefficiënte en -effectieve manier kan gebeuren.

Ik ondersteun daarom de vraag van de heer Van den Heuvel tot het goed opvolgen van die proefprojecten, zowel die van Infrax als die van Eandis, om daar lering uit te trekken. Voor het licht op groen wordt gezet voor een brede uitrol, moeten we dat met alle kennis van zaken doen. Die ontwikkeling is te belangrijk om ze alleen aan de distributienetbeheerders over te laten. Vlaanderen moet een serieuze vinger in de pap krijgen. Een manier om dat te doen is misschien het VSGP, waar alle ervaringen worden uitgewisseld. Het is goed dat het Vlaamse Gewest dat van heel nabij opvolgt, te meer omdat het een van de kernacties is van ViA, dat de ambitie formuleert om tegen 2020 heel Vlaanderen van zo’n slim netwerk te voorzien.

De voorzitter: De heer Watteeuw heeft het woord.

De heer Filip Watteeuw: Ik sluit me aan bij deze vraag om uitleg en onderschrijf de woorden van de heer Martens. Het is heel belangrijk dat Vlaanderen opvolgt wat er gebeurt, we moeten dat niet zomaar overlaten aan de distributienetbeheerder. We moeten zelf bepalen wat het concept van de smart grid zal zijn, we kunnen verschillende richtingen uit.

Straks hebben we de bespreking van het voorstel van resolutie over de elektrische voertuigen op groene stroom. Er zijn enkele ontwikkelingen aan de gang die mogelijk zouden maken met die elektrische wagens te werken om die smart grid uit te bouwen. Als het gaat over energie van ‘grid to vehicle’ en omgekeerd, dan is dat een andere manier van denken over de smart grid. Het is dus heel belangrijk om nu te zeggen welke toepassingen we in de toekomst willen gebruiken en hoe het concept eruit zal zien.

De voorzitter: De heer Janssens heeft het woord.

De heer Chris Janssens: Over enkele jaren zal het elektriciteitsnet in ons land er helemaal anders uitzien. Ik dacht dat het de bedoeling was om binnen 3 tot 5 jaar een eerste grote testomgeving te creëren voor slimme elektriciteitsnetten in Vlaanderen. Intussen heeft Voka het initiatief genomen voor het Vlaams Smart Grid Platform. Voka is een organisatie voor de bedrijfswereld, dus wordt de bedrijfswereld concreet betrokken bij dit project.

Op het voormalige mijnterrein in Waterschei in mijn thuisstad Genk wordt de nieuwe Energyville-campus gebouwd, dat de expertise met betrekking tot energie graag zou willen bundelen op één locatie. Hoe zal Energyville worden betrokken bij het uitwerken van die slimme elektriciteitsnetten? Welke plaats heeft de eindgebruiker in het begin van het verhaal van de ontwikkeling van dit nieuwe elektriciteitsnet?

Mevrouw Patricia Ceysens: In de vorige legislatuur hebben we dit project met de steun van het IWT mogelijk gemaakt. Dat was een van de clusters in ViA. Het was een van de moeilijkste zaken om private-marktpartijen voldoende te betrekken. In windenergie waren er wat industriële spelers, in zonne-energie ook, maar in het smart grid kom je heel snel bij publieke spelers uit. Toch zijn we er toen in geslaagd om ook te focussen op verzilveren en vermarkten. Het blijft onze bekommernis dat er niet alleen publieke spelers aan zet zijn, maar dat er een voldoende spin-off kan gebeuren naar bedrijven, die vooral in IT bedreven zijn. We kunnen hen ook vragen om aan deze nieuwe ontwikkeling mee te werken.

De voorzitter: Minister Ingrid Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Ik denk dat we allemaal het enthousiasme voor dit project delen. Conform het Grant Agreement van de Europese Commissie zullen de 128 residentiële omvormers, die in Opglabbeek worden geplaatst, en de 31 industriële omvormers die in Lommel worden geplaatst, geïnstalleerd zijn tegen het begin van 2012. De resultaten van dit proefproject zouden bekend moeten zijn op 31 mei 2014.

LRM investeert vandaag geen eigen middelen in het MetaPV-project, maar is wel medeontwikkelaar van het project, en investeert dus mankracht in de coördinatie ervan. LRM krijgt net zoals de andere consortiumpartners Europese subsidies voor de gepresteerde inspanningen in het kader van het MetaPV-project. Indien er LRM-middelen worden ingezet voor de realisatie van PV-zonnepanelenprojecten in het kader van het MetaPV-project – vandaag is deze beslissing nog niet genomen – zal de inzet van deze middelen binnen de rendementsgebonden strategie van LRM moeten gebeuren.

Toen dit project werd ingediend bij Europa in 2008 bestond het Vlaams Smart Grid Platform nog niet en werd dus ook niet betrokken. Vandaag stelt 3E als coördinator van MetaPV aan het VSGP publieke informatie over het project ter beschikking. Infrax zelf is ook lid van het Vlaams Smart Grid Platform en zal samen met 3E zorgen voor de doorstroming van informatie naar de andere partners.

Het project zal uiteraard bijdragen aan de uitbouw daarvan door de concrete demonstratie van de mogelijkheden van netondersteuning door zonne-energie. Het project beoogt aan te tonen dat door intelligente technologie de opnamecapaciteit van de distributienetten voor zonne-energie met 50 percent verhoogd kan worden ten opzichte van de huidige situatie. Dat betekent dat er maar 10 percent van de kostprijs voor een netversterking nodig is om hetzelfde effect te halen. De grootste doelstelling van dit project is te kijken of dat effectief kan worden gerealiseerd. Dat is de unieke positie van dit project omdat dat enorme effecten zou kunnen hebben. Als we het later moeten uitrollen over heel Vlaanderen, zou dat gepaard kunnen gaan met veel minder investeringskosten dan andere systemen. Nu laten we dat uittesten, laten we zien of de beoogde doelstellingen effectief kunnen worden bereikt en bekijken we hoe dat kan worden uitgerold op een grootschaligere manier.

De distributienetbeheerders Eandis, Infrax en Provinciale Brabantse Energiemaatschappij (PBE) beogen een stapsgewijze aanpak voor de invoering van slimme meters. Ze hebben een consensus bereikt over een plan van aanpak en de pilootprojecten die elk zal opstarten. De grote plannen zijn: 2009-2010: voorbereiding, implementatie en testen van 4.000 meters in Leest en Hombeek; 2011-2012: voorbereiding, implementatie en testen van 40.000 meters; 2013: voorbereiding voor volledige uitrol van 4 miljoen meters vanaf 2014 in heel Vlaanderen, uiteraard na de positieve evaluatie die er nog moet komen van iedere projectfase.

Voorts zijn er projecten vanuit de kennisinstellingen lopende. Zo zou de eerste grootschalige test voor de invoering van slimme meters die loopt via het IWT-onderzoeksproject Linear, in 2014 afgerond moeten zijn. Dit doorbraakproject wil een eerste cruciale stap zetten in de transitie naar slimme netten. De valorisatie van dit project situeert zich op drie niveaus: het stimuleren van technologische innovaties, het verwerven van noodzakelijke praktijkkennis door grootschalige pilootprojecten en het formuleren van praktische voorstellen voor een flankerend en  stimulerend beleid.

Het project loopt over 5 jaar. De onderzoekspartners zijn de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) de K.U.Leuven, het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT) en het Interuniversitair Micro- elektronicacentrum (IMEC). Verschillende bedrijven zijn bij het project betrokken, waaronder Infrax, Eandis, Telenet, Belgacom, Alcatel-Lucent, Niko, Laborelec en Electrabel. Momenteel zijn eveneens onderhandelingen bezig met betrekking tot drie demoprojecten in drie Vlaamse steden, elk rond virtual power plant, smart neighbourhoods en laad- en betaalinfrastructuur voor wagens. Die projecten zouden in 2012 opgestart moeten worden.

Ik deel het enthousiasme maar ook de bezorgdheid dat we dat op een gecoördineerde manier moeten doen en dat alle partners, zowel de onderzoeksinstellingen, de distributienetbeheerders als de bedrijven, zouden kunnen leren van elkaar. Dat is de beleidsdoelstelling. Daartoe heb ik de steun van alle partners. We zitten in een boeiende periode en hopelijk kunnen we de volgende jaren de stappen vooruit zetten zoals ze gepland zijn.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik dank u voor het antwoord. Het is duidelijk wat de uitdaging is. Als we naar een extra capaciteit kunnen gaan van 50 percent tegen een kostprijs van ongeveer 10 percent, dan is het duidelijk en vergt het niet meer toelichting om in te zien wat het strategisch belang is van dergelijke projecten. Het is  belangrijk dat we die verschillende projecten kansen geven, met al hun voor- en nadelen, dat we een goede evaluatie maken en dat de Vlaamse Regering de coördinatie op zich neemt om het achteraf op de meest efficiënte manier te kunnen uitrollen over heel Vlaanderen.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel