|
Vraag om uitleg van de
heer Koen Van den Heuvel tot mevrouw Ingrid Lieten,
viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister
van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en
Armoedebestrijding, over de proeftuin elektrische wagens
7 april 2011
De voorzitter : De heer Van den Heuvel heeft het
woord.
De heer Koen Van den Heuvel : We hebben in deze
commissie al een paar keer van gedachten kunnen wisselen over de
proeftuin elektrische wagens. Ik probeer het dossier op de voet
te volgen. Eind maart werd bekendgemaakt dat er 22 ingediende
voorstellen waren. Uiteindelijk heeft een cel binnen het
Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) 6
projecten geselecteerd.
Als we de informatie oplijsten, zien we daar een aantal
positieve elementen in. Er is op gelet dat er voldoende
kritische massa is, wat heel belangrijk is. Er is geen
versnippering van de middelen. We moeten ervoor zorgen dat die
projecten voldoende gewicht hebben. Er is ook op gelet dat er
heel wat actoren zoals bedrijfspartners en kennisinstellingen
werden betrokken om het geheel zo breed mogelijk te maken. Die
invalshoek kunnen wij toejuichen.
We hebben echter ook gezien dat er zes projecten zijn en we
al aan een hoger budget zitten. Daar hebben we een aantal vragen
over. We wensen ook nog wat verduidelijking over het
programmabureau, het program office, dat een belangrijke rol
gaat spelen, namelijk het overkoepelen en begeleiden van deze
zaak. Er is ook de vraag naar projecten die niet zijn behouden.
Daar zijn wellicht nog interessante invalshoeken bij. Kunnen
degene die een zekere meerwaarde hebben, nog worden geïntegreerd
in het geheel?
Minister, hoe zit het op budgettair vlak? Zullen die zes
projecten nog worden verfijnd of niet? Hoe zit het met de
cofinanciering? Hoe gaan eventueel interessante projecten die
zijn afgevallen nog worden geïntegreerd in het geheel? U hebt
aangekondigd dat het programmabureau of het ‘program office’ via
een aanbesteding zou gebeuren? Is dat inmiddels gebeurd? Hoever
staat het ermee? Kunt u al zeggen wie die taak op zich zal
nemen?
Mevrouw Patricia Ceysens : Ik heb ongeveer dezelfde
vragen. Ik had al een schriftelijke vraag gesteld en heb daarop
al een deel van de informatie gekregen. Het spreekt voor zich
dat de vragen van de heer Van den Heuvel daarbij aansluiten.
De voorzitter : Minister Lieten heeft het woord.
Minister Ingrid Lieten : Collega’s, ik probeer de
informatie te geven die ik nu kan geven want we zitten in een
lopende procedure die door het IWT wordt gemanaged en beheerd.
Er is inderdaad een eerste mededeling gebeurd aan de Vlaamse
Regering en een eerste tussentijdse stand van zaken van het IWT
en de Vlaamse Regering.
Op dit moment zijn er nog geen platformvoorstellen
goedgekeurd. De evaluatieprocedure loopt nog. De geraamde
budgetten zijn zeer preliminair en worden nog verder uitgewerkt
tijdens de tweede fase, waar het IWT nu mee bezig is.
De beslissing wordt na het einde van die evaluatieprocedure
genomen door de Vlaamse Regering, zoals in de procedure wordt
bepaald, maar wel op advies van de raad van bestuur van het IWT.
Het is ook de raad van bestuur van het IWT en het IWT zelf die
nu volledig in onafhankelijkheid de procedure voeren, de
voorstellen evalueren en proberen de mogelijke
samenwerkingsverbanden en mogelijke overlappingen tussen de
verschillende voorstellen weg te werken.
Wat mij betreft, is het nog altijd de bedoeling om budgettair
te blijven werken binnen de budgetten waarin is voorzien in de
beslissing van de Vlaamse Regering van 17 december. Dat is de
marge waarbinnen we moeten blijven. De projecten op de
platformen dienen in principe gefinancierd te worden door de
uitvoerders. Eventueel kan een aanvraag voor subsidie bij het
IWT worden ingediend. Er zijn hierover wel nog geen afspraken
gemaakt met potentiële aanvragers.
Er is bepaald dat delen van platformen die niet worden
geselecteerd eventueel kunnen worden opgenomen in wel
geselecteerde platformen. Het initiatief ligt daarvoor bij de
aanvragers. Zij moeten met elkaar bekijken hoe projecten kunnen
worden geïntegreerd. De definitieve keuze maakt deel uit van een
beslissing van de Vlaamse Regering, na afloop van de
evaluatieprocedure en na advies van het IWT.
Er is in twee fasen voorzien. Het IWT probeert de
samenwerking tussen de verschillende platformen met
gelijkaardige doelstellingen te stimuleren, want dat doet de
kosten dalen voor de overheid en voor de bedrijven
Over het program office is nog niets beslist. Wij voeren
gesprekken over de optimale invulling ervan. In bijlage 2 bij de
nota die de regering op 17 december besprak, staan de elementen
voor die taakomschrijving. We onderzoeken nu of het program
office kan worden ingebed in de bestaande innovatieactiviteiten,
zonder nieuwe initiatieven te moeten creëren of andere
instellingen te moeten aanspreken. Ik hoop daarover binnenkort
een uitspraak te kunnen doen.
De voorzitter : De heer Van den Heuvel heeft het
woord.
De heer Koen Van den Heuvel : Ik dank u voor het
antwoord. De procedure loopt, we zullen het resultaat afwachten.
Komt er een openbare aanbesteding voor het program office?
Minister Ingrid Lieten : We hebben dat nog niet gedaan
We onderzoeken eerst of we dat in een bestaande organisatie,
zoals het IWT, kunnen onderbrengen. Een beslissing is nog niet
genomen. Zodra er een beslissing is gevallen, zal ik u graag op
de hoogte brengen.
De heer Koen Van den Heuvel : Was het initieel niet de
bedoeling om met een openbare aanbesteding te werken? Dat zou
garanderen dat de meest efficiënte keuze wordt gemaakt. Zo
zouden we rekening kunnen houden met de kwaliteit en het
kostenplaatje. Het is een beetje vreemd dat u daar niet voor
kiest.
Minister Ingrid Lieten : Indien we het in de eigen
Vlaamse administratie kunnen aanpakken, dan is een openbare
aanbesteding niet nodig. Als dat niet kan, moeten we op zoek
naar een externe partner, en dan is een openbare aanbesteding
nodig.
De voorzitter : De heer Vereeck heeft het woord.
De heer Lode Vereeck : Mijn fractie zal u zeker
steunen om het initiatief in de bestaande instellingen in te
bedden. Dat is een goede aanpak, die trouwens ook voor andere
domeinen nuttig is. Mijn vraag gaat over de niet-geselecteerde
onderdelen. Dezelfde aanpak is enkele jaren geleden gebruikt
voor de steunpunten. Toen zijn bij de aanbesteding een aantal
consortia van universiteiten uit de boot gevallen. Het winnende
consortium is dan gevraagd om contact op te nemen met de
verliezer, om de betere elementen in hun aanbod te integreren.
Dat is nooit gebeurd, want de winnaar heeft daar geen belang
bij. De middelen zijn schaars, en zo’n integratie is altijd
moeilijk. Het is dus echt nodig dat u en het IWT een beetje
sturen. U moet meer doen dan het initiatief aan hen over te
laten. Dat leert de ervaring ons.
Mevrouw Patricia Ceysens : De ervaring leert inderdaad
dat het niet zal lukken om interessante maar niet-behouden
initiatieven op te vissen, tenzij u daar zelf de schouders onder
zet. Ik weet hoe dat gaat: met de hoogste in rang wil men wel
rond een tafel gaan zitten. Ambtenaren zullen daar wellicht niet
toe in staat zijn.
De heer Van den Heuvel herinnerde aan het feit dat er
initieel voor een openbare aanbesteding is gekozen. Het heeft
geen zin om nogmaals iets nieuws op te richten. Vlaanderen heeft
instellingen en organisaties genoeg die voor veel activiteiten
gebruikt kunnen worden. Maar een openbare aanbesteding heeft wel
het voordeel dat iedereen offertes kan indienen, wat voor een
neutrale, objectieve aanpak zorgt. Dat mag men niet overboord
gooien. Ik hoop bijgevolg dat uw aanpak niet leidt tot
politisering.
Ik vrees dat uw stelling om naar overheidsinstellingen te
kijken en bijgevolg niet aan te besteden, tot politisering
leidt. Ik vind dat het innovatiebeleid al te veel is
gepolitiseerd. Een openbare aanbesteding heeft het voordeel dat
externen kunnen meedoen, en dat betekent niet dat nieuwe
instellingen moeten worden opgericht. Enkel naar de overheid
kijken is een stap achteruit, en dat zullen we aan de kaak
stellen. Ik huiver van de politisering van het innovatiebeleid.
Uw antwoord doet me vrezen dat voor een verkeerde aanpak wordt
gekozen.
Minister Ingrid Lieten : Ik kan niet meer volgen.
Enerzijds vraagt men om meer te sturen, anderzijds wijst men
‘politisering’ af. Als het innovatiebeleid is gepolitiseerd, dan
is dat gebeurd toen u minister was, mevrouw Ceysens. Wegens de
budgettaire krapte hebben wij geprobeerd om zo veel mogelijk het
bestaande beleid voort te zetten en daarbij naar efficiëntie te
streven. Wij hebben erg weinig nieuwe initiatieven genomen. Als
er al is gepolitiseerd, dan mag u dat als een kritiek op uw
eigen beleid opvatten.
Onze procedure is de volgende. Het IWT leidt en beheert de
afwikkeling van de procedure. Ik wil me daar niet mee bemoeien.
In een vorige discussie is hier trouwens de vrees geuit dat ik
dat toch zou doen. Maar ik kan u geruststellen. De gekozen
procedure maakt het mogelijk om de bezorgdheden die hier zijn
geuit, op te vangen. In de eerste fase is een eerste selectie
gemaakt van de projecten. Daarbij zijn er een aantal projecten
als ontvankelijk behouden, maar ze zijn nog niet goedgekeurd. In
de tweede fase zal het IWT nagaan of de niet als ontvankelijk
behouden projecten kunnen aansluiten bij de geselecteerden. Het
IWT zal nagaan of er synergieën mogelijk zijn. De als
ontvankelijk geselecteerde projecten, die dus nog niet zijn
goedgekeurd, hebben er belang bij om hun project inhoudelijk nog
te verbeteren, bijvoorbeeld door na te gaan of een samenwerking
met andere partners mogelijk is.
De tweede fase loopt vandaag: we moeten vertrouwen hebben in
het IWT dat die instelling de verschillende projecten met elkaar
in contact zal brengen. Uiteindelijk zal het IWT met zijn advies
naar de eigen raad van bestuur gaan. Het voorstel van
definitieve beslissing komt dan voor goedkeuring naar de Vlaamse
Regering.
De heer Lode Vereeck : Ik dank u voor het antwoord. Ik
kende niet alle details van de procedure. Ik ben erg tevreden
met het antwoord. Ik wou zeggen dat bij voorkeur vanuit het IWT
actief zal moeten worden geprobeerd om daartoe te komen, want
spontaan zal dat niet gebeuren.
Mevrouw Patricia Ceysens : Wat de politisering
betreft, wil ik zeggen dat ik de indruk heb dat men bezig is met
de etatisering van het innovatiebeleid. En dat is een spijtige
wending.
De voorzitter : Het incident is gesloten. |