| |
Vraag
om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams
volksvertegenwoordiger, aan mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams
minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en
Armoedebestrijding, over de invulling van het actieplan exacte
wetenschappen en techniek
6 oktober 2011
De voorzitter: De heer Van den
Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, op 14 september
organiseerde minister van
Onderwijs Smet een ViA-rondetafel “Techniek, wetenschappen en
beroepsgerichte
opleidingen”.
Tijdens deze rondetafel stelden de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor)
en de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) de
adviezen voor die zij afleverden op vraag van het Vlaams
Parlement. Er kwamen ook mensen van het Nederlandse Platform
Bètatechniek praten over hun ervaringen.
De meer dan 100 ingeschrevenen, vertegenwoordigers van de
sociale partners, het bedrijfsleven, het onderwijs en de diverse
overheden, kregen de kans hun mening te geven. Ook minister Smet
was daarbij aanwezig.
Er zijn een aantal vragen gesteld die eigenlijk onder uw
bevoegdheid vallen. Een van de vragen was een actieplan te
maken. We hebben van u gehoord dat dat actieplan momenteel in de
maak is.
De heer Hans Corstjens, die sprak namens het Platform
Bètatechniek benadrukte de noodzaak om alle inspanningen die nu
nogal gespreid verlopen, te bundelen en via dat platform te
laten verlopen. De individuele ministers, zij het van onderwijs,
economie, innovatie of wetenschapscommunicatie, moeten dan ook
geen parallelcircuit organiseren door eigen initiatieven te
lanceren naast de werking van dat platform.
Terwijl het actieplan volop wordt opgemaakt, bestaan er ook
initiatieven waarvan de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid
op korte termijn afloopt. De ondersteuning van de
expertisecellen wetenschapscommunicatie bijvoorbeeld, loopt eind
dit jaar af. Hoe ziet u de continuïteit van deze initiatieven?
Tot slot was er nog een opmerking over het belang van de media.
Die discussie werd door minister Smet zelf aangewakkerd.
Minister, zullen alle initiatieven over wetenschapscommunicatie
worden gebundeld om parallelle circuits te vermijden? Op welke
manier zult u inspelen op de aflopende ondersteuningsopdracht
van de expertisecellen? Zijn ook ambtenaren van het
beleidsdomein Media betrokken bij de opmaak van het nieuwe
interministeriële actieplan? Zullen er middelen vanuit
wetenschapscommunicatie ter beschikking worden gesteld om nieuwe
initiatieven in het beleidsdomein Media over
wetenschapscommunicatie mogelijk te maken?
De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.
Minister Ingrid Lieten: Voorzitter, dames en heren, het
wetenschapscommunicatiebeleid heeft twee grote doelstellingen.
Enerzijds willen we het maatschappelijke draagvlak voor
wetenschap en innovatie versterken en anderzijds willen we de
interesse van jongeren voor wetenschappen, techniek en innovatie
stimuleren, zodat meer jongeren wetenschappelijke of technische
studie- en beroepsrichtingen kiezen.
Dat dit beleid zijn vruchten afwerpt, weliswaar nog niet
voldoende, maar er is toch al een
positieve tendens, blijkt ook nu weer door de grote stijging van
het aantal eerstegeneratiestudenten industrieel ingenieur. We
zullen echter vooral moeten blijven werken aan het onderzoek
naar hoe de samenwerking met het beleidsdomein Onderwijs tot
stand kan worden gebracht of kan worden versterkt. We moeten ons
daarbij vooral richten op initiatieven die gericht zijn op deze
tweede doelstelling, het verhogen van de instroom. Het zijn
enkel deze initiatieven die kunnen passen in het nieuwe
actieplan.
Momenteel is er een interdepartementale werkgroep bezig om samen
een geïntegreerd actieplan op te stellen. Deze werkgroep bestaat
uit vertegenwoordigers van de beleidsdomeinen Onderwijs,
Economie, Wetenschap en Innovatie en Werk. Ook de VDAB wordt
hierbij betrokken. Daarnaast zal de Vlaamse Raad voor Wetenschap
en Innovatie (VRWI) een kortdurende studieopdracht van zes
maanden uitbesteden voor de wetenschappelijk onderbouwde
invulling van dit geïntegreerde actieplan.
Met de vijf expertisecellen wetenschapscommunicatie bestaat er
een vierjarige kaderovereenkomst die afloopt op 31 december van
dit jaar. Zoals gebruikelijk is voorzien in in een grondige
evaluatie over de gehele periode. Deze evaluatie is momenteel
aan de gang en zal begin november 2011 afgerond zijn. Na
oplevering van het evaluatierapport zal er op basis van de
aanbevelingen een nieuwe overeenkomst opgemaakt worden. Mocht
deze overeenkomst niet klaar zijn op 1 januari 2012, dan zal de
bestaande overeenkomst automatisch met één jaar verlengd worden.
We proberen de timing natuurlijk te halen. De expertisecellen
zijn op de hoogte van deze werkwijze.
Tot op heden zijn er geen ambtenaren van het beleidsdomein Media
betrokken bij de opmaak van dit actieplan, maar ik neem dit
zeker mee. Ik kan u ook al vertellen dat ik in de
beheersovereenkomst met de VRT een passage heb opgenomen waarin
staat dat de VRT moet bijdragen aan het beleid inzake
wetenschapscommunicatie. We hebben daar dus in een hefboom
voorzien, maar ik zal zeker bekijken hoe we de betrokkenheid van
Media kunnen verhogen.
Net zoals het beleidsdomein Onderwijs een voor de hand liggende
partner is voor samenwerking op het vlak van de verhoging van de
instroom van jongeren, is het beleidsdomein Media zeker ook een
aangewezen partner, ook voor de andere doelstellingen inzake het
vergroten van het maatschappelijke draagvlak voor wetenschap.
Dit geldt trouwens ook voor het beleidsdomein Cultuur.
Wat Media betreft, gebeuren de kennisdeling en het uitwisselen
van expertise zowel op vraag van Wetenschapscommunicatie als op
vraag van Media en Cultuur, daar is dus wel al een samenwerking.
Dit hoeft echter niet altijd te betekenen dat er vanuit die
verschillende hoeken ook in financiële middelen wordt voorzien.
Dat is trouwens niet mogelijk met het beperkte budget dat voor
Wetenschapscommunicatie beschikbaar is. De VRT bijvoorbeeld
besteedt vanuit haar basisopdracht wel steeds meer aandacht aan
dergelijke programma’s. We hebben daar in de beheersovereenkomst
ook de nadruk op gelegd. De wetenschapspopulariserende reeks
‘Alles voor de Wetenschap’ of ook het korte en ludieke
intermezzo van wetenschappers in ‘Man bijt hond’ zijn een paar
illustraties die aangeven dat een zinvolle samenwerking mogelijk
is en een grote impact kan hebben, zonder dat daarvoor extra
budgetten moeten worden vrijgemaakt.
Kort gezegd, we zullen verder inzetten op
die samenwerking. Het is zeker een van mijn
prioriteiten.
De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, inzake het nieuwe
actieplan heb ik begrepen dat de bundeling er komt en dat die
heel breed wordt opgezet. Maar waar staan we vandaag? Bevinden
we ons nog altijd in een eerste fase of schiet het op? Wat is de
timing van het actieplan? Zie u dat op korte termijn nog landen?
Belangrijk hierbij is dat we de resolutie hierover kamerbreed
hebben goedgekeurd. Wat is de betrokkenheid van het parlement?
Kunnen we als klankbord functioneren, want dat lijkt me heel
nuttig.
Minister Ingrid Lieten: Ik vind dat een goede suggestie.
Ik zal samen met minister Smet bekijken hoe we de betrokkenheid
van het parlement kunnen garanderen. Ik zal u op de hoogte
brengen van het stappenplan en de verdere timing.
De heer Koen Van den Heuvel: Wat zal er op heel korte
termijn gebeuren? Wellicht kunnen
we nog geen grote doorbraken verwachten?
Minister Ingrid Lieten: Ik ben er nu niet van op de
hoogte hoe ver we nu staan en hoeveel
tijd men nog nodig heeft, maar ik zal dit opvragen en ik zal het
u ook bezorgen.
De voorzitter: Het incident is gesloten. |