Home

Biografie

Vlaams Parlement

Puurs

In de pers

Nieuwsbrief

 Contact

Linken

 


 

Koen Van den Heuvel
  Commissie Economie, Economisch Overheidsinstrumentarium, Innovatie, Wetenschapsbeleid, Werk en Sociale Economie
 

Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de Inspectie Werk en Sociale Economie

29 september 2011

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter, deze vraag om uitleg heeft betrekking op het jaarrapport 2010 van de afdeling Inspectie Werk en Sociale Economie (IWSE). In dat rapport
staat te lezen dat het aantal controles in vergelijking met het voorgaande jaar met 7 procent en in vergelijking met 2008 met meer dan 10 procent is gedaald.

Het rapport haalt twee oorzaken aan. Ten eerste is er een zeer beperkte daling van het aantal ingezette inspecteurs. Dat lijkt me niet de hoofdreden. Ten tweede is er de grotere
complexiteit van de dossiers. Het valt me op dat het aantal pro justitia’s, ondanks de daling
van het aantal controles, van 206 in 2009 tot 284 in 2010 is gestegen.

Deze stijging is uitsluitend aan de categorie ‘tewerkstelling buitenlandse werknemers’ toe te
schrijven en is een gevolg van de controleronde van de regularisatiedossiers naar aanleiding
van de regularisatie-instructie. Het gaat hier om controleactiviteiten naar de ‘duurzame lokale
verankering middels werk’.

Vaak gaat het hier om gevraagde controles. Die controles staan tegenover de spontane
controles die de IWSE uitvoert. Blijkbaar duwen de gevraagde controles de spontane controles enigszins weg. Bovendien blijkt de bijkomende werklast ten gevolge van de controle van de regularisatiedossiers ervoor te zorgen dat andere activiteiten minder prioriteit krijgen.

Er is een opvallende daling van het aantal deelnames van de IWSE aan gecoördineerde acties.
Dat zijn samenwerkingen tussen verschillende inspectiediensten tegen illegale arbeid en sociale fraude. In 2010 zijn slechts 4000 werknemers gecontroleerd. In 2009 waren dat er nog
7000. Dit is toch een significante daling.

De IWSE heeft laten weten dat de onderzoeken in het licht van de regularisatiedossiers alvast
tot 2013 een belangrijke plaats in de werkzaamheden zullen blijven innemen. Deze controles
zijn trouwens ook absoluut nodig gebleken. De IWSE heeft tijdens de controles een “veelheid
aan inbreuken” aangetroffen. In elk geval moeten we erover waken dat deze
controleactiviteiten de andere taken van de IWSE niet te zeer onder druk zetten.

De beleidsnota Werk 2009-2014 heeft een versterkte samenwerking met andere gewestelijke
en federale inspectiediensten als doelstelling naar voren geschoven. In dit jaarverslag merkt
de IWSE op te betreuren dat de Raad van Partners, die deze samenwerking vorm moet geven,
nog maar eenmaal heeft vergaderd. Bovendien moet het nieuw samenwerkingsakkoord tussen
de federale sociale inspectiediensten en de gewesten, dat reeds enige tijd is gefinaliseerd, nog steeds door de betrokken ministers worden ondertekend.

Minister, ziet u een trend naar steeds complexere controledossiers? Zal het aantal controles
hierdoor verder blijven dalen? Ziet u beleidsinitiatieven die op dit vlak een remediërende rol
kunnen spelen? Indien we het aantal controles op peil willen houden en indien de dossiers
complexer worden, zou u natuurlijk kunnen stellen dat hier een bepaalde personeelskracht
tegenover moet staan.

Hoe zult u erover waken dat de controleactiviteiten van de IWSE in verband met de
regularisatiedossiers niet verder ten koste van de andere controleactiviteiten gaan? Hoe ziet u dat evenwicht? Bent u het ermee eens dat het eventuele wegduwen van andere, spontane
controleactiviteiten in de gaten moet worden gehouden?

Is het reeds vermelde samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke en de federale
inspectiediensten ondertussen ondertekend? Hebt u tot nu toe initiatief genomen om op een
hechter overleg tussen de verschillende diensten aan te dringen? Een enkele vergadering lijkt
me in elk geval heel weinig.

De voorzitter: De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen: Voorzitter, ik zou graag een bijkomende vraag stellen. We
hebben het hier al verschillende keren over de werking van de IWSE gehad. Het ging dan om
verschillende aspecten van de bevoegdheden van de minister, gaande van de interimsector tot de sociale economie en de illegale tewerkstelling.

Volgens de heer Van den Heuvel staat in het jaarverslag een beperkte wijziging vermeld. Ik
vermoed dat het om een wijziging van het kader gaat. De vraag is hoeveel mensen de IWSE
reëel kan inzetten. Ik heb hierover overigens ook al een schriftelijke vraag gesteld. We zullen
hier in de toekomst zeker nog op terugkomen.
Tijdens eerdere besprekingen heeft de minister een paar keer verklaard dat er sprake van een
zekere prioritering zou zijn. Hij zou zelf bepaalde zaken aansturen en aanduiden welke zaken
eerder moeten worden bekeken. Zijn die richtlijnen er al? Zo ja, wat zijn die richtlijnen en
worden die richtlijnen op terrein al geïmplementeerd?

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Voorzitter, eigenlijk ben ik blij dat de heer Van den Heuvel deze vraag om uitleg stelt. De werking van de IWSE vraagt om een continu overleg. De dossiers zijn veel complexer geworden. Er zijn ook nieuwe criminele fenomenen opgedoken die al dan niet als fraude kunnen worden gekwalificeerd. Er zijn de inbreuken van individuele werkgevers en gelijkgestelden. De IWSE moet zich echter steeds meer op fraudeconstructies en fraudefenomenen in binnen- en buitenland richten. De fraudebestrijding door de IWSE is meer dan in het verleden gebaseerd op observatie van de situatie op het terrein, op het verhoor van werknemers en op diverse onderzoeksdaden die effectief meer tijd in beslag nemen.

Dit alles leidt tot een daling van het aantal uitgevoerde controles. Net voor het zomerreces, op 28 juni 2011, heb ik verklaard dat het aantal controles op zich niet zo belangrijk is. De heer
Van Malderen zal zich dit allicht herinneren, want hij heeft zich hierbij aangesloten. Ik zou het in elk geval vreselijk vinden controles uit te voeren om een bepaald aantal te bereiken en op voorhand te stellen hoeveel controles zullen worden uitgevoerd. Op dat ogenblik zouden we gewoon turven. Dit lijkt me niet de juiste aanpak. Het moet er steeds om gaan door middel van goede controles een impact te hebben.

Ik kan zeggen dat de impact op het terrein daarvan groter is dan die van niet-gerichte controles of van minder diepteonderzoeken. Om tot een goed evenwicht te komen – dat haalt
u aan, en daar ben ik het volkomen mee eens – en tegemoet te komen aan zowel de externe
vragen als de eigen voorgestelde initiatieven, moeten naast de beschikbare VTE’s ook de
processen en procedures worden geëvalueerd en getoetst aan de efficiëntiecriteria en de
beoogde effecten.

De vraag van de heer Van Malderen sluit hierbij aan. Uw vraag met betrekking tot de
controles op de regularisatiedossiers is pertinent. Wij blijven het evenwicht bewaken. Wij
hebben regelmatig gesprekken met de inspectie om na te gaan waar de prioriteiten worden
gelegd. Voor 2011 werden de controles op de regularisatiedossiers ingebed in de jaardoelstellingen, waarbij rekening werd gehouden met een zeker evenwicht binnen en over
de materies heen. Zoals de inspectie stelt in haar rapport, wordt daar in de toekomst blijvend
aandacht aan besteed. Zoals u zegt, mijnheer Van Malderen, zal ik tussentijdse contacten
hebben met de inspectie om na te gaan waar er eventueel verschuivingen moeten gebeuren of waar er controles in gevaar zouden komen. Op basis van de beschikbare gegevens zullen in
onderling overleg opnieuw afspraken worden gemaakt over de steekproef en het aantal uit te
voeren controles. We zoeken naar een realistische inschatting. We willen de juiste accenten
leggen.

Het samenwerkingsakkoord is ondertekend op 1 juni 2011 door alle betrokken ministers. Ter
validatie van dit akkoord is nu op federaal niveau de procedure opgestart tot opmaak en
goedkeuring van een voorontwerp tot wet.

In het kader van de samenwerking wordt er meer gestructureerd overlegd dan er naar voren is
gebracht. Ik heb in mijn beleidsnota gesproken over de ondersteuning van samenwerking en
participatie met andere inspecties. We hebben het overleg dat binnen de raad en het directiecomité van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdiensten (SIOD) bestaat. In uitvoering van de programmawet van 22 december 2006 neemt mijn inspectie deel aan de
vergaderingen van elf arrondissementscellen (AC’s) die de gecoördineerde inspectieacties
voorbereiden. Ik zal u een tabel van de elf cellen laten bezorgen. Op 30 juni hadden ze al 58
overlegmomenten gehad. Daar worden afspraken gemaakt. In functie daarvan en van de
controlebevoegdheden voeren de inspecteurs hun controles uit binnen deze regionale
arrondissementscellen en interventiegroepen.

Er is het overleg en de specifieke afspraken met de Inspectie en het Toezicht op de Sociale
Wetten (FOD WASO) om maximaal informatie en controles uit te wisselen en te benutten. De WASO heeft gesprekken opgestart met de RVA met dezelfde bedoeling.

De besprekingen en het optreden vooropgesteld dor het federale College voor de strijd tegen
fiscale en sociale fraude dat behoort tot de bevoegdheid van de federale staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding zal ook nog naar voren komen.

Die ene is maar één keer samengekomen, maar er is een rits van samenwerkingen die we voort opzetten. Het is ook zo dat voor die ene waar u van sprak, het initiatief bij de federale overheid ligt. Het is de SIOD die daaraan participeert. Het initiatiefrecht van de raad behoort
tot de raad zelf en de voorzitter van die raad. We vullen wel in wat in de beleidsnota staat,
maximaal, door op veel plaatsen veel overleg te voeren. Aan die 58 deelnames aan het overleg op arrondissementeel niveau, zijn er 89 uitgevoerde acties gekoppeld.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, u zegt dat de controles efficiënter en gerichter
verlopen. Het aantal pro justitia’s stijgt van tweehonderd naar 280. Dat klopt. Maar dat komt
ook omdat de regularisatiedossiers een grotere pakkans inhouden. Ik vind het de moeite waard om dat nog eens te zeggen: de gevraagde controles in regularisatiedossiers verdringen het normale werk van de inspectie. Het is niet alleen een efficiëntiewinst. Er zijn meer risico’s op overtredingen in de regularisatiedossiers. Het aantal gecontroleerde personen daalt niet met 10 of 20 procent, het valt bijna terug tot 60 procent, van 7000 naar 4000. Dat is toch wel een signaal om in het oog te houden. U mag zich niet volledig laten verblinden. U moet voldoende waakzaam blijven. U moet de juiste taakverdeling blijvend in het oog houden.

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Ik ben het helemaal met u eens. Ik zei het, ik ben blij met uw
vraag. U komt nog eens to the point. We moeten het evenwicht bewaren tussen alle soorten
controles. De gewone dossiers mogen niet in het gedrang komen door de regularisatiedossiers
die noodzakelijkerwijs gecontroleerd moeten worden.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 
 
 
 

 

2011 Koen Van den Heuvel