Home

Biografie

Vlaams Parlement

Puurs

In de pers

Nieuwsbrief

 Contact

Linken

 


 

Koen Van den Heuvel
  Commissie Economie, Economisch Overheidsinstrumentarium, Innovatie, Wetenschapsbeleid, Werk en Sociale Economie
 

Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over het eindrapport van de VRWI-Innovatieregiegroep Chemie.

3 februari 2011 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, op 16 december heeft de VRWI-Innovatieregiegroep
Chemie zijn rapport voorgesteld. Het is uiteraard heel belangrijk om de chemiesector te koesteren. U weet dat dit jaar toevallig het Jaar van de Chemie is. De sector besteedt daaraan ook aandacht. De chemiesector is belangrijk voor jobs en innovatie, met heel ruime uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. Het is een spitssector in de industriële vernieuwing, die we allemaal ambiëren in Vlaanderen.

Ik zal de zeven aanbevelingen niet opsommen. In het eindrapport van de Innovatieregiegroep
Chemie valt wel op dat het FISCH-platform (Flanders strategic Initiative for Sustainable
Chemistry) als het beste instrument wordt gezien om de vernieuwing in de chemiesector waar
te maken. De FISCH-oefening is al meer dan een jaar oud. Het is dus een beetje raar dat de
meerwaarde van de innovatieregiegroep erin bestaat te zeggen dat het FISCH-platform, dat
een jaar eerder is gebeurd, het beste instrument voor innovatie is. Misschien is het niet slecht
om een evaluatie te maken van instrumenten, maar het roept toch vragen op.

Minister, wat gaat u concreet doen met de aanbevelingen van de Innovatieregiegroep Chemie? Hoe ziet u de verhouding tussen de regiegroep en het FISCH-platform? Waar zit de meerwaarde van het werk van de regiegroep? We hebben uw speech gehoord naar aanleiding van de nieuwjaarsreceptie van de VRWI. U hebt daar nieuwe innovatieregiegroepen aangekondigd. Aan welke sectoren denkt u?

De voorzitter: De heer Watteeuw heeft het woord.

De heer Filip Watteeuw: De vragen van de heer Van den Heuvel zijn gericht op de
innovatieregiegroepen, niet toevallig aan de minister van Innovatie. Hij verwijst naar het
FISCH-project. Het is opvallend dat de regering bij monde van de minister-president bij een
vraag over de noodkreet uit de chemiesector zeer lauw reageerde. Wat zal de Vlaamse
Regering doen om dat FISCH-project, dat hier terecht als iets goeds wordt vermeld, te
ondersteunen?

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Duurzame chemie is heel belangrijk in onze innovatie, zowel om
economische als om maatschappelijke redenen. Daarom ook heb ik de VRWI gevraagd om voor duurzame chemie een van de eerste regiegroepen te ontwikkelen, net ook omdat de sector zelf er al veel over had nagedacht in het FISCH-platform en al had gewerkt aan visievorming. De input van de sector heeft men zo kunnen meenemen, naast de input van de onafhankelijke deskundigen die men heeft geraadpleegd. Er is een mooi rapport gemaakt. Het is mijn intentie om te kijken hoe we die aanbevelingen kunnen opnemen in de uitwerking van het nieuwe industriële beleid, in de vertaling dus van het groenboek naar het witboek, waarmee de regering op dit moment bezig is.

Ik heb de sector zelf dat ook verteld. Zo heb ik dus op de noodkreet gereageerd. Ik ben gaan
spreken anderhalve maand geleden in Technopolis, waar de chemiesector naar aanleiding van
het Jaar van de Chemie een studiedag met workshops had georganiseerd. Toen was het
rapport bijna afgerond. Ik heb aangegeven dat de regering het zal doornemen om het te
vertalen in haar beleid.

Naar mijn aanvoelen zijn heel wat ideeën van de FISCH-groep opgepikt en kunnen dus ook
worden meegenomen in het witboek. De regering reageert zeker niet lauw. We nemen dat zeer ernstig, juist omdat het werken aan duurzame energie economisch heel belangrijk is voor ons, op het vlak van tewerkstelling. Het biedt ook heel veel mogelijkheden voor een absolute transformatie van de chemiesector, om milieuvriendelijker te zijn en meer alternatieven te vinden voor de petroleumproducten. Het biedt ook heel veel mogelijkheden om een aantal maatschappelijke doelstellingen te realiseren.

Wat was de meerwaarde van het rapport van de innovatieregiegroep? Het is een goede manier
geweest om te leren werken met de innovatieregiegroep. De regiegroep binnen de VRWI
heeft zelf zitten zoeken hoe ze de opdracht van de regering op zich moest nemen en tot een
goed einde kon brengen, namelijk om te proberen een innovatiestrategie te ontwikkelen.
Men heeft dat hier op een onafhankelijke manier gedaan vanuit een expertenvisie, rekening
houdend met de input van de sector zelf, maar toch met een zekere afstand van de direct
belanghebbenden. Zo is men proberen te komen tot een strategische innovatieagenda, die wij
in het beleid zouden kunnen doorvertalen. Het is de eerste keer dat er op die manier wordt
gewerkt. De onafhankelijke regiegroep met experten probeert binnen een onafhankelijk
adviesorgaan een innovatieagenda op de middellange termijn te ontwikkelen. De regering kan
deze dan doorvertalen in haar instrumenten. Ik vind dat zeer waardevol. Ik moet de VRWI
feliciteren voor deze aanpak. Dat is voor iedereen voortschrijdend inzicht. Zo wordt de
werkmethode ontwikkeld die het best tot dat resultaat kan leiden.

De meerwaarde zit niet enkel in dit grondige en waardevolle expertenadvies over een structurele aanpak van de strategische uitdagingen. Het advies verlengt ook het kader waarin naar innovatie wordt gekeken door naar voren te schuiven dat die innovatiestrategie ook missiegedreven moet zijn en niet alleen zuiver technologiegericht. Ere wie ere komt: ook het FISCH-platform was daar zelf al een transitie aan het maken. Wij moeten dat toejuichen. Niet elke sector is al zo ver om niet alleen de innovatie te doen die technologisch mogelijk is maar ook deze die maatschappelijk gewenst is.

De strategie moet ook ingaan op de megatrends. Men moet kijken naar de bevolkingsgroei,
de verstedelijking, de mobiliteit, de veroudering en de ‘low carbon society’, die een doelstelling is. Daarvoor moeten er structurele antwoorden worden geformuleerd. Verder wordt er ook een scherpe analyse gemaakt van de positionering in de waardeketen. De bedrijven die in de sector actief zijn, worden door deze analyse geholpen bij het onderzoek naar wat in de toekomst hun strategie moet zijn. In het rapport zegt men ook dat men moet evolueren van een ‘integrator’-rol naar een ‘enabler’-rol. Dat is een andere positie in de waardeketen, die meer perspectief moet bieden voor de technologie, de competenties en de knowhow die vandaag in de sector aanwezig zijn.

Dat is de meerwaarde. Wij willen dit absoluut doorvertalen. Er wordt ook onderzocht hoe
verschillende projecten kunnen worden uitgewerkt en geformuleerd, hoe ze door middel van
de verschillende innovatie-instrumenten kunnen worden vooruitgeholpen, en hoe er voor een
deel een cofinanciering voor kan worden gevonden.

Ik heb inderdaad in mijn speech voor de VRWI aangegeven dat ik die werkwijze an sich zeer
belangrijk vind en dat ik er veel van verwacht. De eerste innovatieregiegroep heeft
aangetoond dat dit nuttig is en een meerwaarde kan bieden. Maar ik heb nog geen verdere
planning gemaakt en afgesproken met de VRWI welke de volgende stappen moeten zijn.
Daar is men nu mee bezig.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, dank u voor uw antwoord. Het is inderdaad belangrijk dat er een goed evenwicht wordt gevonden met de maatschappelijke relevantie van innovatie. Het is, zoals met veel dingen in het leven, goed om de nuance juist te formuleren en niet in te zetten op één invalshoek. Een betere omkadering van de inzet op maatschappelijke relevantie is een specifieke opdracht voor de innovatieregiegroepen. Dat is een pluspunt.

Anderzijds mogen we ook de industriële innovatie niet uit het oog verliezen. De vertaling van
het groenboek naar het witboek voor het nieuwe industriële beleid wordt de komende weken
een heel belangrijke uitdaging voor de regering. We kijken daar naar uit. Ik denk dat we
hierover een resolutie zullen schrijven om onze synthese te maken van de debatten die in deze commissie werden gevoerd en om onze prioriteiten duidelijk te maken.

Wat nu de toekomst betreft, veronderstel ik dat u nog in de loop van dit jaar een aantal
nieuwe regiegroepen zult lanceren.

De voorzitter: De heer Watteeuw heeft het woord.

De heer Filip Watteeuw: Het is wel duidelijk dat essenscia op heel korte termijn maatregelen vraagt van de regering. Ze zijn voorloper en nu zitten ze in een soort van vacuüm. Ze vragen steun maar krijgen die niet onmiddellijk. Toen ik het had over ‘lauw reageren’, had ik het over het antwoord van minister-president Peeters. Dat was een lauw antwoord.

Zij vragen ondersteuning. Ze zien dat we een goed project hebben waarin we heel veel energie hebben gestoken. Heel veel mensen hebben daar werk van gemaakt. Nu wacht men, en daardoor brokkelt het draagvlak in de sector af. Dat is zeer gevaarlijk. Zeker met zo’n goede sector, die werk maakt van de transitie. Die sector moet ondersteund worden. Dan gaat het over financiering. Men zou ook een kenniscentrum willen opzetten. Dergelijke zaken moeten heel snel ondersteund worden. De regering moet daar duidelijk over zijn.

De heer Koen Van den Heuvel: Ik ondersteun natuurlijk de vraag van de heer Watteeuw.
Dat is nu net de uitdaging voor het concretiseren van het groenboek naar het witboek. Ik hoop dat daarin een aantal concrete beleidslijnen worden uitgezet, met concrete actiepunten. Dat moet de ambitie zijn. Dat wil ik volop ondersteunen.

De heer Filip Watteeuw: Mijnheer Van den Heuvel, mag ik u een suggestie doen? U zegt
dat u na de debatten in deze commissie een resolutie zult schrijven. Wij hebben een
conceptnota ingediend. Ik hoop dat u die al gelezen hebt. Er staan een aantal mogelijke
concrete maatregelen in. Ik hoop dat u die in uw resolutie opneemt.

Minister Ingrid Lieten: Ik wil dat juiste evenwicht tussen het maatschappelijke en de
economische relevantie, waarmee we in deze commissie waarschijnlijk nog vaak zullen
worstelen, even verduidelijken. Voor mij is het niet het een of het ander. Dat is ook de
meerwaarde van de regiegroep, maar ook van de analyse die de sector zelf heeft gemaakt. Zij
weten dat zij een aantal maatschappelijke uitdagingen hebben, zoals de slinkende
olievoorraden en de CO2. Je kunt tegen die uitdagingen blijven vechten, maar ze bieden ook
heel veel technologische en economische opportuniteiten indien je ze als sector opneemt. Dat
is de grote meerwaarde: je kunt vanuit de maatschappelijke uitdagingen onderzoeken hoe je
daarin economische opportuniteiten kunt vinden die ook duurzame werkgelegenheid en
duurzame groei opleveren. Dat is de benadering die ik in de innovatieregiegroepen zou willen
ondersteunen. Deze benadering kon perfect verdiept worden, ook met dank aan de sector in
de VRWI-Innovatieregiegroep Chemie.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 
 
 
 

 

2011 Koen Van den Heuvel