Home

Biografie

Vlaams Parlement

Puurs

In de pers

Nieuwsbrief

 Contact

Linken

 


 

Koen Van den Heuvel
  Commissie Economie, Economisch Overheidsinstrumentarium, Innovatie, Wetenschapsbeleid, Werk en Sociale Economie
 

Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan mevrouw Ingrid Lieten, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding, over de aangekondigde evaluatie van de Steunpunten voor Beleidsrelevant onderzoek.

12 mei 2011

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: In 2001 startte de Vlaamse overheid het Programma
Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek op om een zekere wetenschappelijke
ondersteuning te geven aan het regeringsbeleid. Ondertussen zijn er dertien erkende
steunpunten van de tweede generatie (2007-2011). Dat betekent dat eind dit jaar de
financiering van de steunpunten afloopt.

Minister, in uw beleidsbrief hebt u aangekondigd om in het voorjaar van 2011 een nieuwe
oproep te lanceren en te evalueren. Dat is ook het standpunt van de Vlaamse Raad voor
Wetenschap en Innovatie (VRWI). In het advies van eind 2010 heeft de VRWI al gewezen op
de grote tijdsdruk. De raad stelde ook dat het goed zou zijn dat de evaluatie van de huidige
steunpunten beschikbaar zou zijn op het moment van de themabepaling van de nieuwe
steunpunten, zodat de conclusies van de evaluatie kunnen worden meegenomen voor de
volgende generatie. Een tijdige nieuwe oproep is dan ook aangewezen opdat de steunpunten
en vooral hun personeel een bepaalde zekerheid zouden hebben en dat nodeloos
personeelsverloop vermeden zou worden. De VRWI wees er ook op de benchmark en de
evaluatie niet alleen intern te doen, maar dat er ook voldoende aandacht zou zijn voor een
internationale benchmark.

Ook de SERV heeft er een woordje over gezegd. De raad wijst erop dat er enerzijds de
steunpunten beleidsrelevant onderzoek zijn, die in 2010 ongeveer 11,5 miljoen euro hebben
gekost, en anderzijds de steunpunten beleidsondersteunend onderzoek binnen verschillende
departementen, met een budget van ongeveer 28 miljoen euro.

Ook de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) heeft er al een woordje over
gezegd. Hij wijst erop dat je enerzijds de Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek hebt,
die ongeveer 11,5 miljoen euro hebben gekost in 2010 en dat er anderzijds ook
beleidsondersteunend onderzoek is binnen de verschillende departementen, met een budget
van ongeveer 28 miljoen euro. De SERV vraagt zich af of er geen dubbel werk wordt gedaan.

Zijn de steunpunten en het beleidsondersteunend onderzoek binnen de departementen altijd
goed op elkaar afgestemd?

Minister, wat zijn de voornaamste conclusies die u meeneemt uit de evaluatie? Kunnen wij
deze evaluatie ter beschikking krijgen? Door wie werd de evaluatie uitgevoerd? Waren
daarbij ook niet-Vlaamse experts betrokken? Wanneer zal de oproep voor de steunpunten, die
gepland was voor het voorjaar, gelanceerd worden? Zullen de steunpunten van de derde
generatie nog op tijd van start kunnen gaan? Is er een overzicht beschikbaar van het
beleidsondersteunend onderzoek dat gevoerd wordt in de verschillende steunpunten en in de
verschillende departementen? Is dat opgelijst zodat we kunnen zien of er niet te veel dubbel
onderzoek gebeurt?

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Omdat de oplevering van de overheidsopdracht met betrekking tot
het Programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek nog niet volledig is afgerond en
de evaluatierapporten pas binnenkort definitief zijn, kan ik nog niet vooruitlopen op de
conclusies daarvan en ze nog niet openbaar maken. Zodra deze rapporten zijn opgeleverd –
wat ik binnen enkele weken verwacht –, kunnen ze uiteraard ter beschikking van de
commissie worden gesteld.

Wel kan ik aangeven dat we in ieder geval bij de voorbereiding van de call voor de derde
generatie, waar we nu mee bezig zijn, wel al rekening hebben kunnen houden met de
conclusies van de meta-evaluatie, die niet inging op alle steunpunten maar eerder een
overkoepelende evaluatie was, en uiteraard ook met de opmerkingen van de SERV en de
VRWI-adviezen, die zullen worden verwerkt in de uiteindelijke beheersovereenkomsten met
de derdegeneratiesteunpunten.

De specifieke evaluatie per steunpunt was vooral bedoeld als leerproces voor het specifieke
steunpunt zelf. Een goede of slechte evaluatie interageert niet met een nieuwe call. Een
nieuwe call staat op zich en op basis daarvan zal men de derde generatie toekennen.
De evaluatie van het Programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek is een taak
van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI), dat optreedt als
coördinerend beleidsdomein binnen het steunpuntenprogramma. Het departement deed
daarvoor een beroep op een externe consultant. Uiteindelijk werd IDEA Consult geselecteerd.
De evaluatie van de steunpunten bestond dus uit een meta-evaluatie, over alle steunpunten
heen, en een evaluatie per steunpunt.

We hebben er erg over gewaakt dat de evaluatie niet alleen een wetenschappelijke maar ook
een beleidsrelevante evaluatie was. We moeten niet alleen denken aan de wetenschappelijke
output in de kwaliteit maar ook hoe dat het beleid heeft kunnen bevruchten, hoe de
samenwerking was en hoe het beleid daar iets mee heeft kunnen doen. Dat heb ik vooral
willen meenemen in de evaluatie.

Voor de beleidsrelevante evaluatie werden de betrokken kabinetten en vertegenwoordigers uit
het middenveld, ook vanuit het steunpunt, betrokken. Voor de wetenschappelijke evaluatie
werd een beroep gedaan op experts binnen de onderzoeksdomeinen waar de steunpunten
actief in zijn geweest, en dit zowel uit Vlaanderen als uit het buitenland. De keuze was
uiteraard afhankelijk van de expertise en beschikbaarheid van de experts om mee te werken.
We hebben ook gekeken of er geen belangenconflict bestond tussen de experts en het
steunpunt of de medewerkers van het steunpunt zelf.

De situatie van de derde generatie hangt af van de timing van de Vlaamse Regering met
betrekking tot het bepalen van thema’s waarvoor een oproep zal gebeuren. Daar zijn we nu
volop mee bezig. De gesprekken lopen. Ik hoop dat we deze of volgende week zullen kunnen
landen op het niveau van de regering. Het is de bedoeling dat de opstart van de derde
generatie kan gebeuren op 1 januari 2012 en niet op 1 december 2012, zodat we het beter op
elkaar kunnen laten aansluiten.

Er is een overzicht van het onderzoek van de steunpunten. Elk steunpunt heeft zijn eigen
website. Het overzicht zelf is terug te vinden op de koepelsite van de Steunpunten voor
Beleidsrelevant Onderzoek, http://www.vlaanderen.be/steunpunten. Wat ander
beleidsondersteunend of beleidsrelevant onderzoek betreft, is het moeilijker om daar een
goed overzicht over te hebben. Er is er op dit moment geen instantie die als taak heeft om een inhoudelijk overzicht op te stellen. Dat gebeurt meestal per beleidsdomein. Daar heb je wel een basisoverzicht.

Vanuit het perspectief van de financiering wordt er wel een overzicht gemaakt door het
departement EWI in de vorm van de Speurgids. Deze informatie is online toegankelijk via de
EWI-website. De cijfers met betrekking tot beleidsondersteunend onderzoek vallen onder de
categorie ‘Horizontale initiatieven beleidsondersteunend onderzoek’. Daar zie je welke
bedragen zijn uitgegeven aan welke studies en heb je een indicatie.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, dank u voor het antwoord. Ik hoop echt dat de
evaluatie die van de verschillende steunpunten is gemaakt, wordt meegenomen naar de
nieuwe generatie. Ik hoop dat we de evaluatie krijgen, maar mijn buikgevoel zegt dat er goed
werkende steunpunten zijn en minder sterke steunpunten. We moeten de moed hebben om op
basis van die evaluatie de juiste keuzes te maken en minder goed draaiende steunpunten terug te schroeven om niet te zeggen af te bouwen. Dat is heel belangrijk.

Het dubbel gebruik zal ik zelf ook bekijken, maar ik denk dat dat absoluut moet worden
gemeten. Ik hoop ook dat als het verslag helemaal klaar is, we het ook krijgen, want een
drietal weken geleden hebt u gezegd dat we het actieplan wetenschapscommunicatie kregen,
en dat is nog niet overgemaakt. Dat is een kleine vergetelheid. Het zou leuk zijn als we het
uiteindelijk toch zouden krijgen.

De voorzitter: Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten: Het is een vergetelheid van ons, dat moeten we rechtzetten. Ik wil
één ding benadrukken, collega. De evaluatie van de bestaande steunpunten, die u zult krijgen,
is vooral een leerproces voor iedereen die eraan heeft meegewerkt. Het is niet zo dat bij een
gunstige evaluatie men automatisch overgaat tot een continuering. De nieuwe call vertrekt
van nieuwe beleidsinzichten en van nieuwe beleidsbehoeften. Sommige zullen misschien
dezelfde thema’s vooropstellen, andere misschien andere thema’s. Dat ondersteunt zeker uw
vraag om niet zomaar iets te continueren als er geen duidelijke meerwaarde is aangetoond.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 
 
 
 

 

2011 Koen Van den Heuvel