|
Vraag om uitleg van de
heer Koen Van den Heuvel tot mevrouw Ingrid Lieten,
viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister
van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en
Armoedebestrijding, over de hervorming van het Vlaamse beleid
m.b.t. wetenschapscommunicatie.
7 april 2011
De voorzitter : De heer Van den Heuvel heeft
het woord.
De heer Koen Van den Heuvel : Minister, de
voorbije jaren hebt u beslist, ook in het kader van de
budgettaire krapte, om enkele zaken opnieuw grondig te bekijken.
Toch was er het initiatief van een aantal parlementsleden om een
resolutie goed te keuren. De commissie Onderwijs is op bezoek
geweest bij het Platform Bèta Techniek in Nederland.
Er is een advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en de
Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI), om ervoor te
zorgen dat de richtingen wetenschap en techniek wat
aantrekkelijker worden bij de jongeren. Dat is een interessant
advies. Ik ben blij dat we daarover in een gemeenschappelijke
commissie van gedachten kunnen wisselen met de collega’s van de
commissie Onderwijs, wellicht na de paasvakantie, om daar ook in
Vlaanderen werk van te maken. In dat advies wordt benadrukt om
daar een prioriteit van te maken, ook via een overkoepelende,
weliswaar lichte, structuur. Men pleit sterk voor een
interministerieel initiatief. Het draagvlak moet zo breed
mogelijk zijn om vooruitgang te kunnen boeken.
Wetenschapscommunicatie is uiteraard niet hetzelfde als het
idee om jongeren meer te laten doorstromen naar
wetenschapsrichtingen. Dat komt er allemaal aan na de
paasvakantie. Wetenschapscommunicatie is daar wel een belangrijk
onderdeel van.
Minister, vorig jaar hebt u gezegd dat u een actieplan
voorbereidt. We moeten het ook zien in de financiële
meerjarenplanning. De begrotingscontrole wordt nu opgemaakt.
Daarna start men aan de meerjarenbegroting. Het is dus het
moment om eens te kijken of u al een visie hebt op
wetenschapscommunicatie en het actieplan en hoe u dat op korte
en op lange termijn ziet evolueren.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het actieplan
wetenschapscommunicatie? Wat zijn de belangrijkste conclusies
die u meeneemt, minister, uit de evaluaties van de
expertisecellen popularisering wetenschap, techniek en
technologische innovatie en het project ‘De wereld aan je
voeten!’?
Heeft het departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI)
intussen een meerjarenplan in verband met
wetenschapscommunicatie opgesteld? Zo ja, wat zijn de
prioriteiten en is er contact met de betrokken actoren? Indien
niet, hoe ziet u de timing?
Minister Ingrid Lieten : Collega’s, in 2010
hebben we inderdaad gezegd dat we in plaats van een jaarlijks
actieplan wetenschapscommunicatie in eerste instantie een
globaal plan willen uitwerken voor de verdere legislatuur. Dit
heeft intussen geleid tot de visienota over het beleid inzake
wetenschapscommunicatie 2010-2014. Deze visienota vormt de basis
voor verdere uitwerking en voor de gesprekken met het
departement EWI. Er wordt gekeken hoe de doelstellingen voor
wetenschapscommunicatie breder uitgewerkt kunnen worden. We
werken eraan. Ik hoop dat we binnenkort iets meer afgewerkte
documenten zullen hebben.
De evaluatie van het project ‘De wereld aan je voeten!’ is
momenteel nog volop aan de gang. Die wordt gecoördineerd door
het departement EWI en uitgevoerd en voorbereid door de
consultancygroep TRITEL. De conclusies worden verwacht tegen 30
april 2011. Dat is kortelings.
De evaluatie van de expertisecellen wetenschapscommunicatie
is ook nog in uitvoering. Hiervoor is op 24 maart laatstleden
een plan van aanpak met de expertisecellen besproken. De
evaluatie wordt eveneens gecoördineerd door het departement EWI
en uitgevoerd door een nog aan te duiden consultant. De
conclusies worden verwacht tegen 30 september 2011, volgens de
planning die er nu is.
Ik zoom nog even in op de visienota voor het beleid inzake
wetenschapscommunicatie 2010-2014. Die is gebaseerd op de
evaluatie van het beleid door Resource Analysis, op de feedback
van de actoren uit het veld die via het
wetenschapsinformatienetwerk aan het departement EWI overgemaakt
werd, op aanbevelingen van internationale studies en tendensen
en op aanbevelingen van de VRWI.
De essentie is tweevoudig. Er wordt verder ingezet op het
stimuleren van een verhoogde instroom in wetenschappelijke en
technische richtingen. Dat is een belangrijke doelstelling. Het
was de voorbije dagen opnieuw in het nieuws. Daarnaast zullen er
meer aandacht en middelen besteed worden aan de versterking van
het maatschappelijk draagvlak voor wetenschap en technologische
innovatie. We zullen hierbij de nadruk leggen op de verhoging
van de participatie van alle bevolkingslagen, met inbegrip van
diegenen die nu een beetje worden uitgesloten, in het
maatschappelijk debat over de impact van wetenschap en
technologie op de samenleving.
De budgettaire beperkingen hebben hun effect ook op
wetenschapscommunicatie. U hebt er ook naar verwezen. Ik geef de
cijfers. In 2009 was er een budget van 9.107.310 euro. In 2010
was dit 7.780.090 euro. In 2011 is het 6.452.000 euro. Dat is
het gevolg van een keuze. Als we proberen besparingen te
vermijden bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen
(FWO), bij de strategisch onderzoekscentra (SOC’s) en het
Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT),
moeten ze ergens anders gebeuren. Door die besparingen zijn we
bij de implementatie even ter plaatse blijven trappelen.
Wanneer we hopelijk door een verhoging van de budgetten snel
opnieuw kunnen aanklampen, moeten er zeker en vast weer meer
middelen gaan naar wetenschapscommunicatie, zeker in het licht
van de knelpunten en speerpunten die uit de visienota blijken.
Dat ben ik met u eens. Maar omdat er tot nu toe beperkte
budgetten waren, heb ik geen nieuwe oproep gelanceerd in 2010 en
2011 en geen nieuwe initiatieven genomen, maar vooral geprobeerd
om de bestaande initiatieven te continueren. Ik kijk ook uit
naar de verhoging van de budgetten, en dan kunnen we opnieuw met
volle kracht vooruitgaan.
De voorzitter : De heer Van den Heuvel heeft
het woord.
De heer Koen Van den Heuvel : Minister, ik
dank u voor het antwoord. Kunnen de leden van de commissie de
visienota ter beschikking krijgen? Dan hebben we ook een zicht
op welke knelpunten en belangrijke prioriteiten naar voren
worden geschoven.
Minister Ingrid Lieten : Dat kan.
De heer Koen Van den Heuvel : Wellicht
kunnen we na daar na de paasvakantie meer aandacht aan besteden.
Als we een ambitieus project willen maken voor wetenschap en
techniek en vooral jongeren daarnaartoe willen laten stromen,
vraagt dat ook een budget. Kijk maar naar de bedragen in
Nederland. Heel het idee in Nederland is mooi uitgewerkt. Dat
vraagt een budgettaire inspanning. Het zijn bedragen van een
andere orde dan 6 of 7 miljoen euro. Het gaat ook samen met
onderwijs. We moeten ook de band leggen met de arbeidsmarkt en
economie. Ik wil een pleidooi houden om dat zeker niet te
vergeten. Misschien kunnen die domeinen elkaar versterken in het
geheel.
De voorzitter : Het incident is gesloten. |