| |
Vraag om uitleg van de heer Koen Van den
Heuvel tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van
Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over
de impact van de federale hervormingen en de regionalisering op
het Vlaamse arbeidsmarktbeleid
2februari 2012
De voorzitter: De heer Van den
Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, deze problematiek
is de laatste weken al een paar keer in de actualiteit geweest,
maar dan met betrekking tot andere thema’s, zoals de
hypothecaire aftrek.
Sommigen denken dat ze daar politiek gewin uit kunnen halen. Het
tegendeel is waar, want het is heel belangrijk voor de
geloofwaardigheid van de volledige politieke klasse én voor de
vraag naar meer Vlaamse autonomie dat we dat op een goede manier
kunnen begeleiden. Ik denk dat dat een conditio sine qua non is.
Als we over enkele jaren naar een zevende staatshervorming
vragen, moeten we de zesde goed doen verlopen. We mogen geen
mist spuien en de onzekerheid verhogen door de mensen schrik aan
te jagen.
Is het uitgebreide pakket van arbeidsmarktbeleid dat naar de
regio’s komt, voldoende? Hadden we niet nog wat meer verwacht?
We krijgen in elk geval wel enkele hefbomen. We moeten dat goed
voorbereiden. We kijken allemaal uit naar 15 februari als de
Vlaamse administratie daaromtrent enkele zaken gaat aanbieden.
Zijn er overgangsmaatregelen getroffen? De federale overheid
heeft een bepaalde bocht genomen. Ze gaat de zaken strenger
bekijken dan voorheen. Op welke manier gaat ze de regio’s
daarbij betrekken? Zo wordt het systeem van de wachtuitkering
verstrengd. Er komt een scherpere controle op de
beschikbaarheid. De definitie van ‘passende dienstbetrekking’
wordt strenger. De afstand tot het werk is meer dan verdubbeld.
Verder staat alles in mijn vraag, u weet waarover het gaat.
Minister, in welke zin kunnen er op relatief korte termijn
samenwerkingsakkoorden met de federale overheid tot stand komen?
Dat staat in het federale regeerakkoord. Het gaat onder andere
over de wachtuitkering en de verplichte evaluatiemomenten. Hoe
staat u daartegenover, minister? Gaat u daar enthousiast aan
meewerken? Wat is uw houding daartegenover?
Wat is uw houding ten opzichte van het KB van eind december
2011? Is dat een stap in de goede richting? Bent u van mening
dat de RVA binnen het huidige bevoegdheidsverdelende kader een
inschakelingstraject kan aanbieden aan jonge werklozen? Of
worden dergelijke trajecten het best enkel door de bevoegde
gewestelijke diensten georganiseerd? In verband met de passende
dienstbetrekking, hoe evalueert u het VDAB-experiment waarbij de
jobaspiraties van min-25-jarigen versneld worden bijgesteld?
Overweegt u een uitbreiding van deze aanpak?
De voorzitter: De heer Janssens heeft het woord.
De heer Chris Janssens: Als de economische en financiële
crisis iets duidelijk hebben gemaakt over het Vlaamse
arbeidsmarktbeleid en het remediëren aan crisissituaties, is het
dat Vlaanderen over onvoldoende bevoegdheden beschikt om een
doeltreffend arbeidsmarkt- en tewerkstellingsbeleid te kunnen
voeren. Ook in de Octopusnota, die nog altijd als bijlage bij
het Vlaams regeerakkoord dienst doet, staan dienaangaande enige
verwijzingen. Ik zal ze niet citeren, ze staan in mijn vraag. U
weet beter dan ik wat er in het regeerakkoord en de Octopusnota
staat.
Wat mij en mijn fractie betreft, is er dringend nood aan de
volledige overheveling van het beleid ter zake. Ieder verder
uitstel heeft nefaste gevolgen voor de Vlaamse economie en
werkgelegenheid. Indien Vlaanderen zelf over een arbeidsmarkt-
en tewerkstellingsbeleid kan beslissen, zullen wij een betere
concurrentiepositie kunnen bewerkstelligen en zodoende de plaats
innemen waar Vlaanderen thuishoort: in de top van het Europese
peloton. Intussen werd in het federale regeerakkoord van 1
december 2011 overeengekomen een aantal bevoegdheden te
regionaliseren. Het gaat dan onder meer over de beslissings- en
uitvoeringsbevoegdheid om de actieve en passieve beschikbaarheid
van de werklozen te controleren en de bijbehorende sancties op
te leggen; over de regionalisering van RSZ-kortingen voor
doelgroepen en van de activering van werkloosheidsuitkeringen;
over de programma’s voor de arbeidsmarktbegeleiding van
leefloners om ze opnieuw te integreren in de arbeidsmarkt
enzovoort.
Minister, in welke mate komt het federale regeerakkoord – meer
bepaald de bevoegdheden
inzake het beleidsdomein Werk – tegemoet aan de verzuchtingen en
wensen van de Vlaamse
Regering, zoals verwoord in de Octopusnota? Hebt u in uitvoering
van het federale
regeerakkoord al contact gehad met federaal minister van Werk De
Coninck of een ander lid
van de Federale Regering over de overheveling – of de
voorbereiding daarvan – van
bevoegdheden inzake Werk? Neemt u proactief initiatieven om het
beleidsdomein Werk voor
te bereiden op de regionalisering van enkele bevoegdheden?
Worden er samenhangend met
de overgehevelde bevoegdheden inzake de arbeidsmarkt voldoende
financiële middelen
overgeheveld ter uitvoering van deze bevoegdheden?
De voorzitter: Mevrouw Peeters heeft het woord.
Mevrouw Lydia Peeters: Ik vind de vraag van de heer Van
den Heuvel zeer interessant. Ik zou ook willen weten of er al
contacten zijn geweest.
Ik dacht dat in de Kamer werd aangekondigd dat de sancties in de
toekomst door de VDAB zouden worden opgelegd. (Opmerkingen van
minister Philippe Muyters)
Heeft minister De Coninck dat niet aangekondigd? (Minister
Philippe Muyters knikt
ontkennend) Ik zie aan uw gezicht dat er nog niet veel
duidelijkheid over bestaat.
De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.
Minister Philippe Muyters: Ik zal met het laatste
beginnen. De controle zal door de VDAB kunnen gebeuren, maar de
sancties zullen federaal blijven. Dat staat in de teksten over
de zesde staatshervorming die ik ter beschikking heb.
Dat is een begin van antwoord op de vragen over de 58-plussers.
Wij gaan een transmissie blijven doen van degenen die in
overtreding zijn, ook de werkzoekenden tot 58 jaar. De controle
zou overkomen naar het gewest, maar de sancties blijven
federaal. We hebben natuurlijk nog geen gedetailleerde teksten.
Mijnheer Janssens, mijnheer Van den Heuvel, wij krijgen van de
Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) rond midden
februari een technische nota. Ik wil daar niet te veel van
verwachten. We zullen de nota met de regering bespreken en de
nodige acties plannen voor de verdere opvolging en
voorbereiding, ook op financieel vlak. Het wordt wellicht 2014
voor de overdracht rond is. De voorbereiding in februari
opstarten is goed en juist. Laat ons inderdaad nergens de indruk
wekken dat we er niet klaar voor zijn. We moeten ons daar klaar
voor maken.
De elementen die worden overgeheveld staan in de Octopusnota,
maar niet alles wat we daar gevraagd hebben, wordt gerealiseerd.
De onderhandelaars hebben het akkoord gesloten, zij zijn het
best geplaatst om erover te oordelen. Als minister van de
Vlaamse Regering kan ik daar geen uitspraken over doen.
We verwachten de analyse en zullen dan de nodige initiatieven
nemen. Ik heb minister De Coninck al ontmoet. De filosofie die
ook wij naar voren schuiven, is dat de federale instrumenten
maximaal moeten worden ingezet om het Vlaams beleid te
ondersteunen. De minister-president heeft dat ook al duidelijk
gemaakt. Ik heb ons Vlaams activerings- en
werkgelegenheidsbeleid aan minister De Coninck uitgelegd. Het is
effectief de bedoeling dat zij daar rekening mee houdt bij haar
voorstellen en maatregelen.
Wij hebben ook werkafspraken gemaakt over structureel overleg
tussen ons beiden, en over een samenwerkingsakkoord tussen de
VDAB en de RVA, dat zo goed als afgerond was. Dat gaan we nu, op
basis van de nieuwe gegevens, verder actualiseren. Het akkoord
heeft onder meer te maken met de controle op de activering.
Het was een informeel gesprek. Sta mij dus toe om niet alle
elementen in detail te geven. Uiteraard zal ik constructief
samenwerken. Het gesprek vormde hiertoe een goede aanzet. Er
moet ook een samenwerkingsakkoord komen tussen de federale
staat, de gewesten en de gemeenschappen over de actieve
begeleiding en opvolging van werklozen. Dat werd al even
besproken, maar dat moeten we zeker nog uitdiepen.
In het nieuwe institutionele akkoord over de staatshervorming
werden de bevoegdheden vastgelegd die zullen worden
geregionaliseerd. Hieruit blijkt dat het normatieve kader voor
de regelgeving inzake passende betrekkingen wel is aangepast,
maar federaal blijft. Ook het zoekgedrag, de administratieve
controles en de sancties blijven, voor zover ik dacht, federaal.
Mocht het anders zijn, zal ik het zeker nog horen. Maar zo heb
ik wel het akkoord gelezen. Mijnheer Van den Heuvel, het KB van
28 december 2011 over de wachtuitkering en de voorwaarden om
toegang te krijgen – nu noemen we dat een inschakelingsuitkering
– is natuurlijk een element van sociale zekerheid. Dat lijkt mij
een federale bevoegdheid. Vanuit dat oogpunt is er op zich geen
probleem dat dit wordt aangepast. Voor zover ik heb gezien,
worden er daartoe ook geen opdrachten gegeven, maar er is
wellicht wel afstemming nodig tussen Vlaanderen en het federale
niveau.
Wij kunnen ons vragen stellen over het aanbod van
inschakelingsprojecten door de rijksdiensten of het gewest. Dat
moeten we bekijken in het kader van de staatshervorming. Ik weet
niet of het gaat over bestaande instrumenten. In dat geval zou
ik zeggen: voorlopig geen probleem aangezien de staatshervorming
nog niet is gerealiseerd. Of gaat het om nieuwe instrumenten,
waarbij we concreet moeten bekijken of het een federale of
regionale bevoegdheid is? Meer concreet: kunnen de
inschakelingstrajecten worden aangeboden door de federale of de
gewestelijke dienst? Wij moeten duidelijkheid krijgen over wat
zij daar juist mee bedoelen. U weet ook dat als die
inschakelingstrajecten bemiddelingstrajecten zijn, dat het dan
een regionale en niet een federale bevoegdheid is. We moeten
bekijken wat dat juist inhoudelijk betekent. Uit het gesprek met
minister De Coninck bleek dat iedereen binnen zijn
bevoegdheidsdomein blijft. Ik zou meer duidelijkheid moeten
krijgen over wat het federale niveau met zo’n
inschakelingstraject zou aanbieden. Bemiddeling kan het niet
zijn.
Dan is er nog de vraag over de 50-plussers, de passende
dienstbetrekking en het pilootproject voor jonge werklozen met
beroepaspiraties waar weinig vraag naar is en de switch naar een
ander soort job. In de eerste evaluatie is voorzien in april
2012. Mijnheer Van den Heuvel, ik stel voor dat we die evaluatie
even afwachten, zodat we het project toch zes maanden hebben
kunnen laten lopen.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik dank u voor uw
antwoorden. Ik ben blij dat u
een gezonde basishouding aanneemt om constructief mee te werken.
Ik heb nog een aantal
opmerkingen.
Ik veronderstel dat die nota van de Vlaamse administratie, die
binnen twee weken klaar zal
zijn, naar de Vlaamse Regering gaat, maar ook dat zij naar het
parlement komt. Er is nu al
zoveel publiciteit rond gemaakt dat we er allemaal interesse
voor hebben. Daarover bestaat
over alle partijgrenzen heen een grote consensus. (Opmerkingen
van de heer Matthias
Diependaele) Ook de heer Diependaele heeft interesse.
Minister Philippe Muyters: Mijnheer Van den Heuvel, ik
verwijs hier naar de opdracht die door minister-president
Peeters werd gegeven.
De voorzitter: De secretaris zegt mij dat dit wordt
besproken met het kabinet van minister-president Peeters.
De heer Koen Van den Heuvel: Ik heb nog enkele
inhoudelijke vragen.
Ik las gisteren een interview met de federale minister van Werk.
Zij zegt daarin bijna letterlijk dat ze ten dienste van de
regio’s wil staan. Zij zegt heel goed te weten dat het Vlaamse
arbeidsmarktbeleid anders moet worden ingevuld dan dat in het
zuiden van het land. En dan volgt het typische voorbeeld: meer
aandacht voor ouderen in Vlaanderen, meer aandacht voor
jongerenwerkloosheid in het zuiden. Ik denk niet dat we moeten
wachten tot 2014, zegt ze. We kunnen dat nu al aanpakken. Dat
was haar uitnodiging, en dat heeft zij ook in uw gesprek met
haar bevestigd: in 2014 krijgen we een aantal extra bevoegdheden
met betrekking tot de controles.
Ik begrijp hieruit dat het normatieve kader federaal blijft maar
dat het Vlaamse niveau, de regio’s dus, in tegenstelling tot
vroeger nog wel effectief de controles uitvoert. Daarnaast komt
het grote pakket van de RSZ-kortingen (Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid) over. Dat zijn heel belangrijke financiële middelen.
Mijnheer Janssens, wij kunnen dat grote pakket zelf invoegen in
het juiste doelgroepenbeleid.
De overdracht van de arbeidsmarktmiddelen zal een kleine 5
miljard euro bedragen. Nu wordt dat in de federale pot op basis
van behoeften verdeeld. Die middelen zullen vanaf de eerste dag
dat de regionalisering een feit is, op basis van de
belastingopbrengsten verdeeld worden. Dat is voor Vlaanderen een
grote winst. Dat betekent een grote vooruitgang qua
responsabilisering.
Ik kan geen Knack of krant meer openslaan zonder dat daarin
belangrijke Waalse vakbondsleiders of politici zeggen: “Binnen
tien jaar moeten we er staan want dan komt er geen extra doping
meer vanuit het noorden van het land.” Diegenen die de voorbije
maanden altijd hebben geroepen dat de nieuwe Financieringswet de
transfers naar het zuiden enkel zouden vergroten, moeten stilaan
hun mening herzien. In het zuiden zijn ze zelfs al een ‘Horizon
2022’ aan het opmaken om dat keerpunt in de financieringsstromen
voor te bereiden.
Dat nog terzijde, maar ik ben nu mijn draad kwijt. (Opmerkingen
van de heer Matthias
Diependaele) Mijnheer Diependaele, ik hoop altijd dat herhaling
dit zal doen doordringen.
Minister Philippe Muyters: Mijnheer Van den Heuvel, ik
wil hierover wel eens graag met u een discussie voeren. Die zou
ons hier echter te ver voeren. Als minister kan ik die discussie
niet voeren. Ik begrijp dat u dat graag herhaalt.
De heer Koen Van den Heuvel: Als u mij uitnodigt voor een
boeiende lunch, ben ik altijd bereid om dat onder vier ogen te
bespreken. (Opmerkingen. Hilariteit)
Uit dat interview met minister De Coninck maakte ik op dat we al
voor de overdracht afspraken kunnen maken. Minister, kunt u
daarover meer details geven?
Minister Philippe Muyters: Er was in het verleden een
samenwerkingsakkoord tussen de VDAB en de RVA. Met de vorige
minister van Werk, Joëlle Milquet, waren we een nieuw
samenwerkingsakkoord tussen de VDAB en de RVA aan het
voorbereiden. Dat passen we nu aan aan de nieuwe gegevens en aan
de beslissingen die op het federale niveau zijn genomen, maar
ook aan de beslissingen die wij nemen met het
werkgelegenheidsakkoord. Wij wachten absoluut niet op
overdrachten. Waar met federale instrumenten het Vlaamse
arbeidsmarktbeleid kan worden versterkt, volg ik, als minister
De Coninck daarin wil meegaan, met alle plezier. Uiteraard.
De voorzitter: De heer Janssens heeft het woord.
De heer Chris Janssens: Minister, over die sancties
heerst inderdaad nogal wat onduidelijkheid en dat is
begrijpelijk. In het federale regeerakkoord staat over de
controle op de beschikbaarheid het volgende: “De gewesten
verwerven volledige beslissings- en uitvoeringsbevoegdheid om de
actieve en passieve beschikbaarheid van de werklozen te
controleren en de daarbij horende sanctie op te leggen.” Maar,
en dat is een typisch Belgisch compromis, er staat een cijfertje
achter dat naar een voetnoot verwijst. In die voetnoot staat:
“Opdat deze bevoegdheidsverdeling zou kunnen werken is het
noodzakelijk dat de overheid die de uitkeringen betaalt ook de
sanctie materieel uitvoert.” De facto blijven die sancties bij
de federale overheid. Of in het soms wollige taalgebruik van de
heer Van den Heuvel: het normatieve kader blijft federaal.
Niet eens alle eisen uit de Octopusnota – die voor ons nog
altijd niet ver genoeg gaat – worden ingewilligd. Ik verwijs
naar enkele bevoegdheden die inderdaad gewestelijk worden: de
uitzendarbeid in eigen diensten en lokale overheden, de
dienstencheques en outplacement.
Een heel belangrijk aspect in dat verhaal is het arbeidsrecht,
en dat blijft dan weer federaal. Wat ons betreft, gaat dit
absoluut niet ver genoeg. Maar je kunt altijd zeggen dat het te
weinig of te laat is, dus laat ons de kansen die geboden worden,
in eerste instantie met beide handen grijpen en dit correct
uitvoeren op het Vlaamse niveau. Ik heb begrepen dat u deze
maand verder overleg hebt en dat er meer duidelijkheid komt over
de concrete uitvoering van de overheveling van de bevoegdheden
en de financiële aspecten daarvan. We zien elkaar waarschijnlijk
ongeveer binnen een maand terug om te horen hoe ver het daarmee
staat.
Minister Philippe Muyters: Als er twijfel over bestaat
dat ik niet akkoord zou gaan dat de sanctie overkomt, wil ik
bevestigen dat ik daartoe meteen bereid ben. Er zal zeker geen
leemte komen als dat zo zou zijn. Ik had begrepen van niet, maar
als het wel zo is, is dat welkom. Ik denk dat we zelfs een
serieuze besparing zouden kunnen realiseren. Ik nodig degenen
die federaal zitten uit om dat te bewerkstelligen.
De heer Koen Van den Heuvel: Ik ben heel blij dat de
Vlamnationalisten minder over
Vlaamse autonomie praten en ook bereid zijn om er concreet aan
te werken.
De voorzitter: Het incident is gesloten. |