Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger aan de heer Philippe Muyters Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport m.b.t. vertraagde inning van de onroerende voorheffing 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Mijnheer de voorzitter, mijn vraag gaat over iets wat enorm leeft bij de mensen, gelukkig iets minder bij de lokale besturen omdat men daar met de voorschottenregeling kan werken. Sinds 1999 int de Vlaamse overheid de onroerende voorheffing. Ik moet hier niet meer uitleggen hoe het systeem in elkaar zit. Vlaanderen heft ongeveer 2,5 percent waarop de provincies en de gemeenten opcentiemen kunnen heffen. Midden juni 2009 werd bekendgemaakt dat het informaticasysteem werd veranderd. Er moesten extra controles worden ingebouwd om het aantal bezwaarschriften tot een minimum te beperken. Eind augustus werd gezegd dat er vertraging was omdat er extra kwaliteitstests moesten worden uitgevoerd.

Dit leidt natuurlijk tot een aantal problemen. Vlaanderen heeft nog geen geld van de Vlaamse belastingbetaler ontvangen, maar is wel gebonden aan de voorschottenregeling met de lokale besturen. Vroeger kon Vlaanderen nog wat winst boeken omdat men het geld eerder kon ontvangen dan men het moest uitgeven. Nu is het omgekeerd en moet Vlaanderen voorschieten en is er renteverlies.

Mijnheer de minister, wat is de oorzaak van de informaticaproblemen die aanleiding geven tot vertraging van deze operatie? Kon men dat niet voorzien? De vorige minister van Financien zei dat het Vlaams Fiscaal Platform een goed werkende instelling was. Wat is dus de oorzaak van de problemen? Wat is de gemiddelde vertraging bij het versturen van de aanslagbiljetten? Is er eventueel aan gedacht om de betalingstermijnen in te korten? Kan dat decretaal? Kunt u een raming geven van het verwachte renteverlies dat de Vlaamse Gemeenschap zal hebben, naar aanleiding van dit informaticaprobleem?

De voorzitter: Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Mevrouw Michèle Hostekint: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb een gelijkaardige vraag. Normaal worden de eerste aanslagbiljetten onroerende voorheffing tussen half mei en half augustus verstuurd. Door de implementatie van een nieuw informaticasysteem zijn de eerste aanslagbiljetten dit jaar pas eind juli verstuurd. De laatste brieven zouden pas eind oktober en begin november op de bus gaan. Deze laattijdige inning lijkt me toch een of ander budgettair gevolg te hebben. Is het niet voor de gemeenten, dan toch voor de Vlaamse overheid.

Mijnheer de minister, wat is de actuele stand van zaken betreffende de verzending van de aanslagbiljetten? Bent u van oordeel dat een en ander vermeden had kunnen worden? Men wist toch dat er oude data moesten worden overgedragen van het ene informaticasysteem naar het andere. Wat zijn de laatste ramingen betreffende de inkomsten uit de onroerende voorheffing? Hoeveel vertegenwoordigen deze inkomsten op de totale inkomsten van de Vlaamse overheid? Zal een laattijdige inning enig effect hebben op d timing inzake het uitbetalen of de omvang van de voorschotten aan de gemeenten, of worden de bedragen op het afgesproken tijdstip gestort? Zal Vlaanderen moeten lenen om de totale kost te dekken van inkomsten die pas veel later binnenkomen of werden hiervoor reserves aangelegd? Wat is de finale raming van het gevolg van de laattijdige ontvangsten op de rekening 2009 van de Vlaamse overheid?

De voorzitter: De heer Tack heeft het woord.

De heer Erik Tack: Mijnheer de minister, zal de laattijdige inning van dit jaar invloed hebben op de inning van volgend jaar?

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Mijnheer de voorzitter, geachte collega’s, volgend jaar verwachten we geen vertraging. Op 29 juli zijn we effectief begonnen met het uitsturen van de aanslagbiljetten 2009. Vandaag hebben we iets minder dan 1,5 miljoen aanslagbiljetten verstuurd. Dat is goed voor een bedrag van 1,4 miljard euro. Ter vergelijking: in 2007 werden in het totaal voor een bedrag van ongeveer 2 miljard euro aanslagbiljetten verstuurd. Aan het tempo van vandaag, 250.000 aanslagbiljetten per week, verwachten we dat het gros van de aanslagbiljetten eind oktober zal verstuurd zijn. Met het gros bedoel ik dan alle reguliere kohieren. Het is zo dat de aanslagbiljetten die deel uitmaken van de reguliere kohieren, 91 percent uitmaken van het totaal aantal te versturen aanslagbiljetten.

De vertraging heeft inderdaad helemaal te maken met het nieuwe informaticasysteem. In tegenstelling met het vorige informaticasysteem dat gebruikt werd tot en met 2008 en dat specifiek ontwikkeld was voor de onroerende voorheffing, is er nu gekozen voor een nieuw informaticasysteem dat het ook mogelijk moet maken om andere belastingen – ik denk aan de verkeersbelasting of de planbatenheffing – te innen. Daarom heeft men gekozen om over te stappen naar een generiek informaticasysteem.

Er was ook een centrale databank nodig met gegevens van externe dataleveranciers. Daar zijn een aantal problemen gerezen. Tijdens de ontwikkeling zelf is gebleken dat er problemen waren bij het laden van de gegevens uit de centrale databank. Ik geef een voorbeeld. Als we het hebben over onroerende voorheffing, dan gaat het over het gekend wettelijk adres dat we vanuit het rijksregister konden inladen. Maar als je het aanslagbiljet naar dat adres verstuurt, blijkt het vaak om een oud adres te gaan. We moesten dus het laatste gekende adres hebben en niet het laatste wettelijk gekend adres. Toen we dit merkten, wilden we een aantal vastgestelde fouten vooraf remediëren waardoor we dus meer tijd nodig hadden.

Er is toen ook beslist om een extra kwaliteitscontrole in te bouwen. Door die bijkomende controle is men gaan kijken naar de aanslagbiljetten via de nieuwe toepassing en heeft men die vergeleken met de aanslagbiljetten zoals die door de oude toepassing werden gegenereerd. Op die manier kon men er de fouten uit halen. Het is logisch dat men bij een nieuw computersysteem na elke toepassing verbeteringen aanbrengt waar het kan.

Bij de start van de verzending lag het uitvalpercentage op 2,5 percent. Vandaag is dat nog 0,8 percent. En we zullen nog verdere correcties aanbrengen als het moet. Belangrijk is dat het gros van de aanslagbiljetten momenteel verzonden is met een heel klein risico op fouten waardoor we verwachten dat het aantal bezwaarschriften beperkt zal zijn.

Ik moet zeker nog vermelden dat de vorige Vlaamse Regering heeft beslist om een deel van de onroerende voorheffing laat uit te sturen als een crisismaatregel. Het aandeel materieel en outillage in de onroerende voorheffing zou pas op het eind van het jaar worden verstuurd. Dit heeft natuurlijk ook een vertragingseffect tot gevolg. Hadden we dit kunnen voorkomen? Ik denk dat je uit fouten moet leren en ik heb gezien dat we dat vandaag doen. Ik zie dat we wijze lessen trekken uit wat er is gebeurd. In plaats van een middelenverbintenis gaan we naar een resultaatsverbintenis. In plaats van te wachten tot op het eind om te zien of alles werkt, gaan we naar deelopleveringen. Het is wijs om uit fouten lessen te trekken zodat ze in de toekomst kunnen worden vermeden. Als we vroeger waren begonnen met kohieren, dan hadden we in ieder geval dit jaar moeten vaststellen dat we de kwaliteitsstandaard zeker niet hadden kunnen garanderen, met bezwaarschriften tot gevolg. Vandaar dat men op een bepaald moment ervoor heeft gekozen om de verzending uit te stellen en te zorgen voor de gewenste kwaliteit. Dit heeft geen enkel effect gehad voor de gemeenten en provincies. We hebben de voorschotten betaald volgens de afspraken die in het verleden zijn gemaakt.

De tijdelijke vertraging, die nu gevolgd wordt door een inhaaloperatie in de tweede jaarhelft, heeft wel een invloed op de thesaurie van de Vlaamse Gemeenschap. Maandelijks betalen we aan de lokale besturen 300 miljoen euro voorschotten voor de opcentiemen en dit vanaf begin juli. Om de vertraging op te vangen, hebben we voor een specifieke financiering gezorgd. Het Euro Commercial Paper programma laat toe om geld te lenen met middelkorte looptijden. Op 20 juli werd er 600 miljoen euro opgenomen voor een periode van drie maanden tegen een kostprijs van 1.222.000 euro. Dit programma zal eind oktober wellicht verder aangesproken worden.

Daarnaast wordt er ook meer een beroep gedaan op bestaande kredietlijnen. Als het inningspercentage van verleden jaar als referentie mag worden genomen, dan loopt de totale kostprijs van de inzet van beide financieringsbronnen op tot ongeveer 2,4 miljoen euro. Die 2,4 miljoen euro kost heeft natuurlijk ook deels te maken met de specifieke bewuste keuze om als crisismaatregel de roerende voorheffing materieel en outillage pas op het einde van het jaar te innen.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. Ik zal niet zeggen dat het aandeel materieel en outillage verwaarloosbaar is in het bedrag van 2,4 miljoen euro, maar het is wellicht maar een klein deeltje. Laten we afronden en zeggen dat de vertraging ongeveer 2 miljoen euro heeft gekost. Ik hoop echt dat men duidelijke lessen trekt, zeker wanneer men van plan is om ook op deze manier de verkeersbelasting te innen. Men moet zich goed voorbereiden. Kunt u zeggen wanneer men die overname van de verkeersbelasting gaat doen?

De voorzitter: Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Mevrouw Michèle Hostekint: Mijnheer de minister, ik wil u danken voor uw antwoord. Het is natuurlijk achteraf moeilijk om te beoordelen of problemen vermeden hadden kunnen worden. Het lijkt me toch dat een operatie van die omvang voorbereid is of moest zijn geworden. 2,4 miljoen euro heeft een serieuze budgettaire impact. Laten we hopen dat het inderdaad effect heeft op de kwaliteit van de invordering en op de vermindering van het aantal bezwaarschriften. Laten we hopen dat, zoals de heer Van den Heuvel ook zegt, er lessen uit worden getrokken voor bijvoorbeeld de overname van de verkeersbelasting.

De voorzitter: De heer Tack heeft het woord.

De heer Erik Tack: Enerzijds is het natuurlijk een goede zaak dat er geen invloed is op de inning van volgend jaar. Anderzijds zal het voor een aantal burgers misschien wel een verschil maken, in die zin dat de tijd tussen twee betalingen korter zal worden. Voor sommige mensen is dit misschien een probleem. Niet iedereen spaart op voorhand om zijn onroerende voorheffing te kunnen betalen. Misschien kan de uiterste datum van betaling volgend jaar wat opgeschoven worden?

De voorzitter: De heer van Rouveroij heeft het woord.

De heer Sas van Rouveroij: Mijnheer de minister, in tegenstelling tot de personenbelasting is voor de onroerende voorheffing het dienstjaar gelijk aan het aanslagjaar. Met andere woorden: wanneer men op 1 januari eigenaar is van een pand, wordt men in de loop van dat jaar ook belast. Men zegt dat een hele reeks eigendomsoverdrachten 2008, allicht door het informaticaprobleem, in 2009 aanleiding hebben gegeven tot een foute aanslag, want men was geen eigenaar meer op 1 januari. Collega’s verwijzen naar die bezwaarschriften. Kunt u bevestigen dat dit een van de belangrijkste problemen is? Wanneer een belastingplichtige geen bezwaarschrift indient, is de administratie dan bereid om, zoals het hoort, spontaan en ambtshalve tot ontlasting over te gaan? Niet elke burger is zo zelfredzaam om binnen de bezwaartermijn ook een bezwaarschrift in te dienen, terwijl we het hier toch hebben over een manifeste misslag van de overheid.

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Er zijn een aantal vaststellingen gedaan. We zullen lessen trekken uit het verleden. Niet ik, maar een vorige minister, heeft hierover een aantal beslissingen genomen. Voor de verkeersbelasting zullen we zeker lessen trekken. Ik heb begrepen dat in het regeerakkoord de beslissing al is gevallen om niet op 1 januari 2010 maar wel op 1 januari 2011 de verkeersbelasting zelf te innen zodat we niet dezelfde vertraging oplopen. Zoals we nu niet naar kortere inningstermijnen gaan, denk ik dat we volgende jaar de inning ook gewoon moeten uitsturen en kijken naar wat er gebeurt.

Mijnheer van Rouveroij, het dienstjaar is inderdaad het aanslagjaar. Ik heb begrepen dat dat voor de databank net een van de moeilijkheden was. Het was niet de wettelijke plaats van verblijf maar de werkelijke die moest kunnen worden ingegeven. Ik heb tot nu toe geen berichten over meer bezwaarschriften. Ik had net begrepen dat we dit probleem door het verlaten niet meer zouden hebben. Als het zich toch voordoet, zullen we de nodige maatregelen treffen. Maar voor zover ik weet, zijn er niet meer bezwaarschriften dan in het verleden. Ik ga ervan uit dat de databankproblemen opgelost zijn. Als het anders is, dan zal ik het u melden.

De heer Sas van Rouveroij: U kijkt naar iemand die een bezwaarschrift heeft moeten indienen ondanks het feit dat hij een onroerend goed heeft verkocht in juli 2008.

Minister Philippe Muyters: Fouten zullen er altijd zijn.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2009 Koen Van den Heuvel