Vraag om uitleg van Koen Van den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport. i.v.m. de wildgroei aan indexeringsmechanismen binnen de Vlaamse overheid

26 januari 2010 

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter, minister, op het terrein worden af en toe opmerkingen gemaakt over het aantal verschillende indexeringsmechanismen binnen de Vlaamse overheid. Dan denk ik vooral aan de subsidiëring van de cultuursector, en ook aan al die verenigingen in de milieusector. Binnen elk beleidsdomein blijken er verschillende indexeringsmechanismen te gelden. Ik hoef niet uit te leggen hoe dat mechanisme werkt.

Iedereen kent het. Het is goed dat op die manier de koopkracht kan worden bestendigd. Die verschillende mechanismen die in de praktijk van toepassing zijn, zijn wellicht historisch gegroeid. Hoewel het systeem goed is, kan het jammer genoeg toch tot misnoegdheid leiden. De verenigingen of andere instanties die genieten van toelagen of subsidies van de Vlaamse overheid, hebben daar geen goed zicht op, of begrijpen niet waarom in bepaalde sectoren elk jaar een indexaanpassing plaatsvindt, terwijl dat in andere sectoren samen met de referentie-index gebeurt. Er is dus heel wat onduidelijkheid, wat tot vragen en een zekere misnoegdheid leidt bij diegenen die ervan kunnen genieten.

Minister, hebt u een zicht op het aantal verschillende indexeringsmechanismen binnen de Vlaamse overheid, en dan zeker wat een aantal belangrijke subsidiedomeinen betreft? We hebben dat zelf enigszins onderzocht. Alleen al binnen de cultuursector zouden er een twintigtal verschillende indexeringsmechanismen bestaan. Als de inflatie hoog is, volgen sommige mechanismen die prijsontwikkeling op de voet, terwijl het bij andere wat duurt. Nu is de inflatie stilgevallen en is daar ook wat onduidelijkheid over.

Hoe evalueert u die situatie? Hebt u ook al gehoord dat dit soms tot vragen en wat minder transparantie leidt? Hoe ziet u dat in de toekomst evolueren? Lijkt het u nuttig dat transparanter te maken door te harmoniseren en te vereenvoudigen, zodat iedereen, zeker binnen elk beleidsdomein, min of meer op dezelfde manier zou kunnen genieten van hetzelfde indexeringsmechanisme?

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Voorzitter, mijnheer Van den Heuvel, er is daadwerkelijk een probleem van gelijkberechtiging. Ik kan u eerlijk gezegd echt geen exact cijfer geven met betrekking tot het aantal indexeringsmechanismen. Die dingen zijn natuurlijk historisch gegroeid. Ik begrijp dat het indexeringsmechanisme heel dikwijls een onderdeel vormt van de afspraken en van de onderhandelingen die hebben plaatsgevonden tussen de administratie en die maatschappelijke actoren die subsidies krijgen.

U weet dat ook: als er eenmaal een afspraak is gemaakt over een indexeringsmechanisme, is het heel moeilijk om dat te veranderen, tenzij er natuurlijk sprake is van meer geld. Als er sprake is van een subsidieverlaging, is het heel moeilijk om dat te veranderen. Er bestaat altijd de kans dat iemand zich benadeeld voelt, maar zoals u zegt, zijn er ook vandaag organisaties die zich benadeeld voelen, alleen maar omdat ze een ander indexeringsmechanisme hebben dan andere organisaties.

Zelf ben ik uiteraard een voorstander van een eenvoudiger systeem. Bij de begrotingsopmaak 2011 zal ik dat ook mee op tafel leggen. Dat lijkt me het juiste ogenblik om dat te bekijken. Mijn uitgangspunt daarbij zal zijn dat een harmonisering mogelijk is, maar dan met een gesloten enveloppe, waarbij de positieve effecten voor de ene uiteindelijk kunnen worden gecompenseerd door negatievere effecten voor de andere. Ik zal bekijken of er eensgezindheid bestaat binnen de Vlaamse Regering om het indexeringsmechanisme in die zin aan te passen. Dat zou een vereenvoudiging zijn voor iedereen.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb de indruk dat er ook op het terrein een zekere bereidheid tot vereenvoudiging en transparantie, dus tot heldere afspraken bestaat, natuurlijk zonder dat daar een besparingsoperatie van wordt gemaakt en zonder dat het indexeringsmechanisme in vraag wordt gesteld door het eventueel te vertragen. Ik ben tevreden met uw antwoord. Ik ben er ook van overtuigd dat u althans bij sommige van uw collega’s een gewillig oor zult vinden.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

     
   
        2010 Koen Van den Heuvel