De heer Van den Heuvel heeft het
woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter,
minister, op het terrein worden af en toe opmerkingen gemaakt
over het aantal verschillende indexeringsmechanismen binnen de
Vlaamse overheid. Dan denk ik vooral aan de subsidiëring van de
cultuursector, en ook aan al die verenigingen in de
milieusector. Binnen elk beleidsdomein blijken er verschillende
indexeringsmechanismen te gelden. Ik hoef niet uit te leggen hoe
dat mechanisme werkt.
Iedereen kent het. Het is goed dat op die manier
de koopkracht kan worden bestendigd. Die verschillende
mechanismen die in de praktijk van toepassing zijn, zijn
wellicht historisch gegroeid. Hoewel het systeem goed is, kan
het jammer genoeg toch tot misnoegdheid leiden. De verenigingen
of andere instanties die genieten van toelagen of subsidies van
de Vlaamse overheid, hebben daar geen goed zicht op, of
begrijpen niet waarom in bepaalde sectoren elk jaar een
indexaanpassing plaatsvindt, terwijl dat in andere sectoren
samen met de referentie-index gebeurt. Er is dus heel wat
onduidelijkheid, wat tot vragen en een zekere misnoegdheid leidt
bij diegenen die ervan kunnen genieten.
Minister, hebt u een zicht op het aantal
verschillende indexeringsmechanismen binnen de Vlaamse overheid,
en dan zeker wat een aantal belangrijke subsidiedomeinen
betreft? We hebben dat zelf enigszins onderzocht. Alleen al
binnen de cultuursector zouden er een twintigtal verschillende
indexeringsmechanismen bestaan. Als de inflatie hoog is, volgen
sommige mechanismen die prijsontwikkeling op de voet, terwijl
het bij andere wat duurt. Nu is de inflatie stilgevallen en is
daar ook wat onduidelijkheid over.
Hoe evalueert u die situatie? Hebt u ook al
gehoord dat dit soms tot vragen en wat minder transparantie
leidt? Hoe ziet u dat in de toekomst evolueren? Lijkt het u
nuttig dat transparanter te maken door te harmoniseren en te
vereenvoudigen, zodat iedereen, zeker binnen elk beleidsdomein,
min of meer op dezelfde manier zou kunnen genieten van hetzelfde
indexeringsmechanisme?
De voorzitter: Minister Muyters heeft het
woord.
Minister Philippe Muyters: Voorzitter,
mijnheer Van den Heuvel, er is daadwerkelijk een probleem van
gelijkberechtiging. Ik kan u eerlijk gezegd echt geen exact
cijfer geven met betrekking tot het aantal
indexeringsmechanismen. Die dingen zijn natuurlijk historisch
gegroeid. Ik begrijp dat het indexeringsmechanisme heel dikwijls
een onderdeel vormt van de afspraken en van de onderhandelingen
die hebben plaatsgevonden tussen de administratie en die
maatschappelijke actoren die subsidies krijgen.
U weet dat ook: als er eenmaal een afspraak is
gemaakt over een indexeringsmechanisme, is het heel moeilijk om
dat te veranderen, tenzij er natuurlijk sprake is van meer geld.
Als er sprake is van een subsidieverlaging, is het heel moeilijk
om dat te veranderen. Er bestaat altijd de kans dat iemand zich
benadeeld voelt, maar zoals u zegt, zijn er ook vandaag
organisaties die zich benadeeld voelen, alleen maar omdat ze een
ander indexeringsmechanisme hebben dan andere organisaties.
Zelf ben ik uiteraard een voorstander van een
eenvoudiger systeem. Bij de begrotingsopmaak 2011 zal ik dat ook
mee op tafel leggen. Dat lijkt me het juiste ogenblik om dat te
bekijken. Mijn uitgangspunt daarbij zal zijn dat een
harmonisering mogelijk is, maar dan met een gesloten enveloppe,
waarbij de positieve effecten voor de ene uiteindelijk kunnen
worden gecompenseerd door negatievere effecten voor de andere.
Ik zal bekijken of er eensgezindheid bestaat binnen de Vlaamse
Regering om het indexeringsmechanisme in die zin aan te passen.
Dat zou een vereenvoudiging zijn voor iedereen.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik
dank u voor uw antwoord. Ik heb de indruk dat er ook op het
terrein een zekere bereidheid tot vereenvoudiging en
transparantie, dus tot heldere afspraken bestaat, natuurlijk
zonder dat daar een besparingsoperatie van wordt gemaakt en
zonder dat het indexeringsmechanisme in vraag wordt gesteld door
het eventueel te vertragen. Ik ben tevreden met uw antwoord. Ik
ben er ook van overtuigd dat u althans bij sommige van uw
collega’s een gewillig oor zult vinden.
De voorzitter: Het incident is gesloten.