De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel:
Voorzitter, minister, we hebben deze vraag verleden jaar of twee
jaar geleden ook al aan toenmalig minister Van Mechelen gesteld.
Toen was er sprake van een verkeerde inning. Blijkbaar hadden
een aantal mensen hun aanslagbrief niet gekregen. Toen is dat
opgelost.
Nu hebben we geen zicht op de grootte, maar we
hebben toch opnieuw vragen en e-mails gekregen van mensen die
stellen dat ze niet op tijd een aanslagbiljet hebben gekregen.
Ze worden opnieuw geconfronteerd met een administratieve boete.
Minister, hebt u nog signalen gekregen dat de inning van de
verkeersbelastingen door de FOD Financiën problematisch
verloopt? Weet u over hoeveel dossiers het gaat? Kunnen de
administratieve boetes zoals in het verleden worden
kwijtgescholden?
De voorzitter:
Minister Muyters heeft het woord.
Minister Philippe Muyters:
Mijnheer Van den Heuvel, ik heb gezien dat mijn voorganger daar
in het verleden inderdaad op ingegaan is. Ik ga de punten uit de
wetgeving daaromtrent niet herhalen. U bent op de hoogte; u weet
dat de uitnodiging tot betaling van de verkeersbelasting strikt
genomen geen wettelijke verplichting is. Het is slechts een
gebruik. Normaal gezien moet iedereen zelf weten wanneer hij
zijn verkeersbelasting moet betalen. Ik vind dat we er toch
mogen van uitgaan dat die uitnodiging er komt.
Het kwijtschelden van de administratieve boete
is ook een federale bevoegdheid, maar – en dat is het positieve
– we hebben geïnformeerd of de situatie van 2009 zich opnieuw
heeft voorgedaan. Volgens de collega’s van de FOD Financiën is
dat niet het geval. Het contactcenter van de FOD Financiën heeft
niet opvallend meer telefoons ontvangen met betrekking tot de
niet-toezending van de betalingsuitnodiging voor de
verkeersbelasting. De FOD Financiën beweert geen kennis te
hebben van het bestaan van nieuwe problemen in 2009. Ik
veronderstel dat het uitzonderingen zijn, terwijl het een jaar
geleden om 20.000 dossiers ging. We volgen dit verder op.
De voorzitter:
De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel:
Ik dank u voor uw antwoord, minister. Vorig jaar ging het
inderdaad om een pak van 20.000 dossiers met een drietal maanden
vertraging. We hebben daar nu dus geen zicht op; we hebben twee,
drie mails gekregen, vandaar mijn vraag. Ik hoop dat het juist
is wat u zegt, en dat de uitzondering de regel bevestigt van een
correcte inning.