| |
Vraag om uitleg van Koen Van
den Heuvel, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan de heer Philippe
Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk,
Ruimtelijke Ordening en Sport over de wildgroei aan
indexeringsmechanismen binnen de Vlaamse overheid
1 maart 2011
De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, we hebben de
problematiek van de veelheid aan
indexeringsmechanismen ruim een jaar geleden al eens kunnen
aankaarten in deze commissie. Dat er vandaag verschillende
indexeringsmechanismen zijn, is historisch zo gegroeid. Dat is
eigenlijk nooit geharmoniseerd. Nu is het niet altijd even
gemakkelijk om uit te leggen waarom voor die subsidie dat
indexeringsmechanisme wordt toegepast en voor een andere toelage
een ander mechanisme.
Ik heb die vraag meer dan een jaar geleden dus al eens gesteld.
Ik heb toen uit uw antwoord
kunnen afleiden dat u er begrip voor had en dat het misschien
niet slecht zou zijn om eens een oefening te doen om tot een
zekere harmonisatie van de verschillende indexeringsmechanismen
te komen, ook al zal die oefening niet gemakkelijk zijn.
Sommigen zullen er immers bij winnen, anderen zullen er
misschien wat bij verliezen.
U hebt toen gezegd dat u dat zou proberen te bekijken naar
aanleiding van de begrotingsopmaak 2011. Hebt u dat effectief
gedaan? Hebt u dat aangekaart bij de begrotingsopmaak 2011? Hoe
is dat bekeken binnen de Vlaamse Regering? Wat zijn de verdere
stappen die u in dit dossier wilt ondernemen?
De voorzitter: De heer Sannen heeft het woord.
De heer Ludo Sannen: Voorzitter, minister, al op 13
januari 2009 heb ik een dergelijke
vraag gesteld aan toenmalig minister Van Mechelen. Die heeft
gezegd dat voor de begroting
van 2009 de zaken worden aangehouden, maar dat hij in dezen
creativiteit en inventiviteit
verwachtte van zijn opvolger. Hij zei: “Wat de toekomst betreft,
sluit ik natuurlijk de creativiteit en de inventiviteit van mijn
opvolger nooit uit.”
Ik sluit me graag aan bij de vraag van de heer Van den Heuvel en
ben benieuwd naar uw
creativiteit en inventiviteit om eindelijk werk van te maken van
het opkuisen van het weinig
transparante gebruik van de index in Vlaanderen.
De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.
Minister Philippe Muyters: Het is leuk om te zien dat de
heer Van den Heuvel een eerste keer op 13 januari 2010, dag op
dag een jaar na 13 januari 2009, een vraag heeft ingediend.
Blijkbaar zijn jullie dit jaar wat later. Ik had de vraag toch
wel op 13 januari verwacht.
Ik heb het vorig jaar al gezegd: stroomlijning zou een goede
zaak zijn. Het is technisch en
inhoudelijk een zware opdracht en vraagt heel wat overleg. Stel
je voor dat je vandaag
meerjarige overeenkomsten hebt, hoe ga je daar dan mee om? Zoals
u zei, zal de ene wat moeten geven en de andere wat nemen. Ik ga
uit van budgettaire neutraliteit, wat het nog moeilijker maakt.
Dat betekent dat je op het moment van de begrotingsopmaak 2011
aan sommige collega’s moet zeggen dat er nog wat
besparingselementen zijn, en dat ze nog een extra besparing
moeten doen omdat we het indexmechanisme op negatieve wijze gaan
aanpassen. Dat zijn moeilijke zaken. We hebben dit wel bekeken.
We hebben gezien wat de juridisch-technische elementen zijn. We
hebben gezegd dat we het technisch nu nog niet mogelijk achten
en dat het binnen de schoot van de regering moeilijk was om dat
op een moment van besparingen er nog extra bovenop te doen.
Daarom zijn we daar absoluut nog niet mee rond.
Voor mij is het geen afstel. Mijn departement is relatief klein.
Wij hebben een grote uitdaging
gehad in het in evenwicht brengen van de begroting. Wij hebben
dit jaar een zeer grote
uitdaging om het Rekendecreet, dat we hopelijk straks in de
commissie rond krijgen, in uitvoering te brengen tegen 1 januari
2012. Het is een belangrijk aspect dat ik al wel bij
begrotingsakkoorden voor zaken die onder hetzelfde decreet
vallen, bijvoorbeeld cultuur,
dezelfde index laat toepassen, wat vroeger niet altijd het geval
was. Op die manier is er al een eerste stroomlijning.
Ik houd me eraan dat dit moet worden bekeken. Ik zeg heel
eerlijk dat mijn eerste prioriteit een begroting in evenwicht
was en mijn tweede prioriteit het Rekendecreet, maar waar we
kunnen, nemen we het al mee.
De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel: Minister, ik dank u voor het
antwoord. Ik onderschat niet de
moeilijkheid om het in te voeren. Het is theoretisch een
gemakkelijke oefening om tot een zekere harmonisatie van de
indexeringsmechanismen te komen maar in de praktijk is het
politiek gezien een absoluut moeilijke klus. Ik ben blij dat u
deze zaak de voorbije maanden niet uit het oog bent verloren.
Vanuit deze commissie krijgt u aanmoedigingen om het pad van de
harmonisatie verder te bewandelen.
De voorzitter: De heer Sannen heeft het woord.
De heer Ludo Sannen: Ik respecteer de prioriteiten die de
minister zichzelf opgelegd heeft.
Ik hoop dat we voor het einde van deze legislatuur van de nodige
inventiviteit en creativiteit
van de minister getuige kunnen zijn zodat we een uitzuivering
krijgen.
De voorzitter: Het incident is gesloten. |