Home

Biografie

Vlaams Parlement

Puurs

In de pers

Nieuwsbrief

 Contact

Linken

 


 

Koen Van den Heuvel
  Commissie Algemeen Beleid , Financiën en begroting
 

Vraag om uitleg van de heer Koen Van den Heuvel tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de terugbetaling van registratierechten

21 juni 2011

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Voorzitter, minister, ik heb twee korte vragen en wat
opvolgingsvragen over de terugbetaling van de registratierechten. We dachten dat de
achterstand van de baan was. Misschien zijn het kleine toevalligheden, maar de afgelopen
weken hebben we een aantal mails gekregen over dat probleem.

Minister, u weet dat het Vlaamse Gewest de tarieven, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen van de registratierechten kan wijzigen, maar dat de inning van deze rechten, en dus ook de concrete dossierafhandeling, onder de verantwoordelijkheid van de federale overheidsdienst (FOD) Financiën valt. In het verleden hebben we daarover al vragen gesteld, ook in het federale parlement. In 2007, ondertussen ruim drieënhalf jaar geleden, werd daarop geantwoord dat er toen inderdaad een achterstand was. In 2007 was die zelfs opgelopen tot meer dan 10.000 dossiers. De federale minister erkende dat probleem en beloofde structurele maatregelen.

Eind 2007 werd er ook een werkgroep opgericht binnen de FOD Financiën onder naam
‘Automatisatie van de teruggave van de registratierechten’. Er werd toen geopteerd om de
behandeling van de dossiers voorlopig door de registratiekantoren zelf te laten doen en niet
over te dragen aan speciale cellen. De nieuwe software die een elektronische dossieropvolging mogelijk zou moeten maken, zou eind juni 2008 klaar zijn en in het najaar van 2008 operationeel worden. Er werd tevens met de thesaurie afgesproken om de uitbetalingen niet één keer per maand te doen, maar één keer per week of één keer om de veertien dagen.

Bij een late terugbetaling heeft de rechthebbende recht op verwijlintresten. De administratie
staat toe dat de terug te geven sommen intresten genereren nadat de rechthebbende de
ontvanger, bij aangetekende brief, in gebreke stelt en aanmaant om onmiddellijk zijn verplichtingen na te komen. Het initiatief moet dus wel uitgaan van de rechthebbende. Die
termijn kan wel ten vroegste een aanvang nemen de dag na het verstrijken van een termijn
van acht maanden na indiening van het verzoek tot teruggave. De intrestvoet in fiscale zaken
is, zoals u weet, 7 procent.

Vlaanderen heeft zelf ook initiatieven genomen om de achterstalling van de betalingen te
verminderen. Zo is sinds begin 2009 het registratierecht verminderd van 5 naar 4 procent
voor hen die het aankopen en verkopen van onroerende goederen als beroep hebben. Op die
manier werd het oneigenlijke gebruik van het systeem van terugbetaling door beroepspersonen teruggedrongen. Intussen zijn we midden 2011. Zoals ik in mijn inleiding zei, dachten we dat het probleem van de baan was. Recent hebben we echter enkele mails gekregen die erop wijzen dat de wachttijden voor de teruggave van registratierechten opnieuw aan het stijgen zijn.

Minister, kloppen die signalen of gaat het om toevalstreffers? Indien ja, hoe groot is de achterstand en wat is de gemiddelde duurtijd van terugbetaling? Wat was de conclusie van de werkgroep ‘Automatisatie van de teruggave van de registratierechten’, die enkele jaren geleden in het leven is geroepen? Hoe evalueert u de huidige toestand? Wordt er actie ondernomen, zoals een overleg met de federale diensten, om de terugbetaling opnieuw wat
vlotter te laten verlopen?

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Mijnheer Van den Heuvel, u hebt het traject geschetst: de problemen van enkele jaren geleden, waardoor de wachttermijnen tot twee jaar konden oplopen, en de werkgroep die gestart was. In mijn antwoord kan ik eigenlijk verwijzen naar wat ondertussen is beslist. De federale minister heeft op 18 januari 2010 een antwoord gegeven aan federaal parlementslid Baeselen. Ik zal het kort samenvatten. De federale minister heeft twee grote maatregelen genomen. De interne procedures voor de behandeling van een dossier voor teruggave van registratierechten zijn vereenvoudigd, waardoor de maximale termijn zes maanden zou moeten bedragen en acht maanden voor complexe
dossiers. Daarnaast is er een systeem geïnstalleerd waarbij de teruggave van de registratierechten vanaf 1 januari 2009 geautomatiseerd is dankzij de aanwezigheid van scanners in de registratiekantoren. Tengevolge daarvan is de frequentie van terugbetalen uiteindelijk effectief teruggebracht tot één keer per week in plaats van één keer per maand,
zoals dat in het verleden het geval was.

Voorzitter, ik stel voor dat ik de tabel aan de commissiesecretaris geef. Ik kan de gegevens
wel samenvatten. Het resultaat is dat het aantal dossiers voor Brugge, Gent en Hasselt met
een doorlooptijd van langer dan acht maanden, 1 procent of minder bedraagt. In Mechelen en
Antwerpen is er wel een probleem. In Mechelen bedraagt het aantal dossiers met een
doorlooptijd van zes maanden of meer 13 procent en in Antwerpen is de achterstand voor
dossiers met een doorlooptijd van acht maanden ongeveer 10 procent. Ik kan dus begrijpen
dat u daarover signalen krijgt.

De reden daarvan ligt niet bij de informatisering. Naar het schijnt heeft het te maken met de
werkmethode van de verwerking van de geregistreerde akte in de patrimoniumdocumentatie.
De FOD Financiën heeft gezegd dat ze daaraan wil verhelpen door in die gewestelijke directies waar er een achterstand is, extra cellen te installeren. We verwachten dat de achterstand op die manier kan worden weggewerkt tegen 31 oktober van dit jaar. Uit de gegevens die ik heb gekregen, blijkt dat het niet gaat over een structurele achterstand.

10 procent is natuurlijk veel, maar de wil om het probleem op te lossen is duidelijk aanwezig.
Het overleg vindt vooral op ambtelijk niveau plaats. De achterstand die men heeft opgelopen
zou weggewerkt zijn tegen 31 oktober van dit jaar. Dat geeft me een goed gevoel.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Minister, u hebt een duidelijk antwoord gegeven. We wonen trouwens beiden in de buurt van Mechelen en Antwerpen, net de twee regio’s waar de problemen zich situeren. Dat is wellicht de reden waarom we een aantal mails hebben gekregen. Met u hoop ik dat de werkmethode kan worden aangepast, dat er in extra cellen kan worden voorzien. Als de achterstand tegen eind oktober is teruggedrongen naar enkele procentpunten, zal ook ik een goed gevoel hebben.

Een ingebrekestelling moet door middel van een aangetekende brief worden ingediend. Niet
iedereen is hiervan op de hoogte of doet dit op deze manier. Indien iets langer dan zes of acht maanden aansleept, kan dit een zekere ergernis scheppen. Ik hoop in elk geval dat het tegen het einde van dit jaar kan worden opgelost.

Minister Philippe Muyters: Ik zal dit zeker blijven opvolgen.

De heer Eric Van Rompuy: Het lezen van deze vraag om uitleg heeft me geen goed gevoel
bezorgd. Het gaat om zaken waarover we niet alles weten. Daarvoor dient een parlement nu
eenmaal. Er is op dit vlak nood aan politiek overleg. Wij worden daar in Vlaanderen verantwoordelijk voor gesteld. Wat we zelf doen, doen we beter. Dit leidt tot de discussie wie waarvoor verantwoordelijk is. Blijkbaar zit de FOD Financiën met een probleem. Het gaat om 10 procent. Blijkbaar wachten een paar duizenden dossiers nog op een uitbetaling. Ik hoop dat dit binnen de kortste keren kan worden aangepakt.

Het is natuurlijk onze droom zelf de inning te kunnen verzorgen. Er moet een staatshervorming komen en we moeten zelf een akkoord kunnen sluiten. De deelstaten moeten totaal bevoegd worden voor de fiscaliteit. Dat hangt echter af van de twee grootste partijen, de N-VA en de PS. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel en van minister Philippe Muyters)

Minister, u moet zich niet verschuilen. U bent nu verantwoordelijk. (Gelach)

De heer Koen Van den Heuvel: Minister Muyters kan de inning van deze belastingen ook
binnen de Vlaamse bevoegdheden organiseren. Hij heeft federaal minister van Financiën
Reynders daarvoor niet nodig.

Minister Philippe Muyters: We bekijken die zaak. We hebben nu de meest belangrijke belasting, namelijk de verkeersbelasting, overgenomen. Volgens mij loopt dat zeer goed. Zodra die inning echt volledig op punt staat, moeten we kijken hoe de programmatie van de inning van die belastingen verloopt. Dat is de filosofie die we volgen. Op dat ogenblik zullen we zien of we er nog andere belastingen kunnen bijnemen. Dat biedt ons enkele mogelijkheden. We moeten echter altijd kijken of het sop de kool waard is.

De heer Koen Van den Heuvel: Er wordt dus over de registratierechten nagedacht?

Minister Philippe Muyters: We bekijken of we de andere gewestbelastingen ook kunnen
overnemen.

De heer Koen Van den Heuvel: Wie staat hiervoor in? Wordt dit door de ambtenarij
voorbereid?

Minister Philippe Muyters: De Vlaamse Regering volgt dit op. Dit is overigens niets
nieuws. Ten tijde van de overname van de verkeersbelasting is dit reeds gesteld. Zodra de
inning operationeel is en de kinderziektes zijn verdwenen, zullen we nagaan of we een
volgende stap kunnen zetten. We mogen niet vergeten dat we 356 federale ambtenaren
hebben overgenomen. Dat moet allemaal eerst worden verteerd. We moeten ook kiezen wat
de volgende belasting is die in aanmerking komt. We blijven dit in elk geval opvolgen. Het
zou immers tot een heel andere situatie leiden.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 
 
 
 

 

2011 Koen Van den Heuvel