De voorzitter: De heer
Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den
Heuvel: Mijnheer de voorzitter, minister
Bourgeois heeft in zijn antwoord op de
vorige actuele vraag over de interne
staatshervorming gesproken. Dit is een
belangrijk punt in het Vlaams regeerakkoord.
In het Vlaams regeerakkoord en in de
beleidsnota van de minister staat in elk
geval te lezen dat de Vlaamse Regering en de
minister achter de vrijwillige fusie van
gemeenten staat. Het is de bedoeling een
betere samenwerking tussen gemeenten en
OCMW’s tot stand te brengen. Volgens het
Vlaams regeerakkoord en de beleidsnota is
het de bedoeling dit door middel van een
eenmalige financiële bonus te stimuleren.
Op zich leek dit allemaal
niet zo dringend. We dachten dat dit geen
hot topic zou worden. De lokale besturen
zijn hier immers niet zo tuk op. Deze week
hebben we echter kunnen lezen dat het eerste
concrete geval zich aandient. Het kabinet
van de minister is hiervan op de hoogte en
wil de fusie faciliteren.
Wij hebben er absoluut niets
op tegen, maar vragen ons wel af of dat niet
globaal moet worden aangepakt. Als de
Vlaamse Regering en u als minister van
Binnenlands Bestuur achter die vrijwillige
fusie staan en dat willen stimuleren, is het
nodig dat u daar een globaal kader voor
uittekent en ook op juridisch vlak een plan
van aanpak en een regieboek opmaakt. Ik denk
niet dat het de bedoeling is dat elk
concreet geval bij u te biecht komt en à la
tête du client een aantal zaken toegestopt
krijgt.Wilt u dat
niet alleen toelaten maar ook stimuleren,
door een regieboek of een plan van aanpak op
te maken dat als handleiding kan dienen bij
zulke vrijwillige fusieoperaties? Wat is het
financiële kader? Een eenmalige bonus kan op
allerlei manieren ingevuld worden. Is dat
een extra subsidie vanuit het Gemeentefonds?
Een verdubbeling van die subsidie,
bijvoorbeeld? Is dat voor één jaar of voor
twee jaar? Wordt daarover nagedacht?
De voorzitter: De heer
Dehandschutter heeft het woord.
De heer Lieven
Dehandschutter: Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega’s, de laatste
grote fusieoperatie in dit land dateert van
1977, met de toenmalige wet-Michel.
Antwerpen heeft er toen natuurlijk iets
langer over gedaan, maar dat zijn we gewoon
van hen. De geschiedenis herhaalt zich nu.
Daarna is het lang stil
gebleven, en als ik me niet vergis, hebben
in 2002 de burgemeesters van twee gemeenten
uit de Antwerpse Zuiderkempen, Herselt en
Hulshout, even het ballonnetje opgelaten dat
ze erover nadachten om te fusioneren. Daar
is toen wat over gedebatteerd, maar daarbij
is het gebleven.
Mijnheer de minister, in
uw beleidsnota die we in de commissie hebben
besproken, wordt ook verwezen naar de
mogelijkheid om de vrijwillige fusies van
gemeenten te ondersteunen. Ik citeer uit de
beleidsnota: “Onder meer met in de tijd
beperkte financiële stimuli zal de Vlaamse
Regering ondersteuning bieden aan gemeenten
die wensen over te gaan tot een fusie.
Gefusioneerde gemeenten kunnen gedurende een
beperkte tijd extra middelen ontvangen uit
het Gemeentefonds, zodat het aandeel van de
nieuw opgerichte gemeente hoger zal liggen
dan de som van de aandelen van de
afzonderlijke gemeenten. Daarnaast kan de
ondersteuning ook betrekking hebben op
technische en juridische begeleiding. Samen
met de VVSG zal ik nagaan hoe de Vlaamse
Regering op de beste wijze vorm kan geven
aan deze ondersteuningsmaatregelen.”
Ondertussen hebben we
vernomen dat de burgemeesters van Beveren en
Kruibeke met u een weliswaar informeel
onderhoud hebben gehad. Zij denken dus aan
een fusie van hun beide gemeenten. Hoe zal
dat verder worden aangepakt en begeleid? Is
er een scenario of een stappenplan? Naast de
formele, financiële en juridische aspecten,
moet er ook een maatschappelijk debat op
gang worden gebracht in de twee gemeenten.
Het zou goed zijn mocht u als minister van
Binnenlands Bestuur de nodige begeleiding en
het nodige kader bieden.
De voorzitter:
Minister Bourgeois heeft het woord.
Minister Geert Bourgeois:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, er hebben
met betrekking tot Kruibeke en Beveren
inderdaad informele, preliminaire gesprekken
plaatsgevonden. Er is een eerste gesprek
geweest met de burgemeester van Kruibeke, op
zijn verzoek. Hij heeft de problematiek
aangekaart. Een tweede gesprek vond plaats
naar aanleiding van een ontmoeting met de
burgemeester van Beveren, die voor een
andere aangelegenheid op mijn kabinet was.
Van die gelegenheid is gebruikgemaakt om dat
onderwerp vertrouwelijk te behandelen.
De beide burgemeesters hebben
eigenlijk alleen maar gezegd dat ze in een
voorbereidende fase zitten. Er moet nog heel
wat water door de Schelde vloeien voor je
tot zulke zaken komt. Eigenlijk was de
afspraak dat er na die preliminaire
gesprekken verder zou worden gepraat om te
bekijken wat het allemaal inhoudt van de
beide kanten en van Vlaamse zijde. Meer dan
dat was er niet. Dat was heel vertrouwelijk.
Tot mijn verrassing –
eigenlijk ook niet, want in Vlaanderen wordt
niets vertrouwelijk gehouden – zat dat
nieuws dinsdagavond plots bij ongeveer alle
kranten en persagentschappen en was het
nieuws lokaal bekend geraakt in een zeer
premature fase. Dat belet niet dat ik
bevestig dat die aparte gesprekken plaats
hebben gevonden. Meer dan dat is het niet.
Wat zeggen het regeerakkoord
en de beleidsnota? We willen vrijwillige
fusies stimuleren. We vinden dat positief.
Dat heeft te maken, mijnheer Van Rouveroij,
met de bestuurskracht – dat debat moeten we
misschien breder voeren – waar we het over
gehad hebben bij de bespreking van de
beleidsnota.De
schaal van onze gemeenten is heel anders dan
in veel andere landen. Denk aan het
Scandinavische of Nederlandse model. Daar is
het aandeel van de publieke uitgaven door de
gemeenten veel groter. Wij zitten aan 14
percent, het OESO-gemiddelde is meer dan 24
percent. Het debat wordt momenteel gevoerd
in verschillende landen, onder meer in
Frankrijk en Nederland. Daar wil men gaan
tot een schaalgrootte van 60.000 inwoners
per gemeente. Daar is protest tegen.
Gemeenten kunnen fuseren om die
bestuurskracht te verhogen, of om
gezamenlijk sommige diensten aan te bieden.
Het regeerakkoord omvat
zeker geen verplichte fusies. We stimuleren
alleen vrijwillige fusies. Dat is een novum
van het vorige Gemeentedecreet, mijnheer
Keulen, dat erin voorziet dat fusies kunnen
gebeuren op gezamenlijk voorstel van
gemeenten. De gemeenteraden moeten
gezamenlijk tot die beslissing komen. Dat is
een heel proces voor het zover is. Komt dat
voorstel bij de Vlaamse Regering, dan kan
zij een ontwerp van decreet indienen dat
hier moet worden behandeld. Wij hebben ons
geëngageerd om – als het zover komt – dat
proces te ondersteunen. Het is al
aangehaald, we gaan juridische en
administratieve ondersteuning geven.
Gouverneur Denys heeft gezegd dat hij bereid
is om mee zijn goede diensten aan te bieden.
Dat lijkt mij evident, dat lijkt mij een
goede zaak.
Als dit tot stand komt en
wanneer blijkt dat er na de fusie meer
raadsleden zijn dan voorheen, dan moeten er
volgens het decreet nieuwe verkiezingen
komen. Als zulke operaties nu plaatsvinden,
zou dat het best gebeuren vóór of tegen 1
januari 2013. Op 14 oktober 2012 hebben de
gemeenteverkiezingen plaats. Anders moet men
immers tussentijdse verkiezingen
organiseren. Tot daar het wettelijke kader.
Mijnheer Van den Heuvel,
inzake het financiële budgettaire kader ligt
het principe vast. We zijn allemaal een
beetje verrast door deze casus. Ik had
opdracht gegeven aan mijn administratie om
dat alles uit te werken. We hebben net de
beleidsnota besproken, dit moet worden
uitgewerkt. Het regeerakkoord spreekt van
een eenmalige bonus. Ik herneem dat in mijn
beleidsnota met in de tijd beperkte
maatregelen. Men moet een keuze maken tussen
een eenmalig bedrag en een spreiding over
meerdere jaren. Een afdoende tegemoetkoming
lijkt me in elk geval nodig om de
fusiekosten te dekken. Dat zou concreet
kunnen zijn: een aandeel uit het
Gemeentefonds dat groter is dan de optelsom
van beide gemeentefondsen.
De heer Koen Van den
Heuvel: Ik dank u voor uw antwoord,
mijnheer de minister. Ik onthoud dat u
vrijwillige fusies ondersteunt. Dat is een
belangrijk statement.
De twee gemeenteraden moeten
tot een akkoord komen en dan ziet u wel hoe
u dat gaat begeleiden. Ik blijf bij mijn
pleidooi: vooraleer zo’n debat in een
gemeenteraad ten gronde kan worden gevoerd,
moet men weten waaraan men begint, ook
financieel. Elke gemeente moet op dezelfde
modaliteiten kunnen terugvallen. Er moet een
zekere eenduidigheid bestaan over de
concrete criteria. Voor gemeenten zulke
gesprekken gaan opstarten, moeten ze weten
op welk veld ze mogen spelen.
De heer Lieven
Dehandschutter: Ik dank u ook voor de
informatie, mijnheer de minister. Ik hoop
dat de gouverneur bij zijn opdracht ook oog
zal hebben voor het maatschappelijke aspect
en debat dat onvermijdelijk gepaard gaat met
zo’n operatie.
Aan de andere kant, in de
commissie Binnenlandse Bestuur dachten we
dat de idee van vrijwillige fusie zonder
voorwerp was, maar de zaken zijn nu een
beetje veranderd. Aan de andere kant dachten
we ook dat dit vooral voor kleinere
gemeenten bedoeld was, maar Beveren heeft
bijna 47.000 inwoners en Kruibeke 15.000.
Als ik goed kan tellen, komt dat op ongeveer
62.000 inwoners uit. Sint-Niklaas, met
72.000 inwoners, voelt de hete adem in zijn
nek.
(Gelach)
De voorzitter: In
principe mag er nu nog één spreker per
fractie het woord voeren, maar voor de heer
Van Rouveroij zullen we afwijken van die
regel, op voorwaarde dat mij dat achteraf
niet wordt verweten. De heer De Meyer heeft
het woord.
De heer Jos De Meyer:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik heb een theoretische vraag, los
van het concrete voorbeeld, maar er wel door
geïnspireerd. Stel dat er vrijwillige fusies
plaatsvinden, kunnen deelgemeenten die
sociologisch sterker zouden aansluiten bij
een andere gemeente, dan ook met die andere
gemeente fusioneren? Mocht u hier niet
onmiddellijk op kunnen antwoorden, dan heb
ik daar uiteraard alle begrip voor, maar dan
hoop ik dat deze suggestieve vraag
meegenomen wordt in het verdere debat.
De voorzitter: De heer
Keulen heeft het woord.
De heer Marino Keulen:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik denk
dat de lokale autonomie hier maximaal moet
kunnen spelen. We zijn vooral bezig over
theoretische voorbeelden. Mijn ervaring, in
de vijf jaar dat ik de verantwoordelijkheid
voor de portefeuille droeg, was dat ik, toen
dat aan de orde was in het nieuwe
Gemeentedecreet, van heel veel
gemeentebesturen de mededeling kreeg:
“Mijnheer de minister, fusie is ruzie”.
Ik kreeg altijd de
vergelijking te horen met de fusieoperaties
in het midden van de jaren zeventig. Sommige
steden en gemeenten in Vlaanderen zijn die
fusieoperatie nog altijd aan het verteren.
In Limburg is er het mooie voorbeeld van
Maaseik tegen de inwoners van Opoeteren en
Neeroeteren. Zo zijn er in Vlaanderen heel
veel voorbeelden te vinden.
Ik meen dat die vraag
slechts heel beperkt leeft. Als die al
bestaat, dan moeten we de gemeentebesturen
in kwestie die willen fuseren, feitelijk en
juridisch helpen en assisteren. En waarom
zouden we ook geen financiële stimulansen
bieden?
Ik stelde vast, en
minister Bourgeois heeft daar ook al naar
verwezen, dat gemeente- en stadsbesturen
vooral willen samenwerken voor een aantal
specifieke sectoren, zoals sport en cultuur,
zoals ruimtelijke ordening en wonen, maar
dat niet zozeer de vraag wordt gesteld om de
facto twee gemeentebesturen te laten opgaan
in één. In Nederland is er een hele traditie
en cultuur, maar in Vlaanderen bestaan die
niet.
Ik denk opnieuw aan het
pleidooi voor de lokale autonomie: we moeten
de lokale verantwoordelijken maximaal
steunen en hun wil maximaal respecteren.
De voorzitter: De heer
Van Hauthem heeft het woord.
De heer Joris Van Hauthem:
Mijnheer de voorzitter, dat de fusies niet
verplicht zijn, is natuurlijk een goede
zaak. De heer Keulen verwees er ook naar dat
het onverwerkt verleden nog geldt voor een
aantal gemeenten waaraan men midden de jaren
zeventig een fusieoperatie heeft opgelegd,
maar waarbij toen heel veel partijpolitieke
belangen gespeeld hebben in de samenstelling
van de gemeenten zoals ze nu zijn. Dat kan
niet worden ontkend, dat was bij alle
partijen zo. Dat werd niet sociologisch
gedaan volgens een aantal objectieve
criteria, maar ook – niet alleen, maar ook
–volgens partijpolitieke criteria.
Mijnheer de minister, het
feit dat u in uw beleidsnota en in het
regeerakkoord in een financiële bonus
voorziet, is in feite een beleidsoptie dat u
graag grotere gemeenten zou willen, zonder
dat op te leggen of te verplichten, want
uiteraard speelt daar de lokale autonomie. U
hangt echter – als ik het zo oneerbiedig mag
zeggen – een financiële wortel voor de neus
van gemeenten. U zegt tegen de gemeenten:
als u dat doet, krijgt u een eenmalige en
uitdovende financiële bonus. U maakt dus de
beleidskeuze om naar grotere gemeenten te
gaan.
Mijnheer de minister, ik
ben het met de heer Van den Heuvel eens dat
er een soort kaderdecreet moet komen waarin
al die stappen worden uiteengezet, maar ook
de gevolgen op het vlak van administratie,
de OCMW’s en dergelijke. Komt er zo’n
kaderdecreet of regiedecreet?
En, aansluitend bij de
vraag van de heer De Meyer, is het ook
mogelijk om eventueel, weliswaar op
vrijwillige basis, naar defusies over te
gaan om deelgemeenten met andere bestaande
gemeenten tot een bepaalde fusie te laten
komen? Daarin wordt niet voorzien in het
regeerakkoord, maar ik stel u de vraag of u
dat eventueel mogelijk zou kunnen of willen
maken.
De voorzitter: De heer
Vanden Bussche heeft het woord.
De heer Marc Vanden
Bussche: Bepaalde gemeenten zijn te
klein om alle taken die hen wachten aan te
kunnen. Een fusie zou in bepaalde gevallen
een nuttig instrument zijn om naar
schaalvergroting te gaan.
Men moet voorzichtig zijn bij
de totstandkoming van vrijwillige fusies.
Overigens denk ik dat dat een droom is die
geen werkelijkheid zal worden. Er moet
daarvoor best een speciale meerderheid in de
gemeenteraad worden voorzien. Een eenvoudige
meerderheid plus één lijkt me geen goede
zaak. Men zou minstens naar vier vijfden of
naar unanimiteit moeten gaan voor een fusie
werkelijkheid kan worden.
De voorzitter: De heer
Caron heeft het woord.
De heer Bart Caron: Er
zijn nog veel onverwerkte fusies. Als men in
mijn deelgemeente een volksraadpleging zou
doen, zou er ongetwijfeld een ja komen voor
defusie, hoewel onze fusie op zich niet
mislukt is. Emotie leeft sterk bij ons. Ik
wil de discussie over defusie nu niet
voeren, al hebben we heel slechte fusies van
gemeenten gehad.
Mijnheer de minister, u pleit in uw
beleidsnota voor een interne
staatshervorming met betrekking tot de
intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Er is een upgrade van bevoegdheden omdat we
een complexe samenleving met moeilijke
vraagstukken hebben. Gemeenten werken
daarvoor samen.
Het verhoudt zich dat tot
elkaar? Wat moeten we stimuleren? Moeten we
streven naar een rationalisering van
intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of
naar grotere gemeenten? Moeten we andere
modellen bedenken van wat een gemeente zou
zijn? Hoe breed mogen we die discussie
voeren? Ik nodig u uit om die niet te smal
te voeren.
De voorzitter: De heer
van Rouveroij heeft het woord.
De heer Sas van Rouveroij:
Mijnheer de minister, ik was vorige aanwezig
bij een heel interessante studiedag over de
vraag wat de schaal moet zijn van een
bestuurskrachtige gemeente. Uw medewerker
heeft daar het slotwoord gevoerd. Om een
bestuurskrachtige gemeente te realiseren is
er meer nodig dan enkel een fusie. Het gaat
over een geheel aan middelen om die
bestuurskracht te verbeteren.
Met welke middelen gaat u de
gemeentebesturen daartoe verleiden? Het
glijmiddel zal bijzonder aantrekkelijk
moeten zijn. Het was een bijna unanieme
conclusie van alle aanwezige academici en
politici dat vrijwilligheid naar alle
waarschijnlijkheid niet zal werken.
Minister Geert Bourgeois:
Het punt van de draagkracht is het meest
fundamentele. Ik noem het even
‘draagkracht’, politicologen noemen het
altijd ‘bestuurskracht’. Ik kom ook in
kleine gemeenten heel bestuurskrachtige
mensen tegen die goed besturen, die knappe
mensen zijn. Maar goed, die term heeft
ingang gevonden.
Mijnheer Caron, we gaan inderdaad naar een
grote interne staatshervorming met
verschuiving van bevoegdheden naar de
gemeenten, en dus kom je op dat punt uit van
de draagkracht of de bestuurskracht.
Mijnheer Keulen, fusie is
ruzie. In een buurgemeente van mij stond dat
tot enkele jaren geleden in grote letters
gekalkt. Het is nu verdwenen. De tand des
tijds heeft ook daar zijn werk gedaan.
Mensen houden van hun
gemeente en hun identiteit. Ze zijn er vaak
generaties lang opgegroeid, al is dat sterk
afgezwakt. Er is veel meer migratie. Vroeger
trouwde men binnen de gemeente, hoogstens
eens met een meisje van een buurgemeente. Nu
zwerft men uit. Je moet eens kijken wat er
allemaal binnenkomt van nieuwe inwoners in
elke stad en gemeente in Vlaanderen. De
sociologische samenstelling verschilt.
Belangrijker nog, mijnheer
Caron, wenst elke burger, of die nu in een
grote stad of een kleine gemeente woont, een
bepaalde kwaliteit van beleid, op het vlak
van mobiliteit, ruimtelijke ordening,
leefmilieu, sport, cultuur, erfgoed,
duurzaamheid, jeugd, noem maar op. Er zijn
heel wat taken bij gekomen. Dan kom je bij
de draagkracht. Kleine steden en gemeenten
hebben vaak een grote oppervlakte maar
weinig relevante belastingsinkomsten. Dat
probleem dient zich aan.
Men kan dat op twee manieren
oplossen: via fusies grotere steden en
gemeenten creëren of efficiënte en
democratische samenwerkingsverbanden
uitbouwen. Het regeerakkoord maakt beide
oplossingen mogelijk. In het regeerakkoord
staat dat de lokale autonomie een rol heeft
te vervullen en de oplossingen vanuit de
basis moeten komen. In het decreet staat dat
ook, want daarin staat dat er een
gezamenlijk initiatief moet komen. Er staat
niet in dat daartoe bijzondere meerderheden
nodig zijn. De oplossing moet wel
democratisch gedragen worden, en er moet,
zoals de heer Dehandschutter zegt, een breed
debat over gevoerd worden.
De discussie hier is erg
prematuur, want er zijn daarover nog geen
gesprekken gevoerd. Er zijn twee bilaterale
contacten geweest waarbij de burgemeesters
vragen hebben over het kader. Op dat
ogenblik was het kader er nog niet, omdat
iedereen ervan uitging dat het regeerakkoord
en het decreet daar wel voor zorgen. De
administratie werkt aan een kader. In de
geest van het regeerakkoord zullen we niets
opleggen, maar wel stimuleren en
ondersteunen, en wie voor de kosten opdraait
zullen we een bonus geven. In het
regeerakkoord staat dat er een eenmalige
bonus komt die in elk geval in de tijd
beperkt is. Dat moet nog gebeuren.
Ik denk niet dat er voor
het kader een nieuw decreet nodig is. In de
vorige vraag ging het over een teveel aan
regels: laten we verstandig te werk gaan.
Volgens het decreet kan het allemaal op
vrijwillige basis gebeuren, het komt er
verder op aan een financieel kader uit te
werken. Dat is nodig om gemeenten die
overwegen mee te werken toe te staan in te
schatten waar we naartoe gaan. Het moet dus
op vrijwillige basis gebeuren en een
gezamenlijk voorstel zijn. En als dat leidt
tot meer raadsleden moeten er verkiezingen
komen. Wie er dus aan denkt, doet dat best
met 1 januari 2013 voor ogen.
Het fundamentele debat
moet gaan over de interne staatshervorming,
meer lokale autonomie, subsidiariteit, meer
verantwoordelijkheid en vrijheid voor de
gemeenten, minder betutteling. De
fundamentele vraag die vorige vrijdag aan
bod kwam op het debat waar ik niet aanwezig
kon zijn, gaat daarover: gaan we naar
grotere gemeenten, of komen er
samenwerkingsverbanden? Beide oplossingen
zijn mogelijk.
Er zijn vandaag nog
gemeenten met 2.000 of 3.000 inwoners. Het
probleem van de bestuurskracht is daar
dwingend. De burger verwacht overal, waar
hij ook woont, dezelfde kwaliteit van de
dienstverlening. Dat kan enkel als de
krachten worden gebundeld.
Het decreet voorziet enkel
in een fusie of in een vrijwillige
samenwerking. Er is een aparte procedure
voor grenscorrecties. Als een fusie ertoe
zou leiden dat er andere verschuivingen
gebeuren, dan kan dat enkel op basis van
vrijwilligheid en respect voor de
gemeentelijke autonomie. Wij leggen geen
fusies op. De mogelijkheid om een
deelgemeente uit een gemeente te halen en
bij een andere te voegen staat niet in het
regeerakkoord. Grenscorrecties zijn een
andere zaak. Een defusie spoort niet met wat
in het regeerakkoord staat, tenzij dat ertoe
zou leiden dat het afgescheiden deel wordt
geïntegreerd in een groter geheel. In
theorie kan het, maar het moet steeds op
basis van vrijwilligheid gebeuren.
De heer Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister,
stimuleren houdt toch in dat er een zekere
wortel wordt voorgehouden. Dat moet geen
hele grote zijn. U zegt terecht: “Laat het
samenvallen met de volgende
gemeenteraadsverkiezingen.” Dat is in
oktober 2012. Als er zich concrete gevallen
aandienen, moet u niet te lang wachten om
dat kader uit te werken. Daarom roep ik u op
om de handen aan de ploeg te slaan.
Misschien kunt u als uitsmijter een timing
vooropstellen. Dat zou ons wel interesseren.
De heer Lieven
Dehandschutter: Ondertussen is een van
de hoofdacteurs, de burgemeester van
Beveren, hier binnengekomen. Dit is hoe dan
ook een complexe aangelegenheid. Het heeft
ook gevolgen op het federale niveau, want in
het geval van Beveren en Kruibeke zit
Beveren in één politiezone, terwijl Kruibeke
samen met Temse een andere politiezone
vormt.Het decreet
laat alleen districtsraden toe in Antwerpen
en Gent. In het debat hierover moeten we ook
nadenken hoe we aankijken tegen fusies van
het niveau waar we nu mogelijkerwijze mee te
maken krijgen.
De voorzitter: Het
incident is gesloten.