Het Vlaams Parlement,
– gehoord de interpellatie van de heer Bart Van
Malderen;
– gehoord het antwoord van Vlaams minister
Philippe Muyters;
– gelet op het voorstel van de Federale Regering
tot hervorming van de banenplannen, dat in de komende weken zou
worden ingediend en dat in werking zou treden op 1 januari 2010;
– gelet op het feit dat de Federale Regering met
dit nieuwe voorstel de hervorming van de banenplannen uit het
interprofessioneel akkoord (met onder andere de afschaffing van
de doelgroepspecifieke kortingen van de Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid RSZ) alsnog zal doorvoeren;
– overwegende dat door die hervorming de oudere
werknemers vanaf volgend jaar een stuk duurder dreigen te worden
voor de werkgevers;
– gelet op de motie betreffende een
belangenconflict van de heren Ludo Sannen en Ludwig Caluwé van
18 februari 2009 (Parl. St. Vl. Parl. 2008-09, nr. 2109)
tegen de federale herstelwet, en tegen de afschaffing van de
federale doelgroepmaatregelen in het bijzonder, die door het
Vlaams Parlement unaniem werd goedgekeurd;
– gelet op de vraag om de doelgroepmaatregelen
te behouden in afwachting van de overheveling naar de gewesten
van de bevoegdheid om doelgroepvermindering te kunnen toekennen
aan werkzoekenden én werknemers behorend tot kansengroepen;
– overwegende dat de federale minister bevoegd
voor de werkgelegenheid met de nieuwe voorstellen nieuwe
middelen vrijmaakt om binnen de activering versterkt in te
zetten op bepaalde doelgroepen;
– overwegende dat diverse van de nieuwe
voorstellen die de minister in onderling overleg met de regio’s
wil invoeren, nauw samenhangen met de exclusieve
gemeenschapsbevoegdheid inzake beroepsopleiding en vorming
(onder meer stages en een nieuw vormingsfonds bij de Rijksdienst
voor Arbeidsvoorziening RVA), en dat er daarom over moet worden
gewaakt dat deze voorstellen de begeleidings- en
opleidingsaanpak van werkzoekenden door de gewestelijke diensten
niet zouden doorkruisen;
– overwegende dat uit eerdere ervaringen in
Vlaanderen blijkt dat de effectiviteit van bepaalde voorstellen
(zoals de opleidingspremie voor knelpuntberoepen) betwistbaar
is;
– overwegende dat de federale sociale partners
op de Nationale Arbeidsraad op 7 oktober 2009 reeds een
voorbehoud hebben geformuleerd bij een aantal van de nieuwe
maatregelen;
– vraagt de Vlaamse Regering:
1° er in het aangekondigde interministeriële
overleg op aan te dringen dat de extra federale
activeringsmaatregelen niet enkel afgestemd worden op de hoge
jeugdwerkloosheid in Brussel en Wallonië maar ook afdoende
inzetten op de voor Vlaanderen gewenste en noodzakelijke
uitbreiding van het activeringsbeleid voor werkloze
vijftigplussers;
2° aan te dringen op concrete stappen met
betrekking tot het overdragen van het doelgroepenbeleid naar de
regio’s, vooraleer overgegaan kan worden tot het afschaffen van
de doelgroepspecifieke kortingen binnen de RSZ;
3° erover te waken dat de regio’s binnen
vastgestelde enveloppes hun eigen accenten kunnen leggen binnen
de aangekondigde maatregelen op het vlak van opleiding en
vorming, om zo te vermijden dat deze de regiospecifieke
inspanningen en de eigen regionale opleidings- en
begeleidingsaanpak zouden doorkruisen;
– herbevestigt haar voornemen om alle tot haar
beschikking staande parlementaire middelen uit te putten om te
vermijden dat de belangen van de Vlaamse arbeidsmarkt zouden
geschaad worden, indien uit het aangekondigde overleg geen
grondige aanpassing van de voorliggende voorstellen en geen
concrete garanties naar voor komen inzake het overdragen van het
doelgroepenbeleid naar de regio’s.
Matthias DIEPENDAELE
Helga STEVENS
Koen VAN DEN HEUVEL
Jan LAURYS
Bart VAN MALDEREN
Güler TURAN