De voorzitter:
De heer Van den Heuvel heeft het
woord.
De heer Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de voorzitter, ons land is
in een economische storm terechtgekomen. De
slachtoffers zijn de burgers die hun job verliezen
en de ondernemers die hun bedrijf over kop zien
gaan. Dit jaar gaat onze economie met meer dan 3
percent achteruit. Dat is het slechtste economische
resultaat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw.
Het is een slechter resultaat dan in 1974 en in
1981, de twee donkere jaren van de oliecrisis.
Veel mensen trekken zich vandaag op
aan de meer hoopvolle vooruitzichten voor 2010, een
stijging met 0,6 percent, en voor 2011, een stijging
met 2 percent. Deze prille economische heropleving
mag onze daadkracht evenwel geenszins doen
verminderen. Net in deze tijden van economische nood
moet ieder van ons zijn verantwoordelijkheid ten
volle opnemen. De ‘sense of urgency’ mag niet
wegebben. We moeten die net aanwenden om moedige
maatregelen te nemen. Op die manier kunnen we in de
toekomst winnen.
Er is in elk geval nood aan
moedige maatregelen. Experts hebben al herhaaldelijk
aangegeven dat de arbeidsmarkt nog even een slagveld
zal blijven. Momenteel telt Vlaanderen ongeveer
205.000 werkzoekenden. Dat zijn er bijna 40.000 of
bijna 22 percent meer dan vorig jaar. Voor 2010
wordt een stijging van de werkloosheid met meer dan
50.000 personen verwacht.
Wie deze cijfers ziet, kan enkel
doordrongen worden van de nood aan een algemene
mobilisatie van politici, van het middenveld, van
werkgevers en hun federaties en van werknemers en
hun vakbonden. Iedereen moet zich ten volle
rekenschap geven van zijn verantwoordelijkheden.
Samen moeten ze aan een economische heropstanding
werken.
In deze moeilijke tijden is het
essentieel dat politici zich tegenover de burger
eerlijk durven op te stellen. We kunnen sterker uit
deze crisis komen. Dit kan echter enkel indien
iedereen hiertoe een bijdrage levert. We hebben in
deze tijden geen nood aan politici die de burgers
proberen te sussen met beloftes die ze niet kunnen
waarmaken en die daardoor de noodzakelijke ‘sense of
urgency’ wegnemen.
Winston Churchill was een
politicus van de eerste categorie. Bij de aanvang
van de Tweede Wereldoorlog zei hij: “I have nothing
to offer but blood, toil, sweat and tears”. Daar heb
ik respect voor. Voor politici die in volle
economische crisis proberen de kiezers te paaien met
onverantwoorde cadeautjes, zoals een verdubbeling
van de jobkorting, heb ik daarentegen veel minder
respect. Het stemt me dan ook tevreden dat onze
minister-president een politicus van de eerste
categorie is. Wanneer het moeilijk gaat, probeert
hij de burger niet te sussen. Hij gaat ervoor. Hij
wil de problemen overwinnen en hij nodigt iedereen
uit om zijn verantwoordelijkheid te nemen, zoals bij
Bayer in Antwerpen.
Want in geen geval mogen we de fouten
uit de tweede helft van de jaren zeventig opnieuw
maken, toen men te laat tot een afdoende aanpak van
de economische problemen kwam. Men verdoezelde toen
te lang de gevolgen van de crisis en men stelde de
noodzakelijke maatregelen uit, tot men uiteindelijk
moest overgaan tot draconische ingrepen.
Alle maatschappelijke spelers dienen
vandaag mee te werken aan het zo broodnodige
herstelbeleid. Deze oplossingen zullen moeilijke
beslissingen vragen, op alle niveaus. Het is echter
aan ons om in de eerste plaats naar onszelf te
kijken en maximaal in te zetten op een moedig
financieel en economisch beleid in Vlaanderen.
Deze regering doet dat. Want een
heel sterk signaal kwam er toen deze regering zich
engageerde om ook in tijden van economische crisis
op korte termijn tot een begrotingsevenwicht te
komen. In Europa is dit een uitzondering op de
regel. Een nultekort in 2011 is en blijft een
uitzonderlijke prestatie.
Daarnaast zet deze regering alles
in op een ambitieus en duurzaam investeringsbeleid.
We stellen evenwel vast dat in Vlaanderen
belangrijke investeringsprojecten afgeremd worden
door ellenlange vergunningsprocedures. Op die manier
wordt het voor investeerders steeds moeilijker om
binnen een redelijke termijn een project op te
zetten, en viert het immobilisme hoogtij.
Beste collega’s, we hebben
hierover, ook in dit halfrond, al veel gezeurd. Ik
ben dan ook zeer tevreden dat deze regering dit
aanpakt met de oprichting van een expertencommissie
onder leiding van gouverneur Berx. Tegelijk start in
het Vlaams Parlement een ad-hoccommissie die de
versnelling van maatschappelijk belangrijke
investeringsprojecten zal behandelen. Het is
absoluut nodig dat deze commissies hun werk
efficiënt en snel aanpakken zodat we in Vlaanderen
vlug tot transparante, eenduidige en vooral meer
eenvoudige vergunningsprocedures komen. Het
investeringsklimaat kan ook zonder budgettaire
stimulansen immers sterk verbeteren.
Ten derde moet men inzetten op de
verandering van het DNA van de Vlaamse economie: de
transformatie naar een duurzame en kennisgedreven
economie. Geen kortetermijndenken en
ad-hocmaatregelen zijn hiervoor nodig, wel visie en
daadkracht. Gelukkig hebben we een kompas om de
richting aan te geven: Vlaanderen in Actie. Met
Vlaanderen in Actie hebben we ons terecht
geëngageerd om Vlaanderen tegen 2020 naar de top
vijf van Europese regio’s te leiden. Vandaag de dag
laten wij ons immers te dikwijls in slaap wiegen
door de vergelijking met Wallonië, die we meestal op
economisch vlak vlekkeloos doorstaan. Maar dit is
ruim onvoldoende. De regio’s waaraan wij ons wel
dienen te spiegelen, liggen in Scandinavië,
Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië, en hier
oogt het plaatje minder mooi. Kijk naar de studie
over de arbeidsmarktprestaties: Vlaanderen bevindt
zich slechts in de derde cluster van de zes. We
moeten de lat dus hoog genoeg leggen, anders glijden
we geruisloos af. Daarom moeten we snel werk maken
van VIA. Er is geen tijd te verliezen. Daarom zijn
de 800 miljoen investeringen waarin de regering
heeft voorzien, broodnodig.
Is dit realistisch? “Zijn het geen
spookmiljoenen?”, heb ik gisteren nog in de
commissie gehoord. “We veroorzaken enkel een
stijging van de schuld”, heb ik daarnet nog gehoord.
Collega Gatz, dit is allemaal weerlegd. De helft van
de meeropbrengst van de KBC-operatie wordt
geïnvesteerd in een duurzame en kennisgedreven
economie. Ik weet niet wat een liberaal daartegen
kan hebben.
De heer Sven Gatz:
Mijnheer Van den Heuvel, ik ben van u
beter gewoon. Het enige belangwekkende dat ik in uw
speech heb gehoord, is dat u vanaf nu Kris Peeters
met Winston Churchill vergelijkt. Voor de rest zijn
het algemeenheden en vaagheden.
De heer Koen Van den Heuvel:
Ik ben nog maar in de helft, het
beste moet nog komen.
Mijnheer Gatz, gisteren hebt u nog gezegd dat u niet
wist wat de regering ging doen met die 800 miljoen
euro. Welnu, 300 miljoen euro staat al ingeschreven
in deze begroting.
Daarnet heeft de heer Vereeck het
gezegd. 200 miljoen euro is ingeschreven om te
investeren in het Vlaams energiebedrijf. 100 miljoen
euro is ingeschreven om te investeren in
interessante projecten die onze kennisgedreven
economie ondersteunen via de
ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV). De
resterende 500 miljoen euro zullen in 2011 en 2012
worden aangewend en in de begroting ingeschreven.
Deze bedragen zijn meer dan nodig om
in duurzame infrastructuur te investeren, om
Vlaanderen uit te bouwen tot een slimme draaischijf
en om het Medisch Centrum Vlaanderen te ontwikkelen.
Ook in innovatie zijn investeringen nodig.
Eerst besparen om dat nultekort in
2011 te halen, beste collega’s, is hiermee niet
contradictorisch. We moeten deze periode van
financiële luwte of krapte aanwenden om doortastend
werk te maken van de rationalisering van het
innovatielandschap door het tegengaan van de
bestaande versnippering, door het groeperen van
middelen en inspanningen rond een aantal sterke
spelers, door het consolideren van goed werkende
bestaande innovatie-instrumenten en door het
afbouwen van instrumenten die niet langer effect
hebben. We moeten hier niet met de kaasschaaf
overheen gaan, maar slimme besparingen uitvoeren,
zoals minister Lieten daarnet heeft gezegd.
Die operatie, beste collega’s, was
nodig. U hoeft mij daarvoor niet op mijn woord te
geloven. Ik citeer hier graag een autoriteit: “We
moeten in uitvoering van het rapport-Soete energie
investeren in de bijsturing van ons instrumentarium,
veeleer dan te investeren in een subsidiedatabank
die verwijst naar een overtal van weinig
gebruiksvriendelijke steunmaatregelen.” Mevrouw
Ceysens is er niet, maar ik denk dat de heer Gatz
zich deze uitspraak nog wel herinnert van mevrouw
Ceysens als toenmalig minister van Innovatie.
Bovendien moeten we weg van een
overdreven focus op de input en meer aandacht
besteden aan de output van een innovatiebeleid. Om
nog eenmaal de woorden van Churchill te gebruiken:
“However beautiful the strategy, you should
occasionally look at the results.” Ook hier,
mijnheer Gatz, sta ik niet alleen met Churchill. Ook
mevrouw Ceysens stelde als minister van Innovatie:
“Als we maar genoeg input geven, zou onze opdracht
volbracht zijn. Welnu, dat klopt niet. We mogen van
input geen fetisj maken. Het gaat in onderzoek en
ontwikkeling voor mij over de output.”
Inderdaad, kwaliteit telt en niet
kwantiteit. Een betere output kunnen we bereiken
door de juiste keuzes te maken. We kunnen niet in
alles de beste zijn. Vlaanderen is niet groot, dus
moeten we speerpunten en clusters bepalen. De
Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) en ViA
wijzen de weg. Houd deze als leidraad en verfijn ze
verder, mevrouw de minister. Een coördinatie op het
hoogste regeringsniveau is aangewezen. Kijk naar
Finland, waar de topministers het innovatieproject
met de gekozen speerpunten en clusters scherp
bewaken en de strategische richting elke dag
bepalen.
Dit neemt niet weg dat er
voldoende middelen moeten gaan naar innovatie an
sich en naar investeringen in een innovatieve
economie. Het investeringsprogramma van 800 miljoen
euro is een belangrijke stap in de goede richting.
Het is evenwel aangewezen dat de regering hierop
verder bouwt door een geloofwaardig groeipad uit te
tekenen in de meerjarenbegroting voor de tweede
helft van de legislatuur.
(Applaus bij de meerderheid)