Tussenkomst in het actualiteitsdebat over het economische relanceplan van de Vlaamse Regering      2 december 2009

De voorzitter:

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de voorzitter, ons land is in een economische storm terechtgekomen. De slachtoffers zijn de burgers die hun job verliezen en de ondernemers die hun bedrijf over kop zien gaan. Dit jaar gaat onze economie met meer dan 3 percent achteruit. Dat is het slechtste economische resultaat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Het is een slechter resultaat dan in 1974 en in 1981, de twee donkere jaren van de oliecrisis.

Veel mensen trekken zich vandaag op aan de meer hoopvolle vooruitzichten voor 2010, een stijging met 0,6 percent, en voor 2011, een stijging met 2 percent. Deze prille economische heropleving mag onze daadkracht evenwel geenszins doen verminderen. Net in deze tijden van economische nood moet ieder van ons zijn verantwoordelijkheid ten volle opnemen. De ‘sense of urgency’ mag niet wegebben. We moeten die net aanwenden om moedige maatregelen te nemen. Op die manier kunnen we in de toekomst winnen.

Er is in elk geval nood aan moedige maatregelen. Experts hebben al herhaaldelijk aangegeven dat de arbeidsmarkt nog even een slagveld zal blijven. Momenteel telt Vlaanderen ongeveer 205.000 werkzoekenden. Dat zijn er bijna 40.000 of bijna 22 percent meer dan vorig jaar. Voor 2010 wordt een stijging van de werkloosheid met meer dan 50.000 personen verwacht.

Wie deze cijfers ziet, kan enkel doordrongen worden van de nood aan een algemene mobilisatie van politici, van het middenveld, van werkgevers en hun federaties en van werknemers en hun vakbonden. Iedereen moet zich ten volle rekenschap geven van zijn verantwoordelijkheden. Samen moeten ze aan een economische heropstanding werken.

In deze moeilijke tijden is het essentieel dat politici zich tegenover de burger eerlijk durven op te stellen. We kunnen sterker uit deze crisis komen. Dit kan echter enkel indien iedereen hiertoe een bijdrage levert. We hebben in deze tijden geen nood aan politici die de burgers proberen te sussen met beloftes die ze niet kunnen waarmaken en die daardoor de noodzakelijke ‘sense of urgency’ wegnemen.

Winston Churchill was een politicus van de eerste categorie. Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog zei hij: “I have nothing to offer but blood, toil, sweat and tears”. Daar heb ik respect voor. Voor politici die in volle economische crisis proberen de kiezers te paaien met onverantwoorde cadeautjes, zoals een verdubbeling van de jobkorting, heb ik daarentegen veel minder respect. Het stemt me dan ook tevreden dat onze minister-president een politicus van de eerste categorie is. Wanneer het moeilijk gaat, probeert hij de burger niet te sussen. Hij gaat ervoor. Hij wil de problemen overwinnen en hij nodigt iedereen uit om zijn verantwoordelijkheid te nemen, zoals bij Bayer in Antwerpen.

Want in geen geval mogen we de fouten uit de tweede helft van de jaren zeventig opnieuw maken, toen men te laat tot een afdoende aanpak van de economische problemen kwam. Men verdoezelde toen te lang de gevolgen van de crisis en men stelde de noodzakelijke maatregelen uit, tot men uiteindelijk moest overgaan tot draconische ingrepen.

Alle maatschappelijke spelers dienen vandaag mee te werken aan het zo broodnodige herstelbeleid. Deze oplossingen zullen moeilijke beslissingen vragen, op alle niveaus. Het is echter aan ons om in de eerste plaats naar onszelf te kijken en maximaal in te zetten op een moedig financieel en economisch beleid in Vlaanderen.

Deze regering doet dat. Want een heel sterk signaal kwam er toen deze regering zich engageerde om ook in tijden van economische crisis op korte termijn tot een begrotingsevenwicht te komen. In Europa is dit een uitzondering op de regel. Een nultekort in 2011 is en blijft een uitzonderlijke prestatie.

Daarnaast zet deze regering alles in op een ambitieus en duurzaam investeringsbeleid. We stellen evenwel vast dat in Vlaanderen belangrijke investeringsprojecten afgeremd worden door ellenlange vergunningsprocedures. Op die manier wordt het voor investeerders steeds moeilijker om binnen een redelijke termijn een project op te zetten, en viert het immobilisme hoogtij.

Beste collega’s, we hebben hierover, ook in dit halfrond, al veel gezeurd. Ik ben dan ook zeer tevreden dat deze regering dit aanpakt met de oprichting van een expertencommissie onder leiding van gouverneur Berx. Tegelijk start in het Vlaams Parlement een ad-hoccommissie die de versnelling van maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten zal behandelen. Het is absoluut nodig dat deze commissies hun werk efficiënt en snel aanpakken zodat we in Vlaanderen vlug tot transparante, eenduidige en vooral meer eenvoudige vergunningsprocedures komen. Het investeringsklimaat kan ook zonder budgettaire stimulansen immers sterk verbeteren.

Ten derde moet men inzetten op de verandering van het DNA van de Vlaamse economie: de transformatie naar een duurzame en kennisgedreven economie. Geen kortetermijndenken en ad-hocmaatregelen zijn hiervoor nodig, wel visie en daadkracht. Gelukkig hebben we een kompas om de richting aan te geven: Vlaanderen in Actie. Met Vlaanderen in Actie hebben we ons terecht geëngageerd om Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van Europese regio’s te leiden. Vandaag de dag laten wij ons immers te dikwijls in slaap wiegen door de vergelijking met Wallonië, die we meestal op economisch vlak vlekkeloos doorstaan. Maar dit is ruim onvoldoende. De regio’s waaraan wij ons wel dienen te spiegelen, liggen in Scandinavië, Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië, en hier oogt het plaatje minder mooi. Kijk naar de studie over de arbeidsmarktprestaties: Vlaanderen bevindt zich slechts in de derde cluster van de zes. We moeten de lat dus hoog genoeg leggen, anders glijden we geruisloos af. Daarom moeten we snel werk maken van VIA. Er is geen tijd te verliezen. Daarom zijn de 800 miljoen investeringen waarin de regering heeft voorzien, broodnodig.

Is dit realistisch? “Zijn het geen spookmiljoenen?”, heb ik gisteren nog in de commissie gehoord. “We veroorzaken enkel een stijging van de schuld”, heb ik daarnet nog gehoord. Collega Gatz, dit is allemaal weerlegd. De helft van de meeropbrengst van de KBC-operatie wordt geïnvesteerd in een duurzame en kennisgedreven economie. Ik weet niet wat een liberaal daartegen kan hebben.
 

De heer Sven Gatz:
Mijnheer Van den Heuvel, ik ben van u beter gewoon. Het enige belangwekkende dat ik in uw speech heb gehoord, is dat u vanaf nu Kris Peeters met Winston Churchill vergelijkt. Voor de rest zijn het algemeenheden en vaagheden.

De heer Koen Van den Heuvel:
Ik ben nog maar in de helft, het beste moet nog komen.

Mijnheer Gatz, gisteren hebt u nog gezegd dat u niet wist wat de regering ging doen met die 800 miljoen euro. Welnu, 300 miljoen euro staat al ingeschreven in deze begroting.

Daarnet heeft de heer Vereeck het gezegd. 200 miljoen euro is ingeschreven om te investeren in het Vlaams energiebedrijf. 100 miljoen euro is ingeschreven om te investeren in interessante projecten die onze kennisgedreven economie ondersteunen via de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV). De resterende 500 miljoen euro zullen in 2011 en 2012 worden aangewend en in de begroting ingeschreven.

Deze bedragen zijn meer dan nodig om in duurzame infrastructuur te investeren, om Vlaanderen uit te bouwen tot een slimme draaischijf en om het Medisch Centrum Vlaanderen te ontwikkelen. Ook in innovatie zijn investeringen nodig.

Eerst besparen om dat nultekort in 2011 te halen, beste collega’s, is hiermee niet contradictorisch. We moeten deze periode van financiële luwte of krapte aanwenden om doortastend werk te maken van de rationalisering van het innovatielandschap door het tegengaan van de bestaande versnippering, door het groeperen van middelen en inspanningen rond een aantal sterke spelers, door het consolideren van goed werkende bestaande innovatie-instrumenten en door het afbouwen van instrumenten die niet langer effect hebben. We moeten hier niet met de kaasschaaf overheen gaan, maar slimme besparingen uitvoeren, zoals minister Lieten daarnet heeft gezegd.

Die operatie, beste collega’s, was nodig. U hoeft mij daarvoor niet op mijn woord te geloven. Ik citeer hier graag een autoriteit: “We moeten in uitvoering van het rapport-Soete energie investeren in de bijsturing van ons instrumentarium, veeleer dan te investeren in een subsidiedatabank die verwijst naar een overtal van weinig gebruiksvriendelijke steunmaatregelen.” Mevrouw Ceysens is er niet, maar ik denk dat de heer Gatz zich deze uitspraak nog wel herinnert van mevrouw Ceysens als toenmalig minister van Innovatie.

Bovendien moeten we weg van een overdreven focus op de input en meer aandacht besteden aan de output van een innovatiebeleid. Om nog eenmaal de woorden van Churchill te gebruiken: “However beautiful the strategy, you should occasionally look at the results.” Ook hier, mijnheer Gatz, sta ik niet alleen met Churchill. Ook mevrouw Ceysens stelde als minister van Innovatie: “Als we maar genoeg input geven, zou onze opdracht volbracht zijn. Welnu, dat klopt niet. We mogen van input geen fetisj maken. Het gaat in onderzoek en ontwikkeling voor mij over de output.”

Inderdaad, kwaliteit telt en niet kwantiteit. Een betere output kunnen we bereiken door de juiste keuzes te maken. We kunnen niet in alles de beste zijn. Vlaanderen is niet groot, dus moeten we speerpunten en clusters bepalen. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) en ViA wijzen de weg. Houd deze als leidraad en verfijn ze verder, mevrouw de minister. Een coördinatie op het hoogste regeringsniveau is aangewezen. Kijk naar Finland, waar de topministers het innovatieproject met de gekozen speerpunten en clusters scherp bewaken en de strategische richting elke dag bepalen.

Dit neemt niet weg dat er voldoende middelen moeten gaan naar innovatie an sich en naar investeringen in een innovatieve economie. Het investeringsprogramma van 800 miljoen euro is een belangrijke stap in de goede richting. Het is evenwel aangewezen dat de regering hierop verder bouwt door een geloofwaardig groeipad uit te tekenen in de meerjarenbegroting voor de tweede helft van de legislatuur. (Applaus bij de meerderheid)

     
   
        2009 Koen Van den Heuvel