De voorzitter:
Wij hebben van dit onderwerp geen
actualiteitsdebat gemaakt, om de doodeenvoudige
reden dat er vandaag een aantal moties van de
meerderheid en de oppositie op de agenda staan die
betrekking hebben op het achterblijven van de
kredieten inzake onderzoek. Wij beperken ons vandaag
tot de betalingsproblemen bij het IWT. De heer
Vereeck heeft het woord.
De heer Lode Vereeck:
Voorzitter, minister, toch ben ik
blij dat de collega’s dat hebben gedaan, omdat het
aantoont hoe belangrijk onderzoek en ontwikkeling
(O&O) is. O&O legt de basis voor toekomstige
economische activiteiten en dus uiteindelijk voor
toekomstige banen. Daarom wordt in het buitenland
meer geïnvesteerd, ondanks de crisis. Ik kan u de
cijfers geven. In Vlaanderen is dat niet het geval.
Meer specifiek zal worden bespaard bij het
Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en
Technologie (IWT). Vorig jaar was dat 12 miljoen
euro, dit jaar 23 miljoen euro.
Het Rekenhof en een aantal fracties
hebben er regelmatig op gewezen dat die besparingen,
en ook het feit dat er te weinig betaalkredieten
waren ingeschreven, zouden leiden tot
betaalproblemen bij dat IWT. Minister, zowel u als
minister Muyters hebben dat aanvankelijk ontkend,
maar gelukkig zagen we bij de begrotingscontrole dat
die fout dan toch is erkend en rechtgezet, door een
bijkomend krediet van 29 miljoen euro. We hebben ons
wel onmiddellijk afgevraagd of dat voldoende is,
gezien de eerdere ontkenningen. Ondertussen lezen we
in de pers dat er een betalingsachterstand is bij
het IWT van bijna 60 miljoen euro. Het gaat over 300
bedrijven en 700 projecten. Dat zijn allemaal
subsidies die zijn toegekend, maar niet zijn
uitbetaald.
De reacties liegen er niet om.
Kleine bedrijven noemen dat desastreus en
dramatisch, grotere bedrijven kunnen het wat beter
opvangen, maar voor de universiteiten is het
duidelijk ook heel erg lastig. Minister, kunt u deze
situatie bevestigen, ook gezien de eerdere
ontkenning? Wat zijn de oorzaken van deze situatie?
De voorzitter:
De heer Van den Heuvel heeft het
woord.
De heer Koen Van den Heuvel:
Voorzitter, minister, geachte leden,
ik zal het algemene kader niet schetsen, want de
heer Vereeck heeft dat al gedaan. Er zijn eigenlijk
twee zaken in de hele innovatiediscussie. Een eerste
zaak is het budget zelf. We hebben daar vorige week
nog een interessante discussie aan gewijd in de
commissie. We bevinden ons natuurlijk in een
besparingstraject. Het is heel belangrijk dat die
begroting in evenwicht wordt gebracht. Toch wil onze
fractie ook duidelijk stellen dat, vanaf het
ogenblik dat er budgettaire ruimte komt, er absoluut
moet worden ingezet op innovatie.
De tweede zaak is de concrete
betalingsachterstand. Ik denk dat dit ook te maken
heeft met een efficiënte begrotingsopmaak. Daar
hebben we toch ook een aantal vragen bij. Hoe komt
dat, en wat wordt eraan gedaan? Een bedrag van 60
miljoen euro is niet weinig. Het is inderdaad ook
belangrijk voor de kleine ondernemingen. De overheid
moet op diverse vlakken het voorbeeld geven, en
zeker ook als het gaat over het op tijd betalen van
rekeningen. De overheid moet erg geloofwaardig zijn
op dat punt, zeker en vast als het gaat over
innovatie.
In de begroting 2010 is ook
voorzien in een potje van 35 miljoen euro, waarbij
de regering ervoor kan kiezen diverse
innovatieprojecten te steunen. Vorige vrijdag heeft
de ministerraad een eerste groot project
goedgekeurd. Wat bent u van plan te doen met de
overige miljoenen?
De voorzitter:
Mijnheer Van den Heuvel, voor alle
duidelijkheid, ons reglement bepaalt dat u maar één
vraag kunt stellen aan de minister. Of ging het om
een retorische vraag?Mevrouw Moerman heeft het
woord.
Mevrouw Fientje Moerman:
Voorzitter, minister, ik hoor dat er
potjes zijn in de begroting, maar ik vind dat er
vandaag vooral een potje van wordt gemaakt.
Eigenlijk is dit immers de kroniek van een
aangekondigd falen. Het Rekenhof heeft reeds bij de
opmaak van de begroting 2010 gewaarschuwd voor wat
er vandaag gebeurt, namelijk dat er niet genoeg
betalingskredieten zijn voor de al vastgelegde
verbintenissen bij het IWT. Volgens het Rekenhof was
er alleen al voor de verbintenissen van 2009 24
miljoen euro nodig. Dan hebben we het nog niet over
wat er ondertussen bij is gekomen. Er was toen
ongeveer 14 miljoen euro ingeschreven.
Minister, op dat ogenblik hebt u
gezegd dat, indien er een probleem zou rijzen, u dat
wel zou regelen bij de begrotingswijziging 2010. U
hebt inderdaad een en ander geregeld. Ik citeer het
verslag van de besprekingen van de
begrotingsaanpassing: “De minister herinnert eraan
dat ze bij de begrotingsbesprekingen hierover gezegd
heeft dat dit probleem zou moeten opgelost worden
ter gelegenheid van een begrotingscontrole. Dat is
bij deze begrotingsaanpassing dan ook geregeld.” Het
is echter niet geregeld: er is een
betalingsachterstand bij het IWT. Volgens de
berichten zou die 60 miljoen euro bedragen.
Kijk, minister, 2 weken geleden al
heb ik u in de commissie geïnterpelleerd over het
fundamenteel onderzoek. Nu zijn er problemen voor de
bedrijven, maar ook voor de universiteiten. U draagt
een zware verantwoordelijkheid, samen met de Vlaamse
Regering, door inderdaad geen keuzes te maken en de
besparingen blind toe te passen, ook in domeinen als
Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie.
Mijn vraag is de volgende. ViA stelt
dat we er tegen 2014 in Vlaanderen zullen in slagen
om 1 percent van ons bruto regionaal product te
besteden aan Onderzoek en Ontwikkeling. Daarvoor is
vanaf volgend elk jaar 300 miljoen euro meer nodig
per jaar. Zult u dat geld besteden? Of gaat u van
deze charade afstappen en zeggen dat we tegen 2014
zelfs niet 1 percent zullen halen?
(Applaus bij Open Vld)
De voorzitter:
De heer Van Malderen heeft het woord.
De heer Bart Van Malderen:
Minister, ik herhaal de inleiding
niet. We hebben allemaal gehoord van de
betalingsproblemen bij het IWT. Wat mij vooreerst
opviel, was dat er in de pers heel uiteenlopende
cijfers werden geciteerd. Een eerste vraag die zich
dus opdringt, is retorisch en behelst de uitklaring
van het cijfermateriaal.
Mevrouw Moerman verwees zelf naar de
begrotingscontrole 2010. In het voorjaar trekt u nog
29 miljoen euro uit om een tandje bij te steken voor
dergelijke projecten. De vaststelling van een
betalingsachterstand en de extra middelen in de
begrotingscontrole 2010 maken het onderwerp uit van
mijn tweede bijna retorische vraag.
Vooral is het van belang dat twee
sprekers de link legden met de besparingopdrachten
die deze regering de afgelopen 2 jaar heeft moeten
doorvoeren. Dat is heel raar, want het gaat vaak om
dossiers die een heel lange doorlooptijd kennen.
Sommige ervan zijn allicht vastgelegd tijdens een
vorige regeerperiode. De vraag is dan hoe we in de
toekomst structureel kunnen optreden om
vastleggingskredieten en betalingskredieten beter op
elkaar af te stemmen.
Minister, mijn vragen zijn de
volgende. Bevestigt u de omvang van de
betalingsproblemen? Wat zijn de oorzaken ervan? Hoe
pakt u ze structureel aan?
De voorzitter:
Minister, op de retorische vragen
moet u niet antwoorden, op de andere wel. Minister
Lieten heeft het woord.
Minister Ingrid Lieten:
Er is inderdaad een
betalingsachterstand bij het IWT vastgesteld. Er zal
ook een tekort zijn om dit jaar aan alle
betaalverplichtingen te voldoen. Dat zal niet 60
miljoen euro bedragen, het bedrag dat in de kranten
staat, maar het is een zorg die ik deel. Er zijn
twee oorzaken voor.Eerst en
vooral was er bij het IWT een achterstand bij de
afhandeling van de dossiers. Het IWT is volop bezig
om deze achterstand in te lopen. Daardoor worden
betalingen naar voren getrokken. Ten tweede is er
een grote discrepantie waar te nemen tussen de
vastleggingskredieten enerzijds en de
betalingskredieten anderzijds.
Een beleid voeren veronderstelt
vastleggingskredieten om nieuwe initiatieven te
kunnen nemen. Op een bepaald moment moeten de
aangegane engagementen echter ook worden betaald en
dan heb je betaalkredieten nodig. De discrepantie
tussen beide is tussen 2005 en 2009 met 194 miljoen
euro gegroeid. Er is dus een verschil van 194
miljoen euro tussen de vastleggingskredieten en de
betalingskredieten. Wij zijn nu bezig met een
inhaalbeweging om dat verschil terug te dringen.
Het Rekenhof heeft daar inderdaad
tijdens de begrotingscontrole 2010 op gewezen. Dat
verschil werd toen op 24 miljoen euro geraamd. Ik
heb toen in de commissie gezegd dat we dat probleem
bij de begrotingscontrole moesten oplossen. En dat
hebben we ook gedaan op basis van de cijfers en de
feiten die toen bekend waren. We hebben 29 miljoen
euro aan bijkomende betalingskredieten ingeschreven.
De betalingskredieten zijn opgebouwd uit twee grote
groepen.
Ten eerste werd er voor het
strategisch basisonderzoek, waar mevrouw Moerman
naar verwijst en dat vooral naar de universiteiten
gaat, 14 miljoen euro aan extra betalingskredieten
gevraagd door het IWT. Dat bedrag heeft het ook
gekregen.Ten tweede was er
een achterstand bij de bedrijfs- en de VIS-projecten
(Vlaams Innovatiesamenwerkingsverband). Daarvoor
vroeg het IWT 14 miljoen euro. Uiteindelijk werd na
een dialoog tussen het IWT, de inspecteur van
financiën en de administratie Financiën en
Begroting, 7 miljoen euro toegekend op basis van wat
het IWT toen kon aantonen dat noodwendig was.
Nu merken we dat effectief op die
twee punten, het strategisch basisonderzoek en de
bedrijfsprojecten, de betaalachterstand groter is
dan toen werd geraamd. We zullen inderdaad
maatregelen moeten nemen om bij de volgende
begrotingscontrole opnieuw in extra betaalkredieten
te voorzien om die inhaalbeweging te maken, om de
gap tussen vastlegging- en de betaalkredieten die in
het verleden werd opgebouwd, dicht te rijden. We
zullen er nog een tijdje werk mee hebben om het in
het verleden opgebouwde verschil weg te werken.
Er is ook nog werk bij het IWT
zelf om de eigen ‘cashplanning’ beter te
organiseren. Die betaalkredieten worden immers
gebruikt om enerzijds voorschotten te geven voor
nieuwe projecten die nu goedgekeurd zijn en
anderzijds voor de tussentijdse afrekeningen van
projecten. Die volgen een zesmaandelijks ritme en
voor elk project moet er een rapportering zijn en
moet er een controle gebeuren. Ik begrijp dat ze
niet tot op een exacte datum kunnen inschatten
wanneer ze moeten betalen, maar er zal een
verfijning nodig zijn van de opvolging. Een derde
groep zijn de definitieve afrekeningen die gebeuren
op het einde van ieder project. Bij het IWT is er
wel degelijk nood aan een meer verfijnde
cashplanning, en het is daar ook mee bezig. Die
verfijning zou helpen om een stuk van de achterstand
in te lopen en om beter in te schatten welke
bijkomende betaalkredieten er nodig zullen zijn bij
iedere begrotingscontrole.
Welke maatregelen nemen we nu om
wat er is, zo goed mogelijk aan te wenden? Voor wat
de bedrijven betreft, wordt voorrang gegeven aan de
kmo’s, want die hebben de kleinste financiële
draagkracht en zullen sowieso betaald worden voor
het einde van het jaar. Daarna wordt er bij de
grotere bedrijven gekeken naar de bedragen die het
langst verschuldigd zijn. Voor de universiteiten is
er niet onmiddellijk een imminent cashprobleem. Ze
zullen uiteraard begin januari de betalingen krijgen
waar ze recht op hebben.
Rekening houdend met de
maatregelen die we nemen bij het IWT en met de
discussie die we verder zullen moeten voeren bij de
begrotingscontrole om dat opgebouwde verschil van de
voorbije jaren weg te werken, zullen we de zaak
stilaan onder controle krijgen.
De heer Lode Vereeck:
Minister, ik denk toch dat u met een
probleem zit, een politiek probleem. Binnen het IWT
is men wel degelijk heel goed op de hoogte van wat
de precieze financieringsbehoefte is. Ik heb hier
een interne mail van het IWT van half augustus en
daarin staat dat men al wist dat door het
begrotingsbeleid van de Vlaamse Regering de
subsidies onder druk kwamen te staan en dat de
maatregel bij de begrotingscontrole onvoldoende was
om het gat dicht te rijden.
Eind september, nog maar een drietal weken geleden,
zei men dat er ondanks hun vragen aan de regering,
spijtig genoeg geen extra middelen meer werden
toegekend aan het IWT bovenop die 29 miljoen euro.
Ook dit komt uit een interne mail.
Vervolgens gaat men prioriteiten
toekennen waarbij men zegt dat vooral de kmo’s
buiten schot zullen worden gehouden en de eerste
schijven voor opstartende bedrijven. Ondertussen is
de situatie dermate dramatisch geworden dat het IWT
opnieuw intern aangeeft dat de eerste schijven voor
opstartende projecten niet kunnen worden uitbetaald.
Ik wil toch nog even verwijzen
naar een brief die we ook in handen hebben gekregen,
waarin staat dat de kmo’s niet buiten schot blijven.
Ik lees en ik citeer een brief aan het IWT: “We
willen er met dit schrijven u op attent maken dat
het IWT in gebreke blijft bij de uitbetaling van
verschillende projecten. Voor een kleine organisatie
zoals” – ik zal ze niet noemen – “weegt dit
uiteraard zwaar door op onze liquiditeit.”
Alle maatregelen die u naar voren
schuift...
De voorzitter:
De heer Van den Heuvel heeft het
woord. (Opmerkingen van de
heer Lode Vereeck)
Mijnheer Vereeck, u kreeg 1 minuut voor een repliek
en daar maakt u eigenlijk altijd misbruik van. U
moet bovendien niet citeren, u moet vanuit de buik
spreken.
De heer Lode Vereeck:
Ten eerste had ik een halve minuut
over op mijn eerste tussenkomst.
De voorzitter:
Het zijn altijd dezelfde. Er zijn
altijd mensen die zich keurig aan de tijd houden. Er
zijn meerdere sprekers. Het reglement zegt dat u een
minuut een opmerking kunt maken.
De heer Lode Vereeck:
Ten tweede wil ik wel correct
citeren.
De voorzitter:
Het is heel vervelend om als
voorzitter elke keer te moeten zeggen dat men zich
aan de tijd moet houden. U zult dat ook wel
begrijpen. Ik ben ook niet meer zo jong.
De heer Koen Van den Heuvel:
Minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is heel belangrijk dat de overheid haar
engagementen nakomt. Maak daar zeker ook op het vlak
van innovatie een prioriteit van. Ik heb gehoord dat
u een inspanning gaat doen om die
betalingsachterstand weg te werken. Dat is heel
positief. We kijken ook uit naar de begroting 2011,
want ik denk dat daar duidelijk een aantal
engagementen in moeten staan om effectief in
voldoende betalingskredieten te voorzien om het
innovatiebeleid te kunnen financieren.
Ik had daarnet nog een vraagje over
die machtiging van ongeveer 30 miljoen euro. Daar is
toch nog wat ruimte over. Hebt u een idee hoe u die
gaat invullen de komende 2 maanden?
Mevrouw Fientje Moerman:
Ik onthoud uit uw antwoord, minister,
dat er bij het IWT behoefte is aan een efficiënter
cashmanagement. Dat kan best zijn, maar u dient ze
dan wel van cash te voorzien want anders gaan het
IWT en de bedrijven die door hen worden
gesubsidieerd, eindigen bij de schuldbemiddeling van
het OCMW en niet bij een efficiënter cashmanagement.
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn
vraag. Ik neem aan dat ze retorisch was, want u zult
die 10 percent niet halen. Ik vind dat een zonde
voor het onderzoeks-, wetenschaps- en
innovatiebeleid in Vlaanderen. Ik kijk vol
verwachting uit naar uw begroting 2011. Misschien
hebt u nog een kansje om daar vrijdag iets bij te
doen tijdens de ministerraad waarop de begroting
2011 wordt goedgekeurd. Ik zou het u in elk geval
aanraden. We hoorden hier net in een vorige actuele
vraag dat Vlaanderen zich moet meten met de
topregio’s in Europa. Wel, minister, dat geldt ook
voor onderzoek en ontwikkeling. U zult zien dat we
er totaal niet meer bij horen.
De heer Bart Van Malderen:
Ik denk dat u, net zoals zoveel
huisvaders en huismoeders in Vlaanderen, graag meer
middelen zou hebben om die te besteden. Als die er
zijn, en dat is afgesproken, dan zullen die ook
prioritair naar innovatie gaan. Ik denk dat we een
heel duidelijk antwoord hebben gekregen, en dat u de
kas van het IWT en rond innovatie goed beheert, met
de signalen die u krijgt en op het moment dat u die
krijgt. U doet meer dan dat. U betaalt eigenlijk ook
de rekeningen van de vorige huurder.
Ik denk dat we structureel op die weg
verder moeten gaan. Ik heb gehoord dat er een
cashopvolgingssysteem komt. Dat wordt het best
geschakeld tussen de begroting 2011 en de
begrotingscontrole 2011 zodat we ervoor kunnen
zorgen dat een herhaling van deze toestand, die u
denk ik correct hebt aangepakt, zich niet voordoet.
Het belangrijkste is dat u er prioriteit aan hebt
gegeven dat kleine bedrijven die het kwetsbaarst
zijn voor dit soort problemen, niet bijkomend in de
problemen komen. In die zin denk ik dat we een zeer
duidelijk en correct antwoord hebben gekregen.
De voorzitter:
De heer Diependaele heeft het woord.
De heer Matthias Diependaele:
Ik denk dat we ons hier allemaal
terecht zorgen maken over innovatie en ontwikkeling.
De ingenieurs zijn de bron van onze welvaart. Dat is
inderdaad zo. We hebben het er vorige week nog over
gehad in de commissie. Het gaat misschien niet meer
alleen nog over de begroting. Ook binnen het
innovatiebeleid moeten er nog een paar dingen kunnen
worden gedaan. Het rapport-Soete gaat over
vereenvoudiging, overheadkosten die verminderd
worden en efficiëntiewinsten die worden gedaan.
Misschien moet men sommige dingen anders gaan
alloceren. Daarom kijk ik samen met de collega’s uit
naar de begroting, maar evengoed naar de
beleidsbrief van de minister.
De voorzitter:
De heer Watteeuw heeft het woord.
De heer Filip Watteeuw:
Ik vind dit bijzonder pijnlijk. De
Vlaamse Regering bazuint regelmatig uit dat
Vlaanderen een topregio wil zijn op alle vlakken,
ook op het vlak van innovatie en dan slaagt men er
gewoon niet in om steun die beloofd werd, uit te
betalen. Het gaat dus niet zomaar om nieuwe
kredieten, maar om steun die beloofd werd. Als u
vaststelt dat er een verschil is tussen de
vastleggings- en de betaalkredieten, betekent dit
dat er meer behoefte is aan steun dan dat er in
steun wordt voorzien door de regering. Dat betekent
dat u meer inspanningen moet doen.
Ik stel alleen vast dat de
innovatie-inspanningen de laatste tijd achteruit
gegaan zijn. U moet daar echt wel een tandje
bijsteken. Het is geen klein probleem als bedrijven
een halfjaar of een jaar moeten wachten op de steun.
Als ze kredietlijnen moeten openen en daardoor
verlies boeken, dan is dat een groot probleem. Ik
stel telkens opnieuw vast dat de Vlaamse Regering
haar beloftes op het vlak van innovatie niet nakomt.
De voorzitter:
De heer Bothuyne heeft het woord.
De heer Robrecht Bothuyne:
Mijnheer Watteeuw, u hebt gelijk, het
is een pijnlijke situatie voor het bedrijf. Ik vind
het ook pijnlijk, mevrouw Moerman, om u tussen de
vraagstellers te zien staan. Ik weet dat u het
wetenschaps- en innovatiebeleid een warm hart
toedraagt. Maar deze situatie bewijst dat onder de
vorige Vlaamse Regering en de vorige minister van
Innovatie 194 miljoen euro aan ongedekte cheques is
uitgeschreven. Er zijn zaken beloofd waar
uiteindelijk geen geld voor was. Deze regering, deze
minister moet opruimen wat de vorige minister heeft
gecreëerd.Minister, nog een
extra vraagje, de heer Van den Heuvel had het er al
over. Hij verwees naar een schriftelijke vraag waar
ik vorige week een antwoord op kreeg van u. Het ging
over een potje voor acties voor technologische
innovaties op initiatief van de Vlaamse Regering. Er
zit ongeveer 35 miljoen euro in. Er was tot vrijdag
maar 400.000 euro van besteed. Wat zal er gebeuren
met de overblijvende 34 miljoen euro?
Minister Ingrid Lieten:
Mijnheer Bothuyne, ik heb in de
commissie al gezegd dat deze regering vooral overal
alle lopende engagementen zal nagaan en nakomen. Er
zullen geen nieuwe initiatieven worden genomen. Ik
zal aan de commissie of aan het halfrond een
overzicht bezorgen als dat is vastgelegd. Dat zal in
de komende weken gebeuren.
Ik wil verder nog eens herhalen dat iedereen het
uiteraard verschrikkelijk vindt dat er een
betalingsachterstand is. Ik heb uitgelegd dat die
achterstand er gekomen is door een achterstand in de
dossiers die men probeert in te halen. Dat komt door
een groot verschil tussen de vastleggings- en de
betalingskredieten. Dat verschil is in het verleden
gegroeid, wij proberen het nu recht te trekken. Ik
heb jammer genoeg geen toverstokje en ook de
minister van Begroting niet, maar ik ben wel heel
bij dat de minister van Begroting bij de
begrotingscontrole al 29 miljoen euro extra
betaalkredieten heeft gegeven. We gaan met deze
regering de achterstand zo snel mogelijk inhalen.
Daarnaast zijn we de procedures en interne controle
aan het verstevigen en zullen we daarmee voortdoen.
Op die manier gaan we in de komende maanden de
achterstand inhalen en rechtszekerheid geven. Voor
al de andere discussies over de begroting 2011 en de
beleidsbrief zullen we de komende weken hier en in
de commissies nog voldoende tijd hebben.
De heer Lode Vereeck:
Minister, er wordt hier veel naar het
verleden verwezen toen mijn fractie hier nog niet
zat. Ik kan alleen maar opmerken dat de problematiek
in verband met de betaalkredieten verschillende
malen in de commissie besproken is en steeds ontkend
werd. Tot er bij de begrotingscontrole plots 29
miljoen euro tevoorschijn kwam. Nu wordt er beweerd
dat die achterstand uit het verleden zal worden
weggewerkt. Dat is flauwekul. Ik hoop dat die
resterende achterstand wordt weggewerkt.
Daarnet werd gezegd dat de kmo’s
worden ontzien. Dat is pertinent onjuist. Ik kan dit
niet anders bestempelen dan als wanbeleid. De
minister heeft hierin een verpletterende
verantwoordelijkheid. Niet alleen omdat ze de jobs
van onderzoekers nu in de problemen brengt, maar ook
de toekomst van Vlaanderen.
(Applaus bij LDD en Open Vld)
De heer Koen Van den Heuvel:
Minister, ik wil u vragen om toch
prioriteit te geven aan de kmo’s. De heer Vereeck
beweert dat dat niet gebeurt. Het is in elk geval
heel belangrijk als beleidslijn. De begroting 2011
is heel belangrijk op dat vlak om die achterstand
weg te werken en de geloofwaardigheid van het
Vlaamse innovatiebeleid te herstellen.
Mevrouw Fientje Moerman:
Minister, men kan altijd naar het
verleden verwijzen, maar meer dan 3 jaar na datum
lijkt me dat wat moeilijk. Er liggen nogal wat
lijken in de kast bij het IWT, als er 3 jaar later
nog altijd zaken naar boven komen van kredieten die
juridisch zijn afgesproken en subsidies die zijn
verleend, maar waarvoor geen betalingskredieten
zijn. Wist u dat dan niet op het moment dat u in
juni 2010 zei: “Dat is bij deze begrotingsaanpassing
dan ook geregeld”? Wat zullen we nog tegenkomen? U
maakt er zich heel gemakkelijk van af. In de komende
weken en jaren zullen we meer dan genoeg de kans
krijgen om hierover verder de degens te kruisen.
Minister, hoe meer de tijd voorschrijdt, hoe minder
u zich zult kunnen verschuilen achter eventuele
voorgangers. Ik voel me wat dit betreft zeer op mijn
gemak. (Applaus bij Open
Vld)
De heer Bart Van Malderen:
Mijn slotopmerking richt ik naar
mevrouw Moerman. Zij is een van degenen die die
lijken in de kast heeft gelegd en ze voelt zich zeer
op haar gemak. Dat is een vreemd gevoel, want ze
pleit voor meer middelen voor innovatie. We kunnen
dat zelfs onderschrijven, de meerderheid heeft ook
gezegd dat alle middelen die vrijkomen naar
innovatie zullen gaan.
(Opmerkingen)Ik pleit
toch voor een fractieoverleg bij Open Vld. Vorige
week pleit mevrouw De Knop hier voor meer geld voor
Onderwijs, mevrouw Van der Borght pleit voor meer
geld voor Welzijn, u wilt ook een jobkorting voor de
hoogste inkomens, u wilt een fiscaal pact met de
gemeenten afsluiten. Veel beloven en weinig geven,
en de rest kent u.
(Applaus bij sp.a en de N-VA)
De voorzitter:
Het incident is gesloten.