Actuele vraag van de
heer Koen Van den Heuvel tot de heer Kris Peeters,
minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams
minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en
Plattelandsbeleid, over het antwoord van de Vlaamse
Regering op de oproep van de federale regering om de
aanpak van de economische crisis onderling te
coördineren
Actuele vraag van de heer Matthias Diependaele tot de
heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën,
Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over een
eventuele aanpassing van het activerings- en
schorsingsbeleid voor werklozen naar aanleiding van de
economische crisis en het overleg ter zake met de
federale regering in het kader van het
samenwerkingsfederalisme
3 februari 2010
De voorzitter:
De heer Diependaele heeft het woord.
De heer Matthias Diependaele:
We hebben vorige week vrijdag in
Brussel een betoging meegemaakt van ongeveer 30 000
vakbondsmilitanten. De betoging was uiteraard
georganiseerd door de vakbonden. Een van de eisen
was om het controlebeleid op de bereidwilligheid van
werkzoekenden te schorsen. Ik begrijp tot op een
zekere hoogte de frustraties van de vakbonden gezien
de huidige economische situatie. Het is niet
plezierig mee te maken dat er in 2010 alleen al 60
000 werklozen zullen bijkomen. Daar komt nog de
vaudeville bovenop bij AB InBev. Ik kan de
frustratie begrijpen, maar de eis voor de schorsing
van RVA-controles niet.Er
zijn onmiddellijk reacties op gekomen vanuit de
federale, politieke hoek. De heer Di Rupo is in de
betoging meegelopen. De Waalse minister van
economie, Marcourt, heeft gereageerd en de federale
minister van Werk, Milquet, heeft ook gezegd dat ze
het een goed idee vond. Minister Milquet heeft wel
onmiddellijk het verstand gehad te zeggen dat het
niet de bedoeling was om te raken aan het
activeringsbeleid op zich. Vanmorgen is er echter
een Belgabericht verspreid waarin ze haar eigen
gezonde verstand onmiddellijk heeft tegengesproken.
Maar dat laat ik voor haar rekening. Premier Leterme
heeft ook gereageerd door te stellen dat de
RVA-controles inderdaad moeten worden aangepast aan
de economische realiteit.
De N-VA is ervan overtuigd dat het
geen goed idee is en het niet past in het
activeringsbeleid van de Vlaamse Regering. We hebben
hier in verschillende actualiteitsdebatten en andere
debatten rond de crisis van gedachten mogen
wisselen. Eén punt kwam altijd naar voor. Een punt
waarvoor we moeten opletten is dat de
crisismaatregelen die op korte termijn worden
genomen, ook ingepast moeten worden in de
langetermijnvisie van de regering. We moeten er
vroeg of laat rekening mee houden dat er een
heropleving van de economie komt en dat we op dat
moment hoogstwaarschijnlijk, bijna zeker, met een
schaarste op de arbeidsmarkt zullen kampen.
In dat kader past de eis van de
vakbonden en de reactie van de federale politici
absoluut niet in het Vlaams activeringsbeleid. Deze
vraag wilde ik aan minister Muyters stellen. Er is
vanmorgen in De Standaard een nota uitgelekt. Hoe is
het overleg verlopen met uw federale collega’s?
Zeker in verband met de RVA-controles wilde ik graag
meer weten.
De voorzitter:
De heer Van den Heuvel heeft het
woord.
De heer Koen Van den Heuvel:
Voorzitter, minister-president,
collega’s, deze week wordt belangrijk voor het
economische beleid in Vlaanderen. Vandaag is er
overleg geweest met de federale regering. Vrijdag
wordt de Staten-generaal voor de Industrie
georganiseerd. Dat is terecht want deze economische
crisis snijdt diep in het economische weefsel en
vereist niet alleen conjuncturele maatregelen, maar
ook structurele ingrepen die duurzaam inwerken op de
lange termijn.Ik wil het
eerst en vooral hebben over de uitnodiging van de
federale premier om samen te werken en op die manier
elkaars beleid te versterken. Ik denk dat de Vlaamse
Regering terecht heeft beslist om daarop in te gaan
en daar een positief antwoord op te formuleren.
Volgens onze fractie is het ook wel belangrijk dat
er twee zaken meespelen. De samenwerking is wel geen
volwaardig alternatief voor de staatshervorming,
maar is begrijpelijk in afwachting van de
staatshervorming die de bevoegdheidspakketten zo zal
herschikken dat elke beleidsniveau daadkrachtiger en
slagvaardiger kan ingrijpen.
En voorts moet men werken aan
concrete oplossingen die vooruitgang kunnen boeken.
We hebben inderdaad vanmorgen kennis gemaakt met
lijstjes in de krant. Ik denk dat het heel
belangrijk is dat op het vlak van de arbeidsmarkt er
een aantal punten worden aangeraakt.
De heer Diependaele heeft over
activering gesproken. Ook over de
55-plusproblematiek die in het noorden en het zuiden
van het land erg verschillend is, moet door de
Vlaamse Regering worden gesignaleerd dat de federale
overheid zich dienstbaar moet opstellen. Ook op het
vlak van opleiding en vorming moet er een exclusieve
bevoegdheid komen voor de gewesten en de
gemeenschappen. We moeten daarvoor een dienstbare
federale overheid hebben.
Dat moet ook zo zijn op economisch en
innovatievlak. De minister-president heeft zelf
enkele weken geleden al de douaneproblematiek
gesuggereerd om de logistieke schijf Vlaanderen
verder uit te bouwen. Ik denk ook aan de
onzinbelastingen. Vorige legislatuur hebben we al de
discussie gevoerd over de defiscalisering van
gewestsubsidies. Dat zijn concrete voorbeelden waar
de twee beleidsniveaus niet optimaal met elkaar
samenwerken.Mijn vraag aan
de minister-president is: welke prioriteiten worden
door de Vlaamse Regering naar voren geschoven om die
samenwerking beter op elkaar af te stemmen? Wat is
de timing om op concrete punten vooruitgang te
boeken?
De voorzitter:
Minister Muyters heeft het woord.
Minister Philippe Muyters:
Zelf zal ik ingaan op het onderwerp
dat de heer Diependaele heeft aangebracht en de
minister-president zal ingaan op wat de heer Van den
Heuvel heeft aangebracht.
Laat me beginnen met te zeggen dat het geen twijfel
lijdt dat de crisis de economie treft. Ik heb deze
week nog een gesprek gehad met mensen uit de
textielsector en de houtsector. Als de omzet van de
houtsector met bijna 20 percent is gedaald de
voorbije 2 jaar en van de textielsector met bijna 30
percent de voorbije 2 jaar, kan ik er begrip voor
hebben dat er vragen worden gesteld of we het
schorsingsbeleid van de RVA niet moeten aanpassen.
Ik heb begrip omwille van het feit dat je volgende
indruk schept: je gaat mensen activeren, maar er
zijn toch geen jobs. Dat is een fundamentele
misvatting.In 2004 is er
tussen de RVA en de VDAB een samenwerkingsakkoord
gesloten dat heel duidelijk stelt dat er geen
transmissie bij werkonwilligheid gebeurt in
Vlaanderen op basis van het feit dat iemand lang
werkloos is. In het verleden was dat wel het geval.
Wie langer dan anderhalf maal het gemiddelde
werkloos was, werd automatisch geschorst. Dit is
niet meer het geval. Waarom word je wel geschorst?
Omdat je niet ingaat op een vraag van de VDAB, niet
ingaat op een jobvoorstel of niet ingaat op een
voorstel van opleiding. We zien het effect van de
crisis: waar in 2006-2007 4 percent van de
transmissies gebeurde op basis van weigering van job
of opleiding, is dat nu nog maar 1 percent. De rest
zijn transmissies omdat mensen weigeren om een
gesprek te hebben met de VDAB. Dat mag toch altijd
gevraagd worden. Crisis of geen crisis, wie een
jobaanbod of een opleidingsaanbod krijgt, moet
daarop ingaan. Het zou een fout signaal zijn mochten
we die schorsingsprocedure weigeren.
Wij hebben dat vanmiddag
aangekaart in ons gesprek met de federale regering.
De minister-president en de andere aanwezige
ministers of kabinetschefs hebben te horen gekregen
dat er geen plan is om het schorsingsbeleid van de
RVA aan te passen. Ze gaat er wel mee akkoord om in
te gaan op onze vraag om het samenwerkingsakkoord
van 2004 opnieuw te bekijken en dat waar nuttig en
mogelijk, nog meer aan te passen aan het
activeringsbeleid dat wij in Vlaanderen voeren.
De voorzitter:
Minister-president Peeters heeft het
woord.
Minister-president Kris Peeters:
Voorzitter, collega’s, mijnheer Van
den Heuvel, het is heel belangrijk dat we vanmiddag
een contact hebben gehad met de federale collega’s,
de premier in het bijzonder, naar aanleiding van
zijn schrijven van 11 januari. De Vlaamse Regering
heeft dat, zoals steeds, goed voorbereid. Wij hadden
een document van een tiental bladzijden waarin we
heel concreet op de verschillende onderdelen zijn
ingegaan. Mocht het parlement geïnteresseerd zijn in
dat document, kan ik dat overmaken, dan hoeft u zich
niet te beroepen op De Standaard, hoewel dat
natuurlijk wel een heel goede krant is.
Mijnheer Van den Heuvel, u spitst uw
vraag terecht toe op het economische aspect, maar
het eerste deel, de voorbereiding van de Europese
Raden en die van 11 februari in het bijzonder, gaat
over post-Kyoto, post-Lissabon en 2020, naast Haïti
en andere punten. Wij hebben uitdrukkelijk gevraagd
om heel de problematiek van GM Opel daar ook aan te
snijden omdat we ervan uitgaan dat het belangrijk is
om dat Europees eens grondig tegen het licht te
houden. We gaan ervan uit dat de staatssteun van de
lidstaten niet zonder meer kan en zeker niet zoals
in het GM-dossier wordt uitgevoerd.
Wat het economische betreft, hebben
wij verwezen naar het werkgelegenheids- en
investeringsplan. We hebben heel uitdrukkelijk
gesteld en ik citeer uit de nota, die ik u kan
overmaken: “Wij vragen dat het beleid van de
federale overheid wordt afgestemd met en ten dienste
staat van het beleid van de Vlaamse overheid om de
concurrentiekracht van onze ondernemingen te
versterken op het vlak van de kosten,
productiviteit, innovatie en kennis. Zeker in het
licht van de Opelcrisis dient ons
concurrentievermogen versterkt te worden door onder
andere de loonkosthandicap aan te pakken.”
Dat is een heel belangrijk element,
naast heel concrete zaken die ook aan bod zijn
gekomen. We hebben het nog eens gehad over de
douane, over het innovatiebeleid, waar we moeten
vaststellen dat de defiscalisering van de
gewestelijke ondersteuningsmaatregelen nog altijd
niet volledig rond is, over het ondernemingsloket,
waar een ontwerp tot samenwerkingsakkoord zo snel
mogelijk gefinaliseerd moet worden en over
preventief bedrijfsbeleid. Op al die domeinen hebben
we heel concrete voorstellen gedaan, niet te
vergeten de verlaging van de btw voor
infrastructuur, zeker voor scholen en welzijns- en
gezondheidsvoorzieningen.
De bedoeling is nu dat de federale
regering deze nota grondig bekijkt. De afspraak is
dat er in maart een nieuw onderhoud is. Op basis van
de insteek die we daarstraks gedaan hebben,
verwachten wij concrete voorstellen en resultaten.
Het is belangrijk dat er wordt samengewerkt in
afwachting van de staatshervorming, die een aantal
bevoegdheden duidelijk legt waar ze moeten liggen,
zijnde op het Vlaamse niveau. Er moet worden
samengewerkt met respect voor de respectieve
bevoegdheden en met een duidelijke
resultaatsgerichte aanpak. Het heeft geen zin om
hoogmissen te organiseren om elkaar te zien als daar
geen stappen vooruit worden gezet in concrete
dossiers. In maart verwachten we tekst en uitleg
over de methodologie en de concrete dossiers en
kunnen we verdere stappen zetten in het belang van
de Vlaamse sociale en economische situatie,
aanvullend op wat we al beslist hebben in het
werkgelegenheids- en investeringsplan.
De heer Matthias Diependaele:
Dank u wel, minister en
minister-president. Ik ben heel blij om te horen dat
de federale collega’s hebben toegegeven dat die eis
van de vakbonden er niet zal komen en dat we dus
kunnen blijven vasthouden aan het Vlaams
activeringsbeleid, dat tot nu toe al heel wat succes
gehad heeft. Het is waarschijnlijk nog wat te vroeg
om aan te nemen dat de federale regering zich
inderdaad heeft neergelegd bij de rol van
dienstbaarheid aan de Vlaamse Regering, maar het is
misschien toch al een stapje in de goede richting.
De heer Koen Van den Heuvel:
Ik wil de minister-president en
minister Muyters ook danken voor hun antwoord. De
minister-president heeft onderstreept dat we in
afwachting zijn van de staatshervorming. Dit is
daarvoor geen volwaardig alternatief. De nadruk
wordt gelegd op concrete stappen en concrete
resultaten. De defiscalisering van de
gewestsubsidies sleept al jaren aan. Enkele jaren
geleden zijn er stappen voorwaarts gezet. Dat moet
worden afgewerkt.Het is ook
heel goed dat de Vlaamse Regering de
concurrentiekracht van de Vlaamse ondernemingen naar
voren heeft geschoven. De volgende maanden moet ook
op federaal niveau tussen de sociale partners een
overleg georganiseerd worden. Laat ons hopen dat dat
lukt. Op Vlaams niveau gaat dat blijkbaar vlotter.
Het Werkgelegenheids- en Investeringsplan is samen
met de SERV-partners tot stand kunnen komen. Ik hoop
dat dit Vlaamse voorbeeld met de daadkracht van de
Vlaamse sociale partners een verlengstuk krijgt op
federaal niveau.
De voorzitter:
De heer Van Hauthem heeft het woord.
De heer Joris Van Hauthem:
Minister-president, minister van
Werk, het zal een gigantische klus zijn om tot een
overeenkomst te komen omdat men zowel met
overlappende als met exclusieve bevoegdheden zit,
onder meer de defiscalisering van gewestelijke
subsidies.
Uit uw uitleg heb ik begrepen dat u
nog niet veel verder bent geraakt dan het afgeven
van een lijst met een aantal terechte verzuchtingen.
In de Senaat heeft men op 23 december 2009 een
wetsontwerp – dat van de Kamer kwam – ter
ondersteuning van de werkgelegenheid goedgekeurd. Is
dat ook ter sprake gekomen? Daarmee werd de
oprichting van een budgettair fonds goedgekeurd,
namelijk het Fonds voor de Vorming en de
Werkgelegenheid (FVW) binnen de schoot van de RVA,
met het oog op de ondersteuning van inspanningen
inzake de inschakeling op de arbeidsmarkt van de
risicogroepen die nog zullen worden bepaald door de
federale regering middels een KB. De Raad van State
heeft al gezegd dat het een verwarrend ontwerp is
wat de bevoegdheden betreft. Vorming en
werkgelegenheid zijn exclusief gewestelijke
bevoegdheden. Stond dat op uw lijst als niet uit te
voeren? De wet is helaas al goedgekeurd. Ze moet nog
worden uitgevoerd. Ik neem aan dat u nauwgezet gaat
toezien op de uitvoeringsbesluiten. Zult u indien
nodig een belangenconflict indienen?
De voorzitter:
Mevrouw Ceysens heeft het woord.
Mevrouw Patricia Ceysens:
In plaats van altijd te kijken naar
wat men hiertegenover doet, zouden we eens kunnen
kijken naar wat we zelf doen. Ik las gisteren een
artikel over de ‘wallonisering’ van de Vlaamse
economie. Gedelegeerd bestuurder van de VDAB Fons
Leroy, die terecht met prijzen wordt overladen – hij
is een knap ambtenaar –, zei dat het niet meer
opgaat dat Vlaanderen zich beperkt tot de activering
van 50- tot 52-jarigen. Herinner u het debat dat we
gevoerd hebben over het Vlaams Werkgelegenheids- en
Investeringsplan (WIP). Die leeftijd moet hoognodig
worden opgetrokken tot 56 jaar. U bent daar niet in
geslaagd met uw sociale partners. U moet niet ja
knikken, u moet het doen! In het WIP hebt u dat niet
gedaan. U hebt een consensus met de sociale
partners, maar als u niets vraagt, is het natuurlijk
niet moeilijk om een consensus te bereiken.
Minister-president, u zegt dat u
zoals altijd goed voorbereid bent. Ik zou wel eens
willen weten of de staten-generaal van vrijdag zo
goed voorbereid is. Ik heb opgevangen dat het
voorbereidend werk holderdebolder werd gedaan. De
uitnodigingen zijn pas deze ochtend in de bus
gevallen. Dat is nogal kort om zich op vrijdag vrij
te maken. U zegt dat u niet houdt van hoogmissen.
De voorzitter:
Mevrouw Ceysens, die vraag over de
staten-generaal werd afgewezen.
Mevrouw Patricia Ceysens:
De heer Van den Heuvel heeft ernaar
verwezen.
De voorzitter:
Deze actuele vraag gaat over het
samenwerkingsfederalisme en niet over de
staten-generaal.De heer Van
Malderen heeft het woord.
Mevrouw Patricia Ceysens:
Ik zal voorzitter Thyssen citeren.
De voorzitter:
De heer Van Malderen heeft het woord.
Mevrouw Patricia Ceysens:
Op de website van CD&V las ik dat
mevrouw Thyssen zegt: “Kris Peeters, als architect
heb je je werk gedaan, maar...
De voorzitter:
Mevrouw Ceysens, u kunt volgens het
reglement slechts één bijkomende vraag stellen.
Mevrouw Patricia Ceysens:
Maar er waren ook twee vraagstellers.
Thyssen zegt dus: “Je bent architect geweest, Kris,
word nu aannemer.” Wij hebben de indruk dat u die
stap niet zet, u wordt nu een studiebureau. Ik lees
immers op de website dat u vrijdag zult reflecteren
en studeren. Wij zeggen: doe het nu gewoon, Kris.
De heer Bart Van Malderen:
Ik neem er akte van dat er een
verschil is tussen wat vanmorgen in een persbericht
stond en wat een paar uur later in een vergadering
werd gezegd, namelijk of men wel dan niet de
intentie had om de RVA-controle te herbekijken. Ik
wil mij ervoor hoeden om vanaf deze bank een fout
signaal te verspreiden, een signaal dat inhoudt dat
werklozen het hoofd moeten laten hangen en niet meer
op zoek moeten gaan naar een job. We moeten in
Vlaanderen volop blijven inzetten op begeleiding,
zowel curatief als preventief. Daar hoort controle
bij. In het huidige landschap gebeurt dat door de
RVA.
Dat betekent niet dat we blind moeten
zijn voor de realiteit en dat we die zaken niet
kritisch moeten bekijken. Er is nogal wat kritiek op
de RVA-controles. Minister, u hebt verwezen naar het
samenwerkingsakkoord, maar los daarvan doet de RVA
ook autonome controles. Daar zou ruimte moeten zijn
voor een wat meer persoonsgerichte aanpak. Dat is
ook gebleken uit de resultaten van de proeftuinen.
Vooral uit de aanpak van de VDAB, dat
wel zicht heeft op de individuen achter de cijfers,
blijkt dat een groot deel van de werkzoekenden om
medische, persoonlijke of psychische redenen niet
klaar is voor de arbeidsmarkt. Het lijkt me
broodnodig dat we bij de RVA en in verdere
besprekingen aankaarten dat men rekening houdt met
de inzichten die op regionaal niveau zijn verworven,
en dat men die mensen niet nodeloos in een carrousel
van controle stopt. Dit lijkt me een groep waar we
andere zaken moeten op inzetten dan alleen controle.
De voorzitter:
De heer Vereeck heeft het woord.
De heer Lode Vereeck:
Minister-president, we hebben deze
morgen nog gesproken over de asymetrische informatie
die we als oppositie en meerderheid hebben. Gelukkig
hebben we de Standaard nog om te weten wat er in
zo’n non-paper allemaal staat. Nu gaat u die ook nog
aan ons overhandigen, waarvoor dank.
Ik begrijp dat u dat
samenwerkingsfederalisme ziet als een fase vóór de
eigenlijke staatshervorming. Ik heb een aantal
argumenten waarvan ik denk dat ze met elkaar in
conflict zijn. Uw eigen partij heeft altijd gezegd
dat we meer regionale bevoegdheden moeten hebben,
dat we moeten regionaliseren om op korte termijn uit
de crisis te geraken. Nu zeggen we dat we meer
moeten samenwerken. De essentie van het
samenwerkingsfederalisme is coördinatie, maar dat
gebeurt natuurlijk door de federale staat, niet door
een van de lagere entiteiten.
Minister-president, de essentie
van uw non-paper is dienstbaarheid. Er zit op z’n
minst wat spanning tussen de coördinerende rol die
de federale overheid wil blijven volhouden, en de
dienstbaarheid die u in die non-paper naar voren
schuift. Daar staat in: geen afzwakking van de
RVA-controles, niet inzetten op maatregelen die ons
55-plusbeleid doorkruisen. De federale minister van
Werk moet de Vlaamse minister van Werk gewoon
volgen. En u zegt ook dat er een tegenbeweging moet
worden ingezet tegen de krachten die het buitenlands
en handelsbeleid terug in federale handen willen
krijgen.
Minister-president, wat was de
reactie van de premier, toen u dit lijstje
overhandigde?
De voorzitter:
Mevrouw Vogels heeft het woord.
Mevrouw Mieke Vogels:
Ik hoor vooral ergernis en
bezorgdheid over het feit dat het activeringsbeleid
zou worden teruggedraaid, en over uitspraken van
vakbonden en nationale excellenties.
Ik was vrijdag op die betoging, en ik
heb daar heel veel woedende mensen gezien, die zich
vooral ergerden aan de uitspraken van de werkgevers
in het begin van die week. Dat is hier nog niet ter
sprake gekomen. Die werkgevers denken wellicht dat
de vlucht vooruit de beste verdediging is. Op het
moment dat GM duizenden mensen op straat zet, en dat
het Inbev-conflict volop woedt, zeggen die dat de
werklozen sneller bij de lurven moeten worden gevat:
daartegen was de felle reactie gericht, en die
begrijp ik best.
We blijven altijd een beetje in
hetzelfde rondje draaien met de 55-plussers –
mevrouw Ceysens heeft het altijd over het ge-WIP (
Vlaams Werkgelegenheids- en Investeringsplan) naar
de 52-plussers.
Minister Muyters, ik wil u vragen
om op het overleg niet uit het oog te verliezen dat
er steeds meer jonge mensen, die recht van school
komen, op dit moment werkloos zijn. De vraag is of u
hen al opnieuw moet bijscholen en activeren. Ik wil
wel, maar dan moet u ze ook perspectief kunnen
bieden. Dat perspectief is er op dit moment bij de
jonge generatie niet. Laten we ons niet alleen
vastpinnen op die 52- en 55-plussers, maar ook de
jonge werklozen niet uit het oog verliezen.
De voorzitter:
Minister-president Peeters heeft het
woord.
Minister-president Kris Peeters:
Voorzitter, straks zal minister
Muyters de andere vragen beantwoorden. Om te
beginnen wil ik nogmaals onderstrepen dat wij voor
samenwerking zijn, maar samenwerking met respect
voor ieders bevoegdheden. Concreet komt dat erop
neer dat er een maximale afstemming komt, waarbij
wat wij doen complementair is aan wat de federale
overheid doet, met de bevoegdheden die daar nog
zitten. Er werd hier gewaagd van een veeleer
coördinerende functie. De nota die we hebben
opgemaakt, is heel duidelijk. We hebben een aantal
beslissingen genomen. De federale overheid heeft een
aantal bevoegdheden. Kunnen we dat maximaal op
elkaar afstemmen, met meer resultaat dan wat we nu
al beogen met onze bevoegdheden? Dat is heel
belangrijk.Mijnheer Van
Hauthem, het Fonds voor de vorming en de
werkgelegenheid binnen de RVA is uitdrukkelijk in de
tekst opgenomen. Dat is daar ingediend. We
verschillen ter zake van mening. We bekijken welke
acties we zullen ondernemen als daar niet adequaat
op wordt gereageerd.
We hebben de nota toegelicht. Dat
is een eerste stap. De collega’s waren daarbij
aanwezig en hebben daar voort commentaar bij
gegeven. Het is nu natuurlijk uitkijken naar de
reactie van de federale regering. Het kan niet zo
zijn dat, na het toelichten van die nota, tijdens
het onderhoud zelf wordt gezegd welke punten in orde
zijn. Ze hebben akte genomen van al die punten. Ze
hebben ook die nota gekregen. We hebben afgesproken
dat er begin maart opnieuw een contact zal zijn, om
te bekijken welke reactie de federale regering heeft
gegeven op onze nota.
Minister Philippe Muyters:
Mevrouw Ceysens, het is niet omdat
iemand iets tien maal herhaalt, dat dit ook klopt.
Het is niet omdat u tien maal zegt dat we geen stap
verder staan, dat dit klopt. Ik lees het WIP en heb
u al gevraagd dat ook te doen. In dat plan staat
heel duidelijk dat we in het voorjaar van 2010
‘Samen op de bres voor 50+’ zullen evalueren. Nu
gaat dat tot 52 jaar. Op basis van die evaluatie
zullen we dat naar boven kunnen uitbreiden. Dat is
gepland. Dat zullen we nog in de loop van dit jaar
uitvoeren.Mijnheer Van
Malderen, u hebt natuurlijk gelijk: vandaag zijn de
VDAB en de Vlaamse Regering alleen in staat om de
transmissie te doen. Het is de RVA die beslist al
dan niet te schorsen. Dat is verre van de beste
situatie. Het ware logischer dat de personen die
mensen volgen en hen het best kennen, ook de laatste
stap zouden mogen zetten. Daar zijn we nog niet. Ik
neem uw zorg mee in overweging – ik deel die
overigens.
Mevrouw Vogels, elke werkloze
jongere is er absoluut een te veel. Wel blijkt uit
recente studies dat zelfs in 2009 jongeren met een
diploma van secundair onderwijs of hoger nog altijd
het gemakkelijkst een baan vinden. Natuurlijk worden
er vandaag weinig banen aangeboden. Dat blijft een
moeilijkheid. We houden daar rekening mee. Er is het
Jeugdwerkplan. Dat wordt nog altijd voort
uitgevoerd, met zeer goede resultaten.
Wat de jongerenwerkloosheid
betreft, zitten we nog ver onder het Europese
gemiddelde. We mogen natuurlijk niet wachten tot we
aan dat gemiddelde zitten om actie te nemen. We
houden daar dus rekening mee, maar ik denk dat we
voor jongeren nog steeds op een zeer goede manier
aan het werken zijn.
De heer Matthias Diependaele:
Mevrouw Ceysens, u probeert hier
natuurlijk de politieke maagd uit te hangen door een
WIP – hét WIP, excuseer – af te wijzen.
(Gelach)
Ik heb Open Vld ook niet gehoord toen
de federale regering in december een werkpremie van
1666 euro heeft goedgekeurd. U mag nog zo lang als u
wilt blijven mopperen in het Vlaams Parlement,
federaal bent u mee het probleem.
Ik wil nog een slotopmerking maken
over ons activeringsbeleid. Ere wie ere toekomt: het
is Johan Vande Lanotte die het heel mooi heeft
gezegd in De Zevende Dag. Ik hou me normaliter heel
ver van sportmetaforen, maar hij zei dat, als een
renner na de laatste wedstrijd van het seizoen in
zijn zetel gaat zitten en tv kijkt, hij het niet zal
halen als hij pas opnieuw begint te trainen als de
eerste wedstrijd er is.
Wij moeten ervoor zorgen dat wanneer
op lange termijn de economie weer aantrekt, we
klaarstaan met ons arbeidsmarktbeleid.
Als men aan Waalse zijde wil toegeven
aan dat laxistisch beleid, aan dat beleid van
‘laissez faire, laissez passer’, als ze zich bij de
crisis willen neerleggen, dat is dat hun keuze, maar
dan moeten ze er ook de gevolgen bij nemen en vooral
de financiële gevolgen. En dan moeten we het
arbeidsmarktbeleid maar zo snel mogelijk
regionaliseren. (Applaus
bij de N-VA)
De heer Koen Van den Heuvel:
Ik wil het heel kort hebben over de
activering. Ik denk dat het vroeger met het artikel
80 een eerder willekeurig criterium was, de
schorsingen. Nu is het een activeringscriterium. Het
zou inderdaad, zoals de heer Diependaele al heeft
gezegd, maar ook bij sp.a duidelijk naar voren wordt
geschoven, zonde zijn en een beleidsfout indien we
werklozen niet zouden begeleiden en niet zouden
aanzetten tot activeren. Hen aan hun lot overlaten,
dat zou pas een heel erg grote fout zijn. Ik denk
dat dit activeringsbeleid onverkort moet worden
voortgezet.
De voorzitter:
Het incident is gesloten.