| Met redenen omklede motie
van mevrouw Güler Turan, de heren Bart Van
Malderen en Matthias Diependaele, mevrouw Helga Stevens en de
heren Koen Van den Heuvel, Robrecht Bothuyne en Jan Laurys tot
besluit van de op 7 oktober 2010 door mevrouw Fientje Moerman en
de heer Frank Creyelman in commissie gehouden interpellaties tot
mevrouw Ingrid Lieten, viceminister-president van de Vlaamse
Regering, Vlaams minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen,
Media en Armoedebestrijding, respectievelijk over de afbouw van
de investeringen in onderzoek en innovatie, en over het pleidooi
van de vijf Vlaamse rectoren voor meer investeringen in
onderzoek en innovatie
20 oktober 2010
Het Vlaams Parlement,
– gehoord de interpellatie van mevrouw Fientje Moerman over de
afbouw van de investeringen in onderzoek en innovatie;
– gehoord de interpellatie van de heer Frank Creyelman over het
pleidooi van de vijf Vlaamse rectoren voor meer investeringen in
onderzoek en innovatie;
– gehoord het antwoord van Vlaams minister Ingrid Lieten;
– gelet op de intenties van de Vlaamse Regering ter zake zoals
geformuleerd in het Vlaamse regeerakkoord;
– vraagt de Vlaamse Regering:
1° alle middelen in te zetten om binnen deze legislatuur te
voldoen aan de 3%-norm (in het bijzonder 1% door de overheid)
voor onderzoek en ontwikkeling en Vlaanderen op weg te zetten om
een Europese topregio te worden op het gebied van excellent
onderzoek, wetenschap en innovatie;
2° het belang, de waarde en de rol van niet-gericht
kennisgrensverleggend onderzoek in het innovatiegebeuren te
onderkennen en dat onderzoek maximaal te ondersteunen en
voldoende middelen vrij te maken om dat te realiseren;
3° innovatief wetenschappelijk onderzoek als een van de
belangrijkste hefbomen tot de ontwikkeling van een duurzame
kenniseconomie te blijven beschouwen;
4° de mobiliteit en carrièremogelijkheden van onderzoekers,
wetenschappelijk personeel en andere kenniswerkers actief te
bevorderen met de bedoeling het aantrekkelijke onderzoeksklimaat
in Vlaanderen nog verder te stimuleren;
5° het fundamenteel onderzoek te erkennen en dat te behouden als
essentieel onderdeel in
de creatie van onze welvaart, met een evenwichtige en tegelijk
volgehouden onder-
steuning van het strategisch onderzoek in de strategische
onderzoekscentra (Inter-
universitair Micro-elektronicacentrum (IMEC), Vlaamse Instelling
voor Techno-
logisch Onderzoek (VITO), Vlaams Interuniversitair Instituut
voor Biotechnologie (VIB) en Interdisciplinair Instituut voor
Breedbandtechnologie (IBBT)) en het onderzoek in de bedrijven;
6° blijvend aandacht te hebben voor het vermarkten van
innovatieve producten en diensten en daarbij de samenwerking
tussen kennisinstellingen en ondernemingen te stimuleren;
7° de nodige efficiëntiewinsten te boeken en de versnippering
van het inno-
vatielandschap terug te dringen door vast te houden aan de
gemaakte keuzes in het kader van ViA (Vlaanderen in Actie) en
het Pact 2020;
8° in dit verband de samenwerking en afstemming met alle
relevante beleidsdomeinen te versterken, in het bijzonder met
het beleidsdomein Economie.
Güler TURAN
Bart VAN MALDEREN
Matthias DIEPENDAELE
Helga STEVENS
Koen VAN DEN HEUVEL
Robrecht BOTHUYNE
Jan LAURYS |