|
Actuele vraag van de heer Koen Van den Heuvel tot de heer
Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams
minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en
Plattelandsbeleid, over de aanbevelingen van de Europese
Commissie naar aanleiding van het Belgische Nationale
Hervormingsprogramma en de reactie ter zake van de Vlaamse
Regering 8 juni 2011
De voorzitter:
De heer Van den Heuvel heeft het woord.
De heer Koen Van den Heuvel:
Voorzitter, minister-president, geachte leden, na de
financieel-economische crisis heeft Europa geoordeeld het
begrotingsbeleid en het sociaal-economische beleid van de
lidstaten beter te moeten volgen. Dat is terecht, lijkt me,
zeker voor de lidstaten die de euro hebben ingevoerd. Voor
die landen is het paardenmiddel van een devaluatie om
economisch orde op zaken te stellen, immers weggevallen. Er
is een procedure op gang gebracht, het zogenaamde Europese
semester. Half april heeft ook België een Nationaal
Hervormingsprogramma ingediend, waaraan ook de deelstaten
hun bijdrage hebben geleverd.
Zo heeft Vlaanderen bijvoorbeeld gezegd dat het de
activiteitsgraad op termijn naar 70 procent wil optrekken.
Europa heeft ons programma bekeken en gisteren een zestal
aanbevelingen gedaan, zoals meer concurrentie op de
energiemarkt, budgettaire aanbevelingen en aanbevelingen
voor een betere werking van de arbeidsmarkt. Veel van die
aanbevelingen zijn federale materies. Op dat niveau situeren
zich nog altijd de belangrijkste hefbomen. Ik denk ook dat
de deelstaten nog veel inspanningen kunnen doen. Ik denk dan
zeker aan een betere werking van de arbeidsmarkt. Er zijn
concrete aanbevelingen om langer te werken en om
werkzoekenden te activeren. Ik wil u daarom vragen wat uw
oordeel is over deze aanbevelingen van de Europese Commissie
en of die in de nabije toekomst een impact op het Vlaams
beleid zullen hebben.
De voorzitter:
Minister-president Peeters heeft het woord.
Minister-president Kris Peeters:
Voorzitter, collega's, het document van de Europese
Commissie is heel belangrijk. U verwees al naar de zes
aanbevelingen. Ik overloop ze even. De eerste is het
jaarlijkse en structurele begrotingstekort met gemiddeld
0,75 procent van het BBP verminderen. Ik denk dat hier al
voldoende is benadrukt dat Vlaanderen een begroting in
evenwicht heeft en dat dit een voorbeeld voor de andere
regeringen mag zijn. Als iedereen dat doel haalt, zal de
eerste aanbeveling worden gerealiseerd. De tweede
aanbeveling houdt daar verband mee: het verbeteren van de
houdbaarheid van de publieke financiën. Dit is een heel
belangrijke aanbeveling waar voornamelijk het federale
niveau moet en kan aan werken. De derde aanbeveling is het
aanpakken van de zwaktes van de financiële sector. Wij
hebben hier al gedebatteerd over onze participaties in KBC
en Dexia. De komende dagen en weken zullen we over het
dossier van de Gemeentelijke Holding met de nodige zorg
beraadslagen en ter zake ook een aantal beslissingen nemen.
De waarborg loopt op het eind van deze maand af, en de vraag
ligt voor of er een verlenging van die waarborg komt, en of
die wordt verhoogd. De vierde aanbeveling slaat op de
loononderhandelingen en de loonindexering. Dat is een
federale materie, maar ik voeg eraan toe dat we onder meer
in het witboek Nieuw Industrieel Beleid heel duidelijk
hebben gezegd dat dit slechts mogelijk is als er aan een
aantal randvoorwaarden is voldaan. Eentje heeft te maken met
de loonkost en de energiekost.
(Opmerkingen van de voorzitter)
U dwingt me te besluiten. Mijn belangrijkste opmerking is
wel dat wij bevoegd zijn om de activering te stimuleren.
Samen met minister Muyters werken wij aan alternatieven voor
de afschaffing van de jobkorting.
De voorzitter:
Niet ik maar het Reglement dwingt u, minister-president.
De heer Koen Van den Heuvel:
Voorzitter, minister-president, collega's, ik dank u voor
het antwoord. Soms maak ik me wat zorgen over de reacties op
het federale niveau. De Vlaamse Regering neemt deze
aanbevelingen ernstig. Het is heel belangrijk om werk te
maken van de activering en van alternatieven voor de
jobkorting. Ik denk bijvoorbeeld ook aan de uitbreiding van
de activering van oudere werkzoekenden. In het Vlaams
Economisch Sociaal Overlegcomité (VESOC) is al onderhandeld
om de leeftijd naar 58 jaar op te trekken. Dat moet evenwel
nog in de praktijk worden gebracht. Ik denk wel dat deze
aanbevelingen een ruggensteun zijn om daar op zeer korte
termijn werk van te maken. Ik ben dan ook blij dat de
Vlaamse Regering dat zal doen.
De voorzitter:
De heer Sannen heeft het woord.
De heer Ludo Sannen:
Minister-president, de aanbevelingen van Europa zijn, denk
ik, waardevol als aanbeveling. Wat ons betreft, zouden we
echter toch graag hebben dat Vlaanderen zich niet louter en
alleen richt op deze aanbevelingen. Het gaat vooral over
besparen, besparen, dikwijls met verarming tot gevolg, en
daarnaast over activeren, langer werken, het optrekken van
de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar. Ik denk dat er een
paar interessante dingen in zitten. Het activeren is
belangrijk. Het is belangrijk dat mensen in Vlaanderen
effectief langer werken. Maar ik vind het niet nodig om de
pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar op te trekken. Die
aanbeveling is niet echt nodig. Minister-president, ik
hoop dat we de soms negatieve aanbevelingen weten om te
bouwen tot aanbevelingen met een perspectief. Als jongeren
op dit moment protesteren in Europa, dan is dat niet alleen
omdat ze willen besparen, maar omdat ze willen werken. Ze
willen een perspectief en ze willen een toekomst. Ik hoop
dat we dat perspectief en de toekomst eraan kunnen
toevoegen.
De voorzitter:
De heer Diependaele heeft het woord.
De heer Matthias Diependaele:
Ik wil eerst kort reageren op wat de heer Sannen heeft
gezegd. De link tussen verarmen en besparen is ongeveer
dezelfde als het verschil tussen korte- en
langetermijndenken. Mijnheer Sannen, het is een beetje
spijtig dat uw ideologie daardoor besmet is.
(Rumoer)Ik wil de heer
Van den Heuvel danken voor zijn vraag. Het is inderdaad een
zeer belangrijk thema. Zoals hij zelf aangeeft, is het
echter hoofdzakelijk een federale materie. Dat betekent niet
dat het onbelangrijk is. In die zin moet Vlaanderen zijn
verantwoordelijkheid niet ontlopen. Ik hoop dat we er ook
hier over kunnen praten.
De minister-president heeft de kans gekregen om te zeggen
dat we het ten aanzien van die zes aanbevelingen vrij goed
doen. Ik denk dat de activering en dergelijke het meest op
ons slaat. Verder zijn we heel blij dat die aanbevelingen
heel nauw samenliepen met de aanbevelingen die wij, van de
N-VA tijdens de eerste week van de paasvakantie hebben
aangeboden aan de federale regering. Mijnheer Van den
Heuvel, het is wat spijtig dat uw partij een van de partijen
was die de uitgestoken hand toen heeft geweigerd.
(Applaus)
De voorzitter:
De heer Sabbe heeft het woord.
De heer Ivan Sabbe:
Collega’s, minister-president, mijnheer Diependaele, ik vind
dat allemaal zeer goed, maar in 2009 ging de N-VA wel buiten
de lijntjes kleuren met deze Vlaamse Regering.
(Applaus bij het Vlaams Belang)
En wat zie ik? Dat in de werkloosheidsuitkeringen niets
gebeurd is, dat daar niet buiten de lijntjes is gekleurd,
dat minister Bourgeois de kans heeft gehad om de provincies
te hervormen en er ernstige besparingen te doen ten bedrage
van minstens 900 miljoen euro. Hij behoudt ze zelfs en
verkleutert ze nog meer dan nu. Ik zie ook dat de activering
van de Vlaamse arbeidsmarkt door minister Muyters in feite
een processie van Echternach is, ondanks de toolbox 50+. Ik
heb de cijfers in de commissie naar voren gebracht. Van de
50-plussers die men extra moet motiveren, is maximum 9
procent geactiveerd. Voor Vlaanderen is er op dat vlak een
taak weggelegd. Het zal echter niet zijn met de praatbarak
van het groenboek en het witboek Nieuw Industrieel Beleid,
wel met concrete acties. Die zie ik hier niet en die heb ik
de afgelopen twee jaar op geen enkel ogenblik gezien.
(Applaus bij het Vlaams Belang en
LDD)
De voorzitter:
De heer Van Hauthem heeft het woord.
De heer Joris Van Hauthem:
Zoals de vraagsteller ook al heeft gezegd, zijn de meeste
zaken federale materie. Wat dat betreft, zijn de
verklaringen van de minister-president toch wel duidelijk.
Ik denk dat er toch wel een duidelijke vingerwijzing is
richting de formateur, die nu bezig is en die ook dat
probleem moet zien te plaatsen in een regeerakkoord. Wat dat
betreft, was hij toch wel duidelijk. Minister-president,
ik heb ook begrepen dat u de lijn van een begroting in
evenwicht aanhoudt, dat u niet bewust overschotten zult
boeken, en dat de andere deelstaten en entiteiten ons
voorbeeld maar moeten volgen.
Daarnaast moet ik echter ook de heer Sabbe gelijk geven.
Datgene waar we zelf bevoegd voor zijn, namelijk de
activering van personen die ouder dan 50 en 55 jaar zijn,
laat nog altijd te wensen over.
De voorzitter:
De heer van Rouveroij heeft het woord.
De heer Sas van Rouveroij:
Voorzitter, minister-president, collega’s, de Europese
Commissie bevestigt onze diagnose en steunt ook de liberale
remedies. Daar wordt iedereen nog eens aan herinnerd. We
moeten inderdaad besparen en we moeten hervormen, onze
overheid hervormen, zodat ze effectiever en efficiënter
wordt. Wie dat nu niet doet, pleegt inderdaad een vorm van
schuldig verzuim.
De vraag is nu: wie zijn wij? Wij is meervoud en wij is
natuurlijk België, dat is rechtstreeks aangesproken, maar
ook Vlaanderen. In die zin treed ik de heer Van den Heuvel
bij en ook het slot van uw antwoord. Wij kunnen ons vinden
in een van de doelstellingen, namelijk schuldafbouw in
plaats van schuldopbouw. We hebben het al een paar keer
aangeklaagd, ook met deze budgetwijziging gaat de schuld
toenemen met 406 miljoen euro. Dat is strijdig met het Pact
2020. De schuld gaat oplopen tot 7 miljard euro. Het
omgekeerde zou moeten gebeuren. Minister-president,
daarmee bent u geëindigd en daarin willen we u ook ten volle
steunen: meer mensen aan werk helpen en vooral de
50-plussers blijvend aan het werk houden. Dat is een heel
moeilijke opdracht.
De voorzitter:
De heer Watteeuw heeft het woord.
De heer Filip Watteeuw:
Wat een meerderheid! De eensgezindheid tussen de
meerderheidspartijen is ontroerend. De heer Sannen en de
heer Diependaele zitten echt wel op dezelfde lijn!
(Gelach)Dat was mooi om
te zien. (Opmerkingen)
Mijnheer Sannen, ik denk dat u gelijk hebt: besparen kan
dikwijls leiden tot de verarming van sommige
bevolkingsgroepen. Daar moet oog voor zijn. Ik heb allang
door dat de partij van de heer Diependaele daar helemaal
niet om bekommerd is. Dat is duidelijk.
De heer Van den Heuvel maakt zich terecht zorgen over de
zaak die Europa naar voren heeft geschoven. De Federale
Regering antwoordde daarop. Ik maak me echter ook zorgen
over de reactie van de Vlaamse Regering als ik zie hoe ze
het witboek Nieuw Industrieel Beleid in de praktijk brengt.
Het was allang aangekondigd. En wat krijgen we? Structuren,
overlegorganen en zeer weinig actie. Als we één ding kunnen
leren uit de Europese voorstellen, is het dat er nu
eindelijk actie moet komen. Ik zit daar nu al twee jaar op
te wachten.
Minister-president Kris Peeters:
Het is juist dat een aantal van die maatregelen vooral
betrekking hebben op het federale niveau. Het heeft
natuurlijk zijn waarde om hier te discussiëren over federale
bevoegdheden, maar weinig concrete beslissingen kunnen
hieromtrent worden genomen. Mijnheer Van Hauthem, u hebt
gelijk: ik ga ervan uit, de copernicaanse omwenteling
indachtig, dat we met ons industrieel beleid voor
belangrijke opties staan. Zaken zoal loon- en energiekost
zullen zich daar op enten en daar de nodige dynamiek aan
geven, en niet omgekeerd.
De activering is een belangrijke Vlaamse bevoegdheid. Ik
kan dat de oppositie niet ten kwade duiden, maar in overleg
met de sociale partners heeft minister Muyters enkele
belangrijke stappen gezet. De VDAB geeft daar nu uitvoering
aan. We zullen de resultaten hard moeten beoordelen, maar u
moet de maatregelen de tijd geven. Ze moeten eerst concreet
worden uitgewerkt op het veld. De alternatieven voor de
jobkorting zullen daar alle mogelijke dynamiek aan geven. Ik
begrijp dat u het daar met mij eens bent.
Mijnheer Sannen, het mag geen negatieve dynamiek worden
maar het moet en kan een positieve dynamiek realiseren.
Niet: in hoeveel stukjes kunnen we de taart verdelen? Maar:
hoe kunnen we de taart groter maken? Hoe kunnen we meer
mensen aan werk helpen? Het is niet in de eerste plaats
nodig om de pensioenleeftijd op te trekken; wat we vooral
nodig hebben is een zeer positief activeringsbeleid waarmee
iedereen aan bod kan komen.
Ik ga niet dieper in op de zes aanbevelingen en wie waar
zijn gading in vindt. Het is typisch: als iets goed is, zijn
er meerdere vaders en moeders. Ik heb begrepen dat
verschillende partijen vinden dat ze gehoord zijn door
Europa. Ik wens hen daar van harte voor te feliciteren. Ik
ga ervan uit dat het debat kan voortgaan, zeker op de
plaatsen waar de beslissingen genomen worden.
Ik ben het natuurlijk volstrekt oneens met goedkope
reacties over het witboek en de praatbarak. In eerste
instantie hoop ik dat u dat allemaal gelezen hebt. In tweede
instantie moet u zich maar eens richten tot de chemie. De
sector is zeer enthousiast omdat we daar al een project
hebben goedgekeurd. Ook andere takken van de industrie
volgen. Dat is typisch voor de oppositie, ik neem hen dat
niet kwalijk. Het is niet zo dat als u iets vele keren
herhaalt, dat het dan waarheid wordt. Ik zal dat blijven
zeggen. Al herhaalt u dat honderd keer over die schuld en
zo, het klopt niet. Telkens als u dat zegt, zal ik moeten
zeggen dat het niet klopt.
De heer Koen Van den Heuvel:
Het lijkt me belangrijk dat wat de voorbije maanden in de
steigers is gezet, onder meer met betrekking tot het nieuw
industrieel beleid en de activering van werklozen, de
komende maanden concreet wordt uitgevoerd. De verlenging van
de activering van werkzoekenden tot 58 jaar moet dringend
worden uitgevoerd. De Europese aanbevelingen kennen veel
vaders. Ik kijk naar de mensen die vorig jaar een heel groot
mandaat van de kiezer hebben gekregen. We wachten allemaal
tot zij de hand aan de ploeg slaan en op het terrein zelf
echt maatregelen nemen. (Applaus
bij CD&V, Open Vld en sp.a)
De voorzitter:
Het incident is gesloten.
|