De heer Van den Heuvel heeft het woord.
Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, ik ben
een beetje verwonderd over de grote verwondering die er
heerst over het zogenaamde creatieve ideetje van minister
Muyters of Vlaanderen kan deelnemen aan de totale federale
schuld. Ik wil de creativiteit van de minister van Financiën
niet onderschatten, maar het is absoluut geen creatief idee.
(Opmerkingen van de heer Van
Hauthem)Het staat in de Octopusnota, mijnheer Van
Hauthem, en zelfs in de Vlaamse resoluties van 1999, die
jullie niet hebben goedgekeurd. In die resoluties staat dat
de deelgebieden de positieve en negatieve gevolgen van de
renteschommelingen op de overheidsschuld mee kunnen dragen.
Er is dus weinig nieuws onder de zon.
Laten we komen tot de basisvraag van het debat: is
Vlaanderen bereid om bij te dragen aan de houdbaarheid, aan
een goede stabilisatie van de totale federale
overheidsfinanciën? De CD&V-fractie antwoordt daarop heel
duidelijk ja, maar niet op om het even welke manier. We
moeten krachtig, realistisch en rationeel genoeg zijn om het
juiste kader te vinden en de juiste voorwaarden te
formuleren.
Een eerste grote voorwaarde is: als er een bijdrage wordt
gevraagd van Vlaanderen, dan kan dat enkel en alleen als er
een grote fiscale autonomie is, als er voldoende fiscale
capaciteit bij de regio’s heerst. Anders hoeven we niet te
denken over bijdragen vanuit Vlaanderen voor de houdbaarheid
van de totale financiën. Dan pas kunnen we daarover praten.
Dat is ook normaal, want de fiscale capaciteit op het
federale niveau vermindert en dus is het normaal dat de
regio’s een bijdrage leveren.
Een tweede voorwaarde is gelijkwaardigheid tussen de
regio’s. Wij hebben de voorbije jaren ons huiswerk gedaan.
In 2011 hebben we een begroting in evenwicht, de andere
regio’s niet. Het is heel duidelijk voor onze fractie dat er
gelijkwaardigheid is tussen de regio’s. Het kan niet zijn
dat het gewest dat zijn huiswerk en rekeningen al op orde
heeft, tweemaal betaalt.
Een derde voorwaarde die we willen formuleren, is dat het
niet op een kortzichtige wijze mag gebeuren, niet met een
visie op korte termijn, en ook niet blindelings lineair.
Daarom vind ik het van tweede orde of het nu om 90, 85 of 80
procent gaat. Voor mij is dat irrelevant. Dat zijn cijfers
die passen in een kortzichtige, lineaire discussie, die
enkel voor de korte termijn geldt en waaraan wij niet willen
meedoen.
Wij zien wel een uitweg als we op lange termijn
willen denken, op een structurele manier. Op die manier kan
Vlaanderen wel een bijdrage leveren tot een houdbaarheid van
de globale overheidsfinanciën. En dan zijn er twee zaken.
Ten eerste: een bijdrage tot de vergrijzingskosten. Daar
valt over te praten. Daar bestaan ideeën rond. We moeten dat
allemaal nog bekijken, maar er kan over gepraat worden dat
de regio’s een grotere bijdrage leveren in de pensioenen van
hun overheidsambtenaren, weliswaar in het juiste kader,
namelijk dat er ook inspraak is over hoe de pensioenen van
die ambtenaren gaan evolueren.
Een tweede pad van structurele bijdragen is een eventuele
deelname in de overheidsschuld. Daar zijn een aantal
voordelen aan verbonden. Macro-economisch zijn daar
positieve gevolgen aan verbonden: het draagt bij tot een
grotere macro-economische stabiliteit, er is een grotere
responsabilisering voor de regio’s en elk niveau, ook voor
de regio’s in het zuiden van het land, we kunnen ook een
beter anticyclisch beleid voeren en onze investeringen op
een meer optimale manier financieren.
Er zijn dus heel wat positieve zaken over te vertellen,
maar de grote voorwaarde blijft natuurlijk dat de regio’s
over voldoende fiscale capaciteit beschikken. Als we die weg
zouden opgaan, schrijven we ons trouwens in in de traditie
van Australië en Canada, waar de regio’s meer dan 40 procent
van de totale overheidsschuld dragen. In Duitsland is dat
meer dan 30 procent. Op dat vlak moeten we dus ook het warm
water niet uitvinden.
Het is natuurlijk de vraag hoe we dat gaan doen. We
moeten dat niet snelsnel doen via een formele
schuldensplitsing. Er zijn andere ideeën, zoals een
schuldagentschap, waar cobeheer is van de regio’s, waar ook
de financiële markten gerustgesteld worden en de
schuldtitels en de intrestafbetalingen niet allemaal door
elkaar geschud worden. Een schuldagentschap is daarin voor
ons de juiste weg om te volgen.
Voorzitter, collega’s, wij willen bijdragen tot de
houdbaarheid van de globale federale overheidsfinanciën, zij
het niet op om het even welke manier, maar enkel en alleen
op een duidelijke en structurele manier. Ik wil iedereen dan
ook oproepen om die irrelevante, statische, immobiele
discussie van 80 of 90 procent achterwege te laten en
duidelijk te ijveren voor een nieuw systeem, waar Vlaanderen
volle bevoegdheden krijgt, ook inzake fiscale autonomie.
(Applaus bij de meerderheid)