|
RESOLUTIE VAN DE HEER KOEN VAN DEN HEUVEL, DE DAMES SABINE POLEYN, GOEDELE VERMEIREN EN MARLEEN VANDERPOORTEN, EN DE HEREN
BART VAN MALDEREN, FILIP WATTEEUW EN BOUDEWIJN BOUCKAERT
BETREFFENDE HET VERHOGEN VAN DE UITSTROOM
VAN HET AANTAL AFSTUDERENDEN IN EXACT WETENSCHAPPELIJKE EN
TECHNISCHE RICHTINGEN
7 juli 2011
TOELICHTING
Met de regelmaat van de klok worden we er in
Vlaanderen aan herinnerd dat er een structureel tekort aan
exacte wetenschappers en technici op onze arbeidsmarkt bestaat.
Zowel de VDAB als de bedrijven wijzen er al geruime tijd op dat
de te lage uitstroom van gekwalificeerde exacte wetenschappers
en technici uit het onderwijs, voor hen steeds meer een
economische handicap is. Zeker gezien de vergrijzingsgolf die de
komende jaren op ons af komt, dreigen deze tekorten in de
toekomst een zware rem op de economische ontwikkeling te vormen.
Bovendien hebben we ook extra nood aan gekwalificeerde exacte
wetenschappers en technici omwille van de noodzakelijke
transitie naar een duurzamere economie.
Ondanks de vele
initiatieven die bestaan om de exacte wetenschappen en techniek
(W&T) t.a.v. jongeren te promoten, blijven structurele positieve
resultaten uit.
Zowel in het Actieplan
Wetenschapscommunicatie 2009 als in het VRWI-(toen nog VRWB)advies
134 werd opgeroepen het beleid m.b.t. het promoten van W&T
t.a.v. jongeren, een nieuw elan te geven.
Het potentieel is dan
ook enorm: volgens het Nederlandse BètaMentality-onderzoek zijn
liefst 87% van de jongeren potentieel geïnteresseerd in een
toekomst in de zogenaamde bètawetenschappen of de techniek.
Anderzijds is ook de uitdaging groot: het ROSE-onderzoeksproject
stelde vast dat hoge wetenschapsscores van een land op
PISA-index niet automatisch leiden tot een groot aandeel
jongeren die wetenschap en techniek boeiend vinden of er een
loopbaan in wensen uit te bouwen. Gevraagd naar hun
toekomstverwachtingen geven zeer weinig jongeren aan
‘wetenschapper’ te willen worden.
Het ROSE-onderzoek toont ook aan dat jongeren niet langer kiezen
voor een studie of job die ze ‘interessant of leuk’ vinden, maar
voor één die ‘overeenstemt met hun normen en waarden’. Jongeren
beseffen vandaag blijkbaar onvoldoende dat zij hun steentje
kunnen bijdragen aan het antwoord op een aantal grote
maatschappelijke uitdagingen via een studie, en later een
professionele activiteit, in de exacte wetenschappen en
techniek.
In deze optiek vroeg het Vlaams parlement eerder aan de VLOR en
VRWI, de respectievelijke strategische adviesraden voor de
beleidsdomeinen innovatie en wetenschapsbeleid, en onderwijs,
hoe het beleid ten aanzien van de promotie van W&T een nieuw
elan kan gegeven worden.
In deze adviezen, de gedachtewisseling die de auteurs van deze
resolutie hadden met de mensen van de VLOR en de VRWI, maar ook
in de vele gesprekken die zij voerden met betrokkenen uit het
veld, kwam een aantal actiepunten telkens opnieuw sterk naar
voren.
Door middel van deze resolutie wil het Vlaams Parlement aan de
Vlaamse regering vragen om zo spoedig mogelijk een integraal
actieplan exacte wetenschappen en techniek op te zetten. Hierbij
moet de politiek over beleidsdomeinen en partijgrenzen heen de
handen in elkaar slaan, en door middel van een omvattend
actieplan een pact afsluiten met het onderwijsveld en het
bedrijfsleven.
De auteurs van deze
resolutie zijn ervan overtuigd dat dit actieplan een
speerpuntproject van de Vlaamse overheid kan worden. De
economische meerwaarde van meer gekwalificeerde exacte
wetenschappers en technici zal op termijn zeer groot zijn, en zo
zal dit versterkt competentiebeleid één van de hoekstenen worden
waarop wij onze moderne kenniseconomie verder uitbouwen.
VOORSTEL VAN RESOLUTIE
Het Vlaams parlement,
Rekening houdende met
1° de antwoorden van de
bevoegde ministers Smet en Lieten in de betrokken commissies op
diverse vragen van leden van het Vlaams parlement ;
2° het VLOR-advies:
“Advies over een stimuleringsplan voor wetenschappen en techniek
in het onderwijs” en het VRWI-advies “Naar een integraal beleid
voor wetenschappelijke en technische knelpuntberoepen”, en met
de gedachtewisseling die hierover werd gehouden in de
gezamenlijke vergadering van de Commissies Economie en Onderwijs
en Gelijke Kansen op 4 mei 2011 ;
3° de conclusies van het
“Techniek op School voor de 21ste eeuw” (TOS21) project ;
Overwegende dat
1° Gekwalificeerde
exacte wetenschappers en technici essentieel zijn als olie voor
onze kennis- en maakeconomie, en een doorzetting van het
huidige tekort nefast zal zijn voor economische bedrijvigheid en
competitiviteit van vele ondernemingen ;
2° Voldoende
gekwalificeerde exacte wetenschappers en technici absoluut nodig
zijn om de transitie naar een duurzamere economie mogelijk te
maken ;
3° Het tekort aan
geschoolde technici en exacte wetenschappers een structureel
gegeven is geworden in onze economie dat met de vergrijzingsgolf
in het vooruitzicht een molensteen rond de nek van een aantal
sectoren vormt ;
4° Er zowel in het
Actieplan Wetenschapscommunicatie 2009 als in het VRWI-advies
134 werd gewezen op de nood aan een ambitieuzer Vlaams beleid
ter zake ;
5° Vele betrokken
actoren uit het middenveld, de onderwijswereld en de
ondernemingen en sectorfederaties vragende partij zijn om te
komen tot meer coherentie in het beleid, meer grootschalige
initiatieven en structurele samenwerking tussen de vele
betrokken actoren ;
6° Er tijdens de
gedachtewisseling van 4 mei 2011 met de VLOR en de VRWI in
aanvulling van de conclusies uit de beide adviezen verder
ondermeer gewezen werd op:
a)
De rol van ouders
in het keuzeproces ;
b)
Het belang van
rolmodellen in het keuzeproces van de jongeren ;
7° De vraag van de VRWI
om vanuit het Vlaams Parlement een Staten-Generaal te
organiseren om alle betrokken actoren te mobiliseren ;
Beslist
- Om de Vlaamse regering
te vragen om:
Actieplan
1)
a)
i)
Een
interministerieel actieplan W&T op te zetten, waarbij alle
relevante beleidsdomeinen betrokken worden ;
ii)
Om hierbij één
minister als coördinerend minister aan te stellen, zodatdeze ook de opvolging
van dit actieplan naar zijn/haar collega-ministers toe kan
verzorgen ;
b)
i)
Om hierbij als
finale doelstelling het verhogen van het aantal afstuderenden in
W&T-richtingen
naar voor te schuiven ;
ii)
Om deze
doelstelling te vertalen in ambitieuze kwantitatieve en meetbare
doelstellingen, afgebakend in de tijd, zodat opvolging op een
transparante en eenvoudige manier mogelijk wordt ;
iii)
Dit moet vertaald
worden naar doelstellingen en actieplannen voor de verschillende
onderwijsniveaus ;
c)
i)
Om alle bestaande
initiatieven die relevant zijn voor het bereiken van de genoemde
doelstelling op te lijsten, en deze zoveel mogelijk te
integreren in het nieuwe actieplan ;
ii)
Om hierbij te
komen tot een bundeling van de bestaande initiatieven, zodat
deze een grotere kritische massa, bereik en structurele impact
krijgen ;
Strategische aanpak
2)
a)
i)
Om een ketenaanpak
te ontwikkelen: een doorlopende leerlijn W&T van het kleuter-
tot en met hoger onderwijs ;
ii)
In het
basisonderwijs door prioritair te werken aan het versterken en
ondersteunen van de onderwijzer op dit vlak, op de vloer.
iii)
Om werk te maken
van het uitwerken van eindtermen techniek in de tweede en derde
graad van het secundair onderwijs ;
iv)
Om ook te
onderzoeken welke mogelijkheden er bestaan om W&T-gerichte
vorming in het volwassenenonderwijs te versterken ;
b)
Om hierbij de
diversiteit die er schuilt in het omvattend begrip “exacte
wetenschappen & techniek” niet uit het oog te verliezen:
wetenschap en techniek zijn complementaire disciplines die elk
hun rol in het veld W&T moeten spelen ;
c)
i)
Om in te zetten op
de rol van leerkrachten en ondersteuning te voorzien die hen
kunnen professionaliseren in, enthousiasmeren voor, het
aantrekkelijker maken van W&T bij leerlingen, met aandacht voor
zowel de lerarenopleiding als de mogelijke zij-instroom ;
ii)
Om hierbij de
conclusies van het TOS21-project mee te nemen ;
d)
Om de scholen die
zich inschrijven in het actieplan brede coaching op maat aan te
bieden, en een geregelde auditing van hun geleverde inspanningen
en behaalde resultaten ;
e)
Om in te zetten op
structurele samenwerking tussen scholen uit de verschillende
onderwijsniveaus, en dit met een hogere doorstroming naar W&T-richtingen
in een hoger onderwijsniveau tot doel
;
f)
i)
Om in het
secundair onderwijs scholen bijkomende projectfinanciering aan
te bieden wanneer zij er zich toe verbinden doelstellingen te
halen, hetzij m.b.t. het verhogen van de uitstroom leerlingen
naar het hoger W&T-onderwijs, hetzij m.b.t. de uitstroom van
gekwalificeerde technici naar de arbeidsmarkt ;
ii)
Om hierbij de
kwaliteit van het W&T-onderwijs in de secundaire scholen te
bewaken:
(1)
Enerzijds via de
kwaliteitsbewaking die de onderwijsinspectie uitvoert ;
(2)
Anderzijds door
bijvoorbeeld het al dan niet slagen van hun leerlingen in de
W&T-studies in het hoger onderwijs, mee te nemen in de extra
projectfinanciering die de secundaire scholen ontvangen om via
stimulerende acties een grotere uitstroom naar deze richtingen
te bekomen ;
iii)
Om mogelijk te
maken dat scholen die instappen in dit programma zich naar de
buitenwereld toe kunnen profileren als een school die extra
inzet op het werken rond exacte wetenschappen en/of techniek,
bv. via een W&T-label ;
Platform
a)
Om de coördinatie
en ondersteuning van dit actieplan in de handen van een lichte,
maar autonome en onafhankelijke platformstructuur te leggen, die
een overeenkomst met de overheid aangaat, structurele
financiering voor voldoende lange periode krijgt, en alle andere
vergelijkbare overheadstructuren vervangt ;
b)
Om dit platform de
opdracht te geven acties te coördineren, actoren aan te zetten
tot structurele samenwerking, ondersteuning aan te bieden m.b.t.
het promoten van W&T, onderwijsinstellingen bijkomende
projectfinanciering aan te bieden, en d.m.v. tussentijdse
evaluaties de uitvoering van het actieplan op te volgen ;
c)
Om de evaluatie
van dit nieuwe platform te koppelen aan het behalen van
tussentijdse mijlpalen in het traject naar de vooropgestelde
doelstellingen ;
d)
i)
Om het platform
evenwichtig samen te stellen uit de verschillende relevante
stakeholders, waaronder voortrekkers uit de economische wereld
die zich engageren om dit project ten volle mee te trekken ;
ii)
Om deze personen
te laten bijstaan door experts die vertrouwd zijn met de
beleidsinitiatieven die tot op heden genomen werden m.b.t. het
aantrekkelijker maken van W&T, en het platform in samenspraak
met de verantwoordelijkheden van de onderwijsnetten op te zetten
;
Pact met de bedrijfswereld
i)
Om een pact af te
sluiten met het bedrijfsleven waarbij er sterker wordt ingezet
op structurele samenwerking tussen het bedrijfsleven en scholen
;
ii)
Waarin de Vlaamse
overheid:
(1)
Zich engageert een
globaal kader aan te bieden waarin scholen en bedrijven op een
tijdsefficiënte manier een lange-termijn-samenwerking kunnen
uitbouwen ;
(2)
Niet alleen haar
bestaande initiatieven en middelen bundelt in één omvattend
strategisch actieplan, maar ook de bedrijfswereld (werkgevers,
sectorfederaties, individuele bedrijven) uitnodigt om haar
initiatieven en middelen in dit actieplan in te schrijven ;
(3)
Zich engageert
bijkomende middelen ter beschikking te stellen voor de
uitvoering van dit actieplan ;
iii)
Waarin de
bedrijfswereld zich verbindt:
(1)
Bestaande
initiatieven, en de middelen die hiervoor vrijgemaakt worden, in
te schrijven in het op te stellen actieplan ;
(2)
Bijkomende
middelen ter beschikking te stellen, inbegrepen een grotere
participatie van werknemers, die zij in dit actieplan investeren
;
(3)
De aangegane
engagementen voor inspanningen voor opleiding en vorming voor
werknemers toe te spitsen op de aansluiting
onderwijs-arbeidsmarkt, en voor wetenschappelijke en
technologische functies in het bijzonder ;
Sensibiliseren en interesseren
a)
i)
Om ouders sterker
bewust te maken van de structurele knelpunten op de
arbeidsmarkt, en de beroepsmogelijkheden die een opleiding in
W&T met zich meebrengt ;
ii)
Om deze
problematiek ook expliciet mee te nemen in het komende decreet
m.b.t. de leerlingenbegeleiding ;
b)
Om de interesse
van leerlingen voor techniek in het basisonderwijs te prikkelen
d.m.v. onderzoekend leren, en hierbij de conclusies van het
TOS21-project ten volle mee te nemen ;
c)
Om sterker in te
zetten op het naar voor schuiven van rolmodellen m.b.t.
wetenschap en techniek, en hier zeker ook de publieke omroep een
sterke taak in te laten opnemen
;
d)
Om bijzonder in te
zetten op ondervertegenwoordigde doelgroepen die een groot
potentieel tot meer participatie in zich dragen, zoals deze van
de meisjes en allochtonen ;
e)
Om sterk in te
spelen op de interesse van jongeren om aan een oplossing voor
een aantal grote maatschappelijke uitdagingen te werken, en
hierbij de relevantie van techniek en exacte wetenschappen te
benadrukken ;
- om vanuit het Vlaams
parlement:
a)
Een
Staten-Generaal “stimuleringsplan exacte wetenschappen en
techniek” te organiseren, om zo alle betrokken actoren samen te
brengen en een draagvlak te creëren voor een nieuwe aanpak die
grenzen tussen beleidsdomeinen en sectoren overschrijdt.
Koen VAN DEN HEUVEL
Sabine POLEYN
Goedele VERMEIREN
Marleen VANDERPOORTEN
Bart VAN MALDEREN
Filip WATTEEUW
Boudewijn BOUCKAERT
|