Solidariteit
mag, een overdosis niet (september 2010)
EEN CODE VOOR
DE FINANCIERING
VAN DE OVERHEDEN
CD&V-voorzitter WOUTER BEKE en
Vlaams volksvertegenwoordiger
KOEN
VAN
DEN
HEUVEL doen het standpunt
van CD&V uit de doeken.
De overheid die
het geld uitgeeft is een andere dan degene die het geld int, dat
is niet democratisch.
De voorbije
weken besteedden de media - terecht - veel aandacht aan de
onderhandelingen over een volgende stap in de staatshervorming.
Een overheveling
van bevoegdheden én middelen moet leiden tot een grotere
politieke autonomie
van Vlaanderen en Wallonië. Daardoor wordt het beleid
coherenter, meer op maat
van de regionale uitdagingen en dus efficiënter.
De voorbije
dagen draait de discussie vooral rond de financieringswet. De
financiering
van de gemeenschappen (onderwijs, cultuur, welzijn)
gebeurt vandaag bijna integraal op basis
van doorgestorte middelen (dotaties) vanwege de federale
overheid. De gewesten (milieu, huisvesting, economisch beleid,
openbare werken) beschikken wel over een eigen
belastingbevoegdheid, maar het Vlaamse Gewest blijft voor 53
procent aangewezen op federale dotaties. Voor Wallonië is dit 65
procent en voor Brussel 45 procent.
CD&V wil een
herziening
van deze financieringswet, op basis
van vier beginselen: democratiserend, responsabiliserend,
stabiliserend, solidariserend, samen goed voor een nieuwe
dresscode voor de financieringswet.
Democratiserend
De gewesten en
gemeenschappen dragen de volle verantwoordelijkheid voor hun
bevoegdheden, maar de federale overheid beslist in grote mate
over de belastingen die daarvoor worden geheven. Er is dus een
democratisch deficit: de overheid die het geld uitgeeft is een
andere dan degene die het geld int.
De gewesten
moeten daarom in grotere mate de omvang
van de personenbelasting op hun grondgebied kunnen
bepalen. Tegelijk moeten ze
van de vennootschapsbelasting een instrument voor hun
economisch beleid kunnen maken.
Responsabiliserend
Een goede
financieringswet moet ook het verantwoordelijkheidsbesef
van overheden aanmoedigen. Elk beleid heeft een
sociaaleconomische impact op de samenleving, met gevolgen voor
de overheidsfinanciën. Elke werkloze die door intensieve
begeleiding een job vindt, kost de sociale zekerheid minder,
meer nog, hij draagt ertoe bij. Zonder economische groei is het
onmogelijk om de overheidsfinanciën gezond te maken en tegelijk
ons sociaal welvaartsmodel in stand te houden. Het is goed dat
beleidsvoerders worden geconfronteerd met de begrotingsgevolgen
van hun beleid.
Een uitbreiding
van de bevoegdheden
van gewesten en gemeenschappen vergt een aangepaste
financieringswet, zodat zij de gevolgen
van hun beleidskeuzes rechtstreeks voelen in hun
financiën. Op die manier worden ze aangemoedigd om zo
verantwoordelijk als mogelijk om te springen met hun middelen en
bevoegdheden.
Het gaat
trouwens ook om andere dan louter economische prestaties
van de regio's, zoals bijvoorbeeld de pensioenlasten
van het gevoerde personeelsbeleid of een preventief
gezondheidsbeleid waardoor de kosten in de ziekteverzekering
lager kunnen uitvallen.
Uiteraard
voorzien we een correcte financiering
van alle niveaus bij de aanvang en een voldoende lange
overgangsperiode. Het sluitstuk
van de responsabilisering is dat alle overheden instaan
voor het eigen begrotingsevenwicht.
Stabiliserend
Economische
schommelingen zetten zich ook door in de overheidsbegrotingen.
De financiële en economische crisis
van 2008 heeft dat pijnlijk duidelijk gemaakt. Meevallers
door een beter dan verwachte groei geven dan weer budgettaire
ademruimte. Een billijk financieringsstelsel zorgt ervoor dat
deze positieve of negatieve effecten gedeeld worden tussen de
verschillende overheden. Dat vereist dat geen enkele overheid in
te grote mate afhankelijk mag zijn
van één inkomstencategorie. Want belastingen reageren
verschillend op economische schommelingen.
Een tweede
vaststelling is dat de historische overheidsschuld vandaag enkel
het federale budget belast. Bij abnormaal grote rentestijgingen
ligt het voor de hand dat de meerkost gedeeld wordt over de
verschillende regeringen.
Naast
economische schokken moet ook de impact
van demografische veranderingen correct verrekend worden.
Het opvangen
van de budgettaire gevolgen
van de vergrijzing
van de bevolking is een gezamenlijke
verantwoordelijkheid.
Een
staatshervorming met een nieuwe financieringswet kan rust
brengen in ons politiek systeem, wat goed is voor het
investeringsklimaat en dus voor onze welvaart.
Solidariserend
Tot slot is een
correct ingevulde solidariteit een belangrijke pijler
van een rechtvaardige financieringswet. De draagkracht
moet een
van de criteria blijven. De solidariteit mag niet worden
beperkt tot de activiteiten
van de federale overheid en de sociale zekerheid.
Er is echter
sprake
van een overdosis solidariteit indien de deelstaat die
meer belastingmiddelen inbrengt finaal minder middelen per
inwoner overhoudt. Dat is vandaag het geval. De herziening
van de financieringswet moet de solidariteit in stand
houden, maar deze scheeftrekking wegwerken. Anders smelt het
draagvlak
van de solidariteit als sneeuw voor de zon.
Deze vier
principes zijn voor CD&V de pijlers
van haar dresscode voor een vernieuwde en vooruitziende
financieringswet. Een financieringswet die niemand als een
bedreiging moet ervaren, maar juist als een garantie dat er nog
een toekomst is voor ons land, en dus voor zijn regio's, zijn
instellingen, zijn sociale zekerheid, zijn welvaart en welzijn,
kortom, voor zijn mensen.
WOUTER BEKE EN
KOEN
VAN
DEN
HEUVEL