OPINIEARTIKEL
Geen
ingenieurs, geen geld?
De Vlaamse
inspanningen om meer jongeren naar exacte wetenschappen en
techniek (W&T) te leiden, hebben gefaald. Pascal Smet,
Vlaams minister van onderwijs, ging deze week op
studiebezoek naar Eindhoven, en keerde huiswaarts met
doeltreffende, maar soms controversiële oplossingen op zak.
Vlaanderen heeft absoluut nood aan een bundeling van
middelen, en moet deze ook durven koppelen aan resultaat.
Begin de jaren 2000 stelde Nederland vast dat
de miljoenen euro’s die het al jaren pompte in het
stimuleren van W&T in het onderwijs, een maat voor niets
waren geweest.
Amper resultaat, “weggesmeten geld”. De
situatie in Vlaanderen vandaag.
Hierop gooide de Nederlandse overheid het roer om: het
richtte het Platform Bèta Techniek op, dat als opdracht
kreeg om tegen 2010 voor 15% meer uitstroom aan
afgestudeerde W&T-ers in het hoger onderwijs te zorgen.
Typische Hollandse grootspraak?
Intussen is het programma een succes
gebleken: de instroom van leerlingen in de universitaire
exact wetenschappelijke en technologische richtingen is
sinds 2002 met meer dan 60% gestegen. Ook in de hogescholen
is de kentering ingezet met een stijging van 15%. De komende
jaren zal zich dit moeten vertalen in een grotere
uitstroom.
Geen (extra) doorstroom naar W&T-richtingen?
Geen (extra) geld!
Dat het in Vlaanderen dringend tijd is om de
vele versnipperde initiatieven in één omvattende strategie
onder te brengen, is tot de meeste geesten intussen
doorgedrongen. Het idee om het verkrijgen van extra middelen
mede afhankelijk te maken van de geboekte resultaten, is
vooralsnog vloeken in de kerk.
Nochtans is dat een noodzaak volgens een
medewerkster van het Nederlandse Bèta-platform: “Vroeger
schreven onderwijsinstellingen een prachtige
subsidieaanvraag, ontvingen geld, en rapporteerden hun
uitgaven. Resultaten? Geen idee. Nu nemen enkel de echt
gemotiveerde scholen deel, en worden zij afgerekend op hun
resultaat. Uiteindelijk zijn het uitzonderingen die hun
doelstellingen niet halen, en hun subsidie niet ontvangen.”
Scholen mogen niet aan hun lot overgelaten
worden. In Nederland zorgt het Platform met overheidsgeld
voor technische scholing voor leerkrachten, het opbouwen van
een structureel netwerk tussen scholen, bedrijven en lokale
overheden, en een jaarlijkse audit van elke school, zodat
men weet of men het juiste pad bewandelt.
De veranderingen die scholen hierop
doorvoeren, blijken in 70 tot 80% van de gevallen duurzaam:
scholen passen hun HR-beleid en budgetten op lange termijn
aan. Bovendien gebruiken ze hun extra inspanningen en budget
ook als een prestigieus uithangbord naar de buitenwereld
toe.
Stilstaan is achteruitgaan
Vlaanderen heeft op onderwijsvlak vele
troeven in handen: in het secundair onderwijs scoren de
wetenschappelijke richtingen kwalitatief en kwantitatief
sterk. De voorbije jaren werden er in Vlaanderen ook
lesmethoden en tools om W&T te promoten ontwikkeld (denk bv.
aan TOS21), waar de Nederlanders deze week jaloers op bleken
te zijn. De beoogde en noodzakelijke grotere doorstroming
naar W&T-richtingen in het hoger onderwijs realiseerde zich
evenwel niet.
Intussen schreeuwen in Vlaanderen
bedrijfsleiders en sectorfederaties om meer afgestudeerde W&T-ers.
Verschillende industriële sectoren worden beknot in hun
groei door een gebrek aan gekwalificeerde krachten. Een
sterk innovatiebeleid behelst immers niet enkel meer
financiële middelen, maar zal enkel succesvol zijn indien
voldoende jonge wetenschappers kunnen ingezet worden.
Een duurzame transformatie naar een
innovatieve economie in Vlaanderen zal pas lukken indien
voldoende jonge wetenschappers en technici dit proces kunnen
ondersteunen! Het is hoog tijd dat de Vlaamse regering de
pas versnelt en een moediger beleid voert om jongeren aan te
moedigen te kiezen voor W&T-richtingen.
Koen Van den Heuvel
Sabine Poleyn
Beide auteurs zijn Vlaams parlementsleden
voor CD&V, en zetelen respectievelijk in de commissie
economie en werk en de commissie onderwijs.