OPINIEARTIKEL
Wolf in schapenvacht, of
broodnodig?
“Vlaamse
uniefs massaal betaald door industrie” kopte De Morgen
gisteren. De industrie lijkt een wolf in schapenvacht, die
door middel van het grote geld het doen en denken van onze
universiteiten zou bepalen.
De naakte
cijfers
16,1 % van het
onderzoek aan de Vlaamse universiteiten werd in 2009
gefinancierd door de bedrijfswereld. Dit is nog 0,8 % hoger
dan de gegevens voor 2008, waarover De Morgen gisteren
berichtte.
Een bedreiging voor
onafhankelijk en fundamenteel onderzoek, zo wordt
geconcludeerd. Fout!
De realiteit is dat Vlaanderen moet vechten om haar
toppositie in de globale kenniseconomie vast te houden.
Daarbij moeten we afrekenen met een hoge loon- en
energiekost en een hardnekkige neiging tot regulitis.
Inzetten op excellent onderzoek is noodzakelijk om
economische activiteiten in Vlaanderen te verankeren.
Koken kost geld, veel geld. De VRWI, de adviesraad voor
Wetenschap en Innovatie, berekende hoeveel de Vlaamse
overheid moet investeren om tegen 2020 de 1% BBP te behalen,
die de overheid volgens Europa aan Onderzoek & Ontwikkeling
(O&O) moet besteden. Dit noodzaakt jaarlijkse verhogingen
van 192 miljoen euro, elk jaar opnieuw tot 2020. Recent werd
er, na 2 jaar van besparingen, 65 miljoen euro extra
vrijgemaakt voor O&O.
De noodzaak van
samenwerking
De uitdaging is niet
nieuw. Al in 2003 werd er tussen de overheid, de
kennisinstellingen en de bedrijven een innovatiepact
afgesloten, waarbij de Vlaamse overheid beloofde 1% van het
regionaal BBP te besteden en de bedrijven beloofden 2 % voor
hun rekening te nemen. Geen van beiden halen ze hun
doelstelling.
Indien Vlaanderen
haar kenniseconomie in stand wil houden, moet het alle
zeilen bijzetten om de nodige O&O-budgetten te vinden.
Alleen zo kunnen we onze welvaart verzekeren.
Op inkomsten uit schenkingen moeten onze kennisinstellingen,
in tegenstelling tot Groot-Brittannië waar schenkingen aan
O&O jaarlijks meer dan 1 miljard euro bedragen, vooralsnog
niet te sterk hopen. Het VIB, wereldvermaard in onderzoek
naar kanker en hersenziekten, kan nog geen eenvoudig fiscaal
attest afleveren. Ook voor een verhoging van
inschrijvingsgelden bestaan wellicht geen draagvlak.
Waar we nu wel
wereldtop in blijken, is het mobiliseren van middelen vanuit
het bedrijfsleven. Een gerenommeerde onderzoeksinstelling
als IMEC slaagt er in om jaarlijks zowat 200 miljoen euro
aan inkomsten te vergaren uit samenwerking met 600
bedrijven. Niemand beweert nochtans dat het onderzoek van
IMEC, naar ondermeer slimme medische implantaten, een nieuwe
generatie zonnepanelen en vroegdetectie van kanker, geen
maatschappelijke relevantie heeft, of slechts korte-termijn
gewin nastreeft.
Indien de Vlaamse Overheid geen 16%, maar 100% van de
IMEC-werking zou financieren, kost dat jaarlijks zo’n 200
miljoen extra. Dit voorbeeld geeft aan dat Vlaanderen niet
anders kan dan nog meer inzetten op samenwerking tussen
overheid, bedrijven en kennisinstellingen, de zogenaamde
triple helix.
Ook met de kwaliteit
van bedrijfsgefinancierd onderzoek is niets mis. Onderzoek
uit 2006 toonde aan dat gericht en niet-gericht onderzoek
complementair zijn en dat bedrijfsfinanciering
universiteiten niet in een afhankelijke positie plaatst.
Een nieuw
innovatiepact
De Vlaamse Regering
moet daarom nu een nieuw innovatiepact tussen overheid,
bedrijven en kennisinstellingen afsluiten. Hierin verbindt
Vlaanderen zich jaarlijks forse bijkomende budgetten vrij te
maken, terwijl kennisinstellingen en bedrijven hun deel voor
hun rekening nemen bij de uitbouw van een vernieuwde Vlaamse
kenniseconomie.
Samen, omdat het
moet.