PERSBERICHT 5
oktober 2011
Ondernemers, bouwers en
verbouwers voortaan gelijk en sneller behandeld
Gewestelijke
administraties kunnen beroep aantekenen tegen
stedenbouwkundige vergunningen of milieuvergunningen,
uitgereikt door lokale besturen - meestal ontvoogde
gemeentebesturen - of de Bestendige Deputaties.
Uit de antwoorden van minister Muyters op enkele mondelinge
en schriftelijke vragen van Lode Ceyssens en Koen Van den
Heuvel, bleken spectaculaire verschillen in de
beroepspraktijk van de verschillende provinciale
buitendiensten van de gewestelijke administratie. Het werd
duidelijk dat de verschillende provinciale cellen op een
andere manier hun beroepsbevoegdheid invulden. Door te pas
en te onpas in beroep te gaan ondergroeven de gewestelijke
ambtenaren bovendien de autonomie die de gemeenten vaak al
verwierven.
Vlaams volksvertegenwoordigers Lode Ceyssens
en Koen Van den Heuvel maken de problematiek concreet.
“Een gelijkaardige beslissing van een
schepencollege kan in Antwerpen passeren, terwijl er in
Limburg prompt een beroep volgt bij de Bestendige Deputatie
door de gewestelijke administratie,” stelt Lode Ceyssens.
Koen Van den Heuvel vult aan: “In Antwerpen ging de
gewestelijke administratie dan weer veel vaker in beroep
tegen beslissingen van de Bestendige Deputatie dan in andere
provincies.”
Op basis van deze bevindingen pleitten beide
volksvertegenwoordigers op 17 mei 2011 voor een uniformere
toepassing van de beroepsmogelijkheden door Gewestelijke
ambtenaren over de provinciegrenzen heen. Ze stelden voor de
beroepsbevoegdheid te beperken tot de leidende ambtenaren
van de verschillende betrokken agentschappen. Op deze manier
zou er per beleidsveld slechts één ambtenaar beroep kunnen
indienen. Die ambtenaar wordt dan persoonlijk
verantwoordelijk voor een uniforme toepassing over heel
Vlaanderen.
Lode Ceyssens en Koen Van den Heuvel zijn
zeer verheugd dat de regering deze aanbeveling zeer snel
heeft opgevolgd. Zo snel dat ze vandaag al ter stemming
voorligt in de bevoegde commissie Leefmilieu en Ruimtelijke
Ordening.
Dit betekent dat de bijhorende
decreetwijzigingen begin 2012 al van kracht zullen zijn,
waarna er per beleidsveld slechts één verantwoordelijke zal
zijn voor het indienen van beroepen binnen de gewestelijke
administraties.
De regering gaat zelfs verder. Ze stipuleert in de Memorie
van Toelichting dat ook sectorale leidende ambtenaren (niet
alleen de ambtenaren die bevoegd zijn voor de vergunningen,
maar ook adviesverlenende instanties zoals natuur en bos,
Wegen en Verkeer,...) een integrale afweging moeten maken,
waardoor ze dus niet louter het belang van hun eigen sector
voor ogen mogen houden. Ambtenaren van bijvoorbeeld Wegen en
Verkeer moeten dan in eer en geweten de afweging maken of
het in beroep gaan wel opweegt tegen de gevolgen van deze
beroepsgang voor initiatiefnemers, of dit nu overheden of
particulieren zijn.
Koen Van den Heuvel en Lode Ceyssens hopen
dat de grote discrepanties tussen de beroepspraktijken in de
verschillende provinciale buitendiensten nu definitief tot
het verleden behoren.
“Hiermee gaat het aantal beroepen
ongetwijfeld dalen en dit is dus een goede zaak voor de
vereenvoudiging en versnelling van vergunningen,” zegt Lode
Ceyssens.
“Alle ondernemers, bouwers en verbouwers,
kunnen voortaan op een gelijke behandeling rekenen,” besluit
Koen Van den Heuvel.