| |
Het fichebaksysteem van de PS
(Trends - 15 september 2011)
Sinds de
verkiezingen werden de Vlaamse partijen vaak geconfronteerd met
de PS-onderhandelingsmachine. Een machine die zeer efficiënt
functioneert en niet te ontregelen valt. "We wisten dat de PS
een beroep deed op een sterke studiedienst en tal van experts.
Maar ik was toch verwonderd toen ik tijdens de eerste echte
onderhandelingen in Vollezele (begin juli 2010) zag dat de PS
over werkelijk alle onderwerpen nota's en fiches bijhoudt", zegt
een top-N-VA'er die aan het gros van de onderhandelingen tussen
juni 2010 en juli 2011 deelnam. "De PS werkt met een systeem van
genummerde fichebakken waarbij niet alleen de eigen standpunten,
maar ook die van de andere partijen in terug te vinden zijn. En
als er ergens een lacune was, dan werd contact genomen met
iemand bij de administratie om de nodige cijfers aan te leveren.
De PS beschikt over briljante experts omdat ze die direct van de
universiteit halen, vooral dan de ULB. Tijdens de
onderhandelingen spreken die echter geen gebenedijd woord
Nederlands."
Daar tegenover
stond de N-VA, die als sterkste Vlaamse partij toen nog geen
eigen studiedienst had. "We hebben toen wel input gekregen van
academici uit het bedrijfsleven. Dat was welkom. Kijk, de N-VA
heeft tachtig kabinetsleden, de PS heeft er op alle niveaus
samen duizend. Dat was wel een verschil."
Als nummer één
in Vlaanderen moest de N-VA op haar Vlaamse flank vaak de
leiding nemen van de onderhandelingen en ook zelf de replieken
op de PS-voorstellen formuleren. Daarbij kon de partij wel
rekenen op haar voormalige kartelpartner CD&V, die in
institutionele en sociaaleconomische dossiers over de nodige
expertise beschikt. "CD&V doet dan niet alleen een beroep op
cabinetards en experts van de studiedienst, maar laat ook
parlementsleden aanschuiven. Zoals Vlaams parlementslid Koen Van
den Heuvel die onder andere een begrotingsspecialist is", zegt
een onderhandelaar. "Dat is het verschil met de PS: zij stuurt
altijd mensen van de studiedienst of van het kabinet en zelden
of bijna nooit parlementsleden. Bij formatiegesprekken zijn dat
figuren uit de tweede lijn. Dat was zo in 2007 en dat was zo in
2010: als de PS voor deelthema's zoals immigratie een
parlementslid afvaardigde, dan wist ik het: die kwamen niet om
een akkoord af te sluiten. Anders was het met de cabinetards,
van wie sommigen al twintig jaar meedraaien. Die kennen hun
dossiers echt wel goed."
|